overzicht |  

1015

ANDERE ASPECTEN VAN HET GEVOLG


A. DE KANS VAN EEN FEIT

Hoe groot is de kans dat zich een bepaalde gebeurtenis voordoet?

M.a.w. wanneer zullen een reeks convergerende invloeden een feit uitlokken, een toestandsverandering in een systeem uitlokken.

Eerst moeten we de vraag stellen welke de voorwaarden zijn voor het feit, m.a.w. welke gebeurtenissen moeten eerst feit zijn alvorens het bestudeerde feit zich kan voordoen. We moeten daarbij een zo volledig mogelijk invloedendiagram opstellen.

Vervolgens moeten we ons afvragen welke daarvan reeds vervuld zijn. Dan moeten we de nog onvervulde "voorwaarden" onderzoeken.

Ook de tijdsfactor speelt een rol. Immers, de verschillende voorwaarden kunnen wel soms aanwezig zijn, maar de kans dat ze tezelfdertijd aanwezig zijn, is klein.

Bv. bij een verkeersongeval: vele gevaarlijke factoren zijn wel vaak aanwezig, maar alleen als ze samen zijn (en zonder reden dan samen zijn) treedt er een ongeval op: "samenloop van omstandigheden". Hoe groot is iemands verantwoordelijkheid bij zo'n toevallige samenloop? En hoeveel zin heeft het daarbij zich corrigerend op een van die factoren toe te spitsen, wetend dat het netto-effect van deze correctie op die ene factor ternauwernood groter is dan de kans van samenloop van omstandigheden zonder correctie.

- Sommige voorwaarden zijn EXCLUSIEF, d.w.z. slechts een enkel feit (een enkel actief systeem) kan aan die voorwaarde voldoen. Andere zijn VERWISSELBAAR, d.w.z. talrijke feiten en toestanden kunnen de voorwaarde vervullen. Dit heeft uiteraard een grotere kans op gebeuren.

Hier verder op ingaan behoort tot het terrein van de waarschijnlijkheidsleer.

B. DE WAARDE VAN EEN FEIT

De waarde van een feit is steeds uitgedrukt t.o.v. een systeem, bv. t.o.v. een persoon.

De hele existentialistische fenomenologie berust op het principe dat de waarde der dingen alleen relatief kan gezien worden, en bepaald wordt door de persoon die de waarde beoordeelt. Er is dus geen absolute, intrinsieke waarde. Nochtans moet hierbij onderscheid gemaakt worden tussen de gevolgen op korte termijn, en deze op lange. Een feit of systeem kan op het eerste gezicht (op korte termijn dus) voor ons niet het minste belang hebben, maar op langere termijn het grotere systeem beïnvloeden waarin wij leven, zodat wij er toch indirect de invloed van ondergaan.

Dit is het hele probleem van "verantwoordelijkheidsgevoel" en van de "synergierijpheid": als je streeft naar netheid in ons leefmilieu, bv. in de stad, mag je van tijd tot tijd toch papier op de straat gooien, als anderen het ook vaak doen? Als men je toch niet kan betrappen, mag je eens liegen?

In praktijk is het belang van een mogelijk gedrag = de wenselijkheid van het feit (de situatie) x de kans dat het gebeurt.

Als mens kunnen we voortdurend bepaalde gedragingen stellen. De kans dat we ze stellen hangt af van de sterkte van de behoefte die erachter zit x de afstand (1/kans) van de mogelijke realisatie van die behoefte.

Daar in beide termen veel subjectief-veranderlijke elementen zitten, zal de "gelukswaarde" van een gedrag voortdurend fluctueren, en zal ook het gedrag automatisch aangepast worden. Subjectieve factoren, zoals stemming, hebben daarom een veel grotere invloed op iemands gedrag, dan de bewust op hem uitgeoefende (pedagogische of therapeutische) invloeden.

We gaan hier verder op in bij de cybernetica en in de psychologie.

C. EFFECT ALS DEFINITIE EN WAARDECRITERIUM

Vroeger omschreven we de identiteit voorlopig als de aanwezigheid der elementen die tot de definitie behoren.

Dit was een voorlopige definitie, die eigenlijk alleen kan opgaan voor eenvoudige systemen, die voldoende bekend zijn. In de praktijk herkennen wij een systeem niet aan de aanwezigheid van elementen, maar aan de door ons observeerbare aanwezigheid van effecten. Trouwens, het "zien" van een element is niets anders dan het "ondergaan" van het microgevolg van dit element op iets. Een appel zien, is de lichtimpulsen "ondergaan", die van deze appel afkomstig zijn.

Daarom worden in de praktijk vooral "functionele" definities gebruikt, waarbij functie betekent: een effect (micro- of macro-invloed) dat doorgaans optreedt.

Vb. een huwelijkspartner is iemand waarmee je in het leven gelukkiger wordt dan je zou geweest zijn zonder huwelijkspartner. Anders is het in feite je huwelijkspartner niet, ook al staat hij op je trouwboekje ingeschreven.

TOEPASSINGEN

1. Dit is in feite een fundamenteel verschil tussen "principieel" en "effectgericht" denken. Bij effectgericht denken gaat men van een gedrag na of het leidt tot het gewenste gevolg. Zo ja, dan is het goed, zoniet dan is het slecht. Bij principieel denken trekt men zich niets aan van het reëel gevolg, maar stelt zich alleen de vraag of het gedrag volgens bepaalde principes goed hoort te zijn. Op zichzelf is principieel denken juist, op voorwaarde dat we de absolute zekerheid kunnen verwerven dat we aan alle principes, die ook maar konden gelden in deze situatie, gedacht hebben. Maar dit is nu juist het probleem. Bij effectgericht denken stelt men zich niet tevreden met het principieel aspect. Men wil het nagestreefde doel daadwerkelijk bereiken, of het gevreesde effect daadwerkelijk vermijden.

2. Bij "rationeel denken" vraagt men zich daarenboven ook af, of het denken zelf wel leidt tot het gewenste effect. Want denken kan soms gevaarlijk zijn, bv. als het leidt tot tijdverlies of depressieve conclusies. Blijkt dat denken in bepaalde gevallen gevaarlijk is, dan vermijdt men het (zoveel mogelijk). De STOICIJNEN (zie verder bij inzichtsverwerving) waren zeer bewust van dit aspect.

3. Bij "neurotisch" denken neemt men als waardecriterium alleen het "fantasmatisch" (=halfbewust denkbeeld met emotionele dimensie) effect van situaties en gedragingen, zonder zich af te vragen of dit fantasme wel realistisch is. Bij neurotici is het principieel denken dan ook schering en inslag. Vandaar dat zij zichzelf zo moeilijk betrappen op "fouten" in hun redenering.

4. De filosofische fenomenologen zijn bijzonder geobsedeerd door de stelling dat de waarde van iets alleen bepaald wordt door wat het omgevend subject ervan gewaarwordt. Ze zijn allergisch aan geopenbaarde waarheden, absolute waarden en dogmatisch denken. Bestaan is voor hen steeds existentie, geen essentie. De existentialistische fenomenologie kan beschouwd worden als een bewustwording dat het principiële denken moest vervangen worden door het effectgerichte.

5. Machiavelli verdedigde reeds in zijn tijd de suprematie van het effectgericht denken. Jammer genoeg hebben de neurotici zijn stelling hervertaald in "het doel wettigt de middelen", daar waar hij alleen bedoeld heeft "de waarde van een handeling wordt bepaald door haar reëel effect".

6. Geslaagde ("pragmatische") zakenlieden zijn mensen die het "essentiële" (d.w.z. het reëel effect) kunnen onderscheiden van het "bijkomstige" (d.w.z. het fantasmatische, het principiële)

D. HET BESTAANSDOEL VAN EEN SYSTEEM

Dit is het effect (invloed op andere systemen en/of op de eigen situatie) dat nagestreefd wordt door het actief systeem zelf (STREVEN), of dat aanwezig was bij de persoon die het systeem of voorwerp maakte of zich aanschafte (BESTEMMING).

Op het eerste gezicht kan men de indruk hebben dat er vaak tegenstrijdigheden kunnen bestaan tussen de bestemming en het streven van het systeem zelf. In de praktijk zijn dergelijke conflicten niet zo frequent, en steeds van korte duur. Immers, de bestemming, gegeven door anderen, kan slechts verwezenlijkt worden als het tevens het streven is van het systeem. Zoniet ontstaat er een invloedsstrijd (zie verder bij conflicten).

Een bestaansdoel van een systeem kan ook beschreven worden als een BEHOEFTE. Ze zal namelijk, vooral bij levende systemen, net zolang nagestreefd worden tot ze "BEVREDIGD" is (zie verder bij evoluties van systemen).

E. CONFLICTEN EN SYNERGIE

Zijn de activiteiten van twee (of meer) systemen (bv. groepen of mensen) tegenstrijdig, dan ontstaat er een CONFLICT. Zijn de activiteiten complementair (d.w.z. leiden ze tot de bevrediging van elkaars behoeften), dan bereiken we een SYNERGIE.

Conflicten zijn steeds ongelooflijke energieverspilling, vooral als we de systemen, waarmee we in conflict zijn, nodig hebben of zouden kunnen gebruiken voor de bevrediging van onze behoeften.

Om een synergie te kunnen bereiken, is er echter vaak een aanpassing (evolutie) van het eigen streven nodig. Deze aanpassing kost meestal veel minder dan het conflict zelf, en het vermogen zich aan te passen (te kunnen groeien) levert vaak op zichzelf al een (fantasmatische) bevrediging op.

F. DE REELE SUCCESKANS (RSK) VAN EEN SYSTEEM

INLEIDING

Uit ervaring blijkt dat de mooiste schilderijen niet de meest verkochte zijn, dat de firma's die de beste kwaliteitsproducten leveren niet de grootste winstmakers zijn, dat de mooiste films niet het meest beroemd worden, dat de beste ideeën niet meeste kans maken in de politiek, dat de mooiste vrouwen niet de gelukkigste zijn, dat in de rijkste kringen niet het meest schoonmenselijk geluk aanwezig is, dat het niet de geniaalste universitairen zijn die het het verst brengen in het leven, enz. Reeds in de Bijbel staat opgemerkt, dat "de machten van het slechte beter georganiseerd zijn dan de machten van het goede".

Dit fenomeen is zeer belangrijk, en wie in zaken en op politiek gebied het meeste succes wil hebben, moet zich daar zeer bewust van zijn. Zo ook lopen vele idealisten, die echt iets te bieden hebben, een verschrikkelijke ontgoocheling op in het leven.

BEPALING

De reële succeskans van iets is de reële kans die het in de actuele omstandigheden maakt om zijn bestaansdoel te realiseren.

FACTOREN

Hoe komt het, dat mooie kwaliteiten (bv. idealistische bedoelingen, verstand, eerlijkheid) aan een groep of een persoon niet noodzakelijk meer succeskansen geven, en vaak integendeel?

1. Een kwaliteit kan gevaarlijk zijn, omdat de persoon er in een eerste fase te gemakkelijk succes mee heeft, waardoor leerprocessen, die later hun vruchten zullen afwerpen, niet (voldoende) optreden.

Bv. een verstandig kind, dat zich tijdens de middelbare studies niet moet inspannen om te werken, omdat zijn rijke en veelzijdige belangstelling volstaat om op de examens een goede indruk te geven - mist daardoor de kans om stof die hem niet interesseert te LEREN studeren, waardoor hij wilskracht en methode zou leren, zodat hij aan de universiteit, waar veel domme "blokstof" bestaat, erg gehandicapt is.

Bv. een zeer mooie vrouw die al vroeg succes heeft, zodat ze zich niet moet inspannen om andere kwaliteiten tot ontwikkeling te brengen, wat zich later wreekt; haar grote schoonheid brengt haar daarenboven gauw in contact met oppervlakkige mannen, die haar om te beginnen niet trouw zullen zijn, haar intussen in bedenkelijke levenssituaties brengen, en een oppervlakkige mentaliteit bijbrengen.

Dit fenomeen is analoog met de dissynchronie, die bij de evolutie van systemen besproken wordt.

2. Goede ideeën betreffen vaak creatief, nieuwsoortig gedrag. De persoon die het toepast, heeft in dergelijke dingen nog geen ervaring, zodat zijn kans op het maken van fouten heel groot is, veel groter dan die van zijn modale medemensen, die alleen begane paden platlopen.

Een van de manieren om de mislukkingskans van kwaliteitsgedrag te verkleinen, is het volgen der regels van "Verantwoord risico nemen" (zie later). Een van die regels is: contact nemen met mensen die analoge dingen doen, want de kans dat wij gans alleen eraan gedacht hebben, is zeer klein.

3. Kwaliteitszaken zijn vaak van hogere orde, en dus kwetsbaarder. Bv democratie is kwetsbaarder dan chaos of dictatuur, schaatsen is gevaarlijker dan niet schaatsen. Voordat die nieuwe zaken kunnen bestaan op grotere schaal zullen bij de anderen en bij de persoon zelf bepaalde voorwaarden moeten vervuld worden. Dit wordt vaak vergeten door de initiatiefnemer.

4. Kwalitatief hogere zaken brengen op kortere termijn moeilijkheden mee voor de omgeving: de anderen moeten zich aanpassen, ze moeten het inoefenen, en doen ze het niet, dan voelen ze zich bedreigd. Dus ze voelen weerstand en jaloersheid. Dit motiveert hen onbewust voor passieve of actieve sabotage.

5. Macht is een kwestie van getal. Nieuwe kwaliteit is altijd een minderheid. Een doorsnee piano of boek produceren en verkopen is gemakkelijker en goedkoper dan een beter exemplaar. Vandaar dat kwaliteitsproducenten vaak failliet gaan. Er zijn ook meer klanten met een gemiddelde smaak, dan klanten met een verfijnde smaak.

6. Het creatief uitwerken van iets nieuws vergt andere persoonlijkheidskwaliteiten dan het goed "aan de man brengen" ervan. Een groot kunstenaar is niet noodzakelijk een groot manager (meestal niet). En vermits management leren gemakkelijker is (en sneller loont) dan creatief leren zijn, voelen vele creatievelingen zich zo gefrustreerd als hun product "niet goed in de markt ligt", als ze merken dat rommel zoveel meer succes heeft, en minder creatieve mensen zoveel meer verdienen.

GEVOLGEN

Nochtans zullen pogingen tot het doen ontstaan van een hogere kwaliteit, ook al mislukken ze in het begin, mettertijd toch op grotere schaal ingang vinden, niet alleen omdat de voorbeelden, ook al zijn ze mislukt, de anderen beïnvloeden, maar ook omdat mettertijd de verbeteringspogingen toch op grotere schaal zullen optreden, vermits het wellicht "producten van hun tijd" zijn.

Er zijn tal van slimme zakenlieden, die zelf niet het risico dragen om vernieuwende ideeën te lanceren, maar er toch over waken er als de kippen bij te zijn, als iets nieuws succes begint te hebben. Ze nemen het dan over, of komen met een afgekeken doch iets verbeterde of goedkopere variant op de markt. Het creatieve bedrijf Philips lanceerde zo tal van grote elektronische vernieuwingen, die door anderen op grotere schaal werden nagebootst, zodat Philips uiteindelijk het onderspit delfde met zijn eigen (beter) systeem, bv. video.