(versie: 18 augustus 6001)
INLEIDING
Er zijn meerdere manieren om Vrijmetselarij te beleven. Deze houden verband met de persoonlijkheid en de (maçonnieke) leeftijd van de betrokken Broeder, de traditie en de cultuur van zijn werkplaats, de tijdsgeest, de stijl van de obediëntie, en ook met de sociale laag waarbinnen de Vrijmetselarij zich dan en daar genesteld heeft. Elk van deze belevingsstijlen heeft zijn sterke kanten en zijn beperkingen, maar slechts in een globale beleving van al haar sluimerende mogelijkheden komt de Vrijmetselarij als psychocultureel gegeven ten volle tot haar recht. Het is niet verkeerd als men er maar één of enkele aspecten van beleeft. Het is alleen jammer als men er niet alles uit haalt wat men er zou kunnen uit halen, en zoals we zullen zien is het niet zonder gevaar om slechts één dimensie te ontwikkelen en de andere daarbij relatief te verwaarlozen.
Hoe zou men deze diverse belevingsstijlen kunnen beschrijven? Het meest voor de hand liggend lijkt mij wel om te refereren naar de drie fundamentele dimensies van het geestelijk functioneren: denken, doen en voelen, die samen alles omschrijven wat er in de menselijke geest gebeuren kan. Het zal daarom wel niet toevallig zijn dat de drie meest centrale begrippen van de Vrijmetselarij -Wijsheid, Kracht en Schoonheid- o.m. verwijzen naar deze drie essentiële dimensies van de menselijke geest.
EENZIJDIGE ONTWIKKELINGEN
a. voelen
Men kan in de Vrijmetselarij vooreerst een vorm van esthetica zien: prachtige en aangrijpende ritualen, die verwijzen naar en gebruik maken van elementen afkomstig uit de rijkste culturen uit het verleden. Deze ervaring wordt aangevuld met de warme schoonheid van de Broederlijkheid, beleefd als een intense vriendschappelijke gezelligheid die men beleeft in bar en eetzaal, de humor, de leuke en boeiende uitgewisselde nieuwsjes en roddeltjes, de fijne attenties en aandacht voor elkaar, de euforie van de vriendschap, overgoten met wijn, prosits en gezangen. De vriendschappen die in de werkplaats groeien, de afspraken om samen mooie uitstappen en reisjes te organiseren, dit alles getuigt van een esthetica, een gevoel voor het schone in en rondom ons, in de breedste en rijkste betekenis van het woord. Dergelijke maçons noemen zichzelf soms "maçons van den buik", omdat zij niet houden van en niet uitkijken naar meer intellectuele en/of meer "geëngageerde" belevingswijzen. Ze ondergaan in "hun" Vrijmetselarij de schoonheid en grootsheid van het eigen leven. Ze veranderen er wel niet veel door als mens, maar het voegt een indrukwekkende dimensie toe aan hun bestaan, een zweem van belangrijkheid, van edelmoedigheid en van harmonisch opgenomen zijn in een groter geheel. Ze ervaren het maçonnieke decorum als een ondersteunende bevestiging van hun profane levenskeuzes.
"Sommige Vrijmetselaars zoeken het licht, niet om beter te zien, maar om sterker te schitteren!" (Nietzsche)b. doen
Anderzijds kan men in de Vrijmetselarij ook een inspiratie en aanmoediging vinden tot actie en ethische attitudes. De symbolen verwijzen naar en moedigen aan tot een welbepaalde moraal en ethiek, tot een sociaal verantwoordelijkheidsgevoel dat zich uit in liefdadigheid, politieke initiatieven, onderlinge steun bij deze roeping en het gezamenlijk streven om de sleutelposities van de samenleving in te nemen. Ja, de loge zelf kan een instrument van bewustwording en organisatie worden in deze sociale projecten: een oord van informatie en bezinning, ja indoctrinatie voor het goede doel, een structuur voor onderlinge steun en opvang. Soms kan men zelfs zo ver gaan om in elk symbool een soort moreel principe te gaan zien: de passer voor het beheersen van de eigen driften, de winkelhaak voor de rechtvaardigheid, en meetlat voor de organisatie, de witte handschoenen voor de vlekkeloze intenties, enz. Deze actiegerichte broederlijkheid kan verschillende vormen aannemen.
(1) In zijn eenvoudigste vorm enkel gericht zijn naar de logebroeders zelf: een solidariteit voor elkaar, elkaars weduwen en wezen.
Ze kan echter veeleisender zijn en naar buiten treden:
(2) In zijn brave, relatief probleemloze vorm is het sociale liefdadigheid, zoals feesten organiseren voor het vergaren van steungelden voor weeshuizen, scholen, ouderlingengestichten en andere sociale initiatieven. Maçonnerie als ideale burgerzin, desnoods ook militair.
(3) In zijn minder brave, meest geëngageerde vorm is het een politieke actie, die direct gericht is naar het beïnvloeden van onze samenleving, om het "slechte" te voorkomen en te bestrijden, en het "goede" te vestigen en te handhaven.
c. denken
En, ten derde, kan de Vrijmetselarij ook een voedingsbodem zijn voor reflectie, filosofische vraagstelling, intellectuele en zelfs metafysische verdieping. Vrijmetselarij is immers toch een soort natuurlijke eeuwige wijsheid, een religie in de niet-godsdienstige, niet-confessionele zin van het woord. Anderson beschreef dit aspect bij haar oprichting ondubbelzinnig in de Oude Plichten, Hfst 1, Art 1:
Een Vry Metzelaar is verpligt de Zede-Wet te gehoorzaamen, en zoo hy de Konst in de grond verstaat, zal hy geen domme Atheïst, nogte ongodiste Vry-Geest, maar een eerlyk, goed, opregt en getrouw Man zyn, door wat voor benaaminge of Geloof dezelve ook zoude konnen onderscheiden werden;In deze verdiepingspogingen kan men enkele niveaus onderscheiden.
(1) Vooreerst de allerelementairste, laagste vorm die zelfs amper van een "verdieping" getuigt, waarbij men namelijk het geheel ziet als een moreel systeem dat de mensheid verheft tot een ideaal van vrede en liefde, rechtvaardigheid, verdediging van het vaderland tegen het despotisme en de verdrukking, universele idealen waar eigenlijk iedereen achter kan staan. De populaire moralisaties worden gewoon overgenomen, eventueel ontdaan van een te christelijke connotatie.
(2) Een hoger niveau van reflectie is het "esoterische" niveau: men vergelijkt de maçonnieke symbolen met andere geestelijke belevingsvormen zoals Kabbala, primitieve westerse en oosterse culturen en godsdiensten, een soort eeuwige, "perenniale" wijsheid en wijsbegeerte, een (her)ontdekking van de universele wijsheid die men overal terugvindt, maar die in de vrijmetselarij misschien haar "zuiverste" vorm bereikt heeft, omdat zij daar niet verweven is met filsofische en religieuze dogma's en constructen. Deze benadering vraagt veel lectuur, maar niet echt kritische invraagstelling. Meestal beperkt men zich tot het leggen van associaties, en brengt een beetje alles in verband met alles.
(3) Het volgende niveau van intellectuele verdieping, dat al veel meer onverdroten intellectuele arbeid vergt, is de "historische" benadering. Men tracht de Vrijmetselarij te begrijpen vanuit haar historische achtergronden. Historiciteit wordt als synoniem geïnterpreteerd van authenticiteit. Dus niet meer het ongebreideld fantaseren van de moralisten en de esoterici, maar gedegen, kritisch onderzoek, met enkel geloof in authentieke voorwerpen, afbeeldingen, documenten en verifieerbare referenties. In een conflict tussen heden en verleden heeft het verleden steeds gelijk, omdat het dichter bij de "oorsprong" staat, en dus per definitie meer doordrongen is van de oorspronkelijke intenties en boodschappen. Recentere zaken zijn hineininterpretierungen, falsificaties, projecties, niet-originele toevoegingen, fantasietjes en wishful thinking. Om niet te zeggen verontreinigingen. Een orthodoxe kosjer-houding die geen compromissen toelaat. Alleen wat oud is echt is, en hoe ouder des te echter. Alleen bij de bron is het water zuiver, stellen de aanhangers van deze strekking.
Elk van deze "aparte" stijlen is onvermijdelijk van alle tijden, en in elke loge kan je ongetwijfeld Broeders vinden die één van deze stijlen met geestdrift beoefenen. Ook tijdens je eigen maçonnieke leven zal je waarschijnlijk voelen dat er bij jou progressief een accentverschuiving optreedt, naargelang je aan andere waarden in het leven meer aandacht gaat schenken. Trouwens, zonder simplistisch grenzen te willen trekken kan je gerust stellen dat elke graad een ander aspect van de triade "Wijsheid, Kracht, Schoonheid" benadrukt: de Leerling de Wijsheid met de fundamentele inzichten van groei en zelfvertrouwen, de Gezel de Kracht met een aangescherpt gevoel voor werk- en evaluatievaardigheden, en de Meester de Schoonheid met zin voor afwerking en resultaat, gevoel voor continuïteit en trouw aan eeuwige waarden, en een houding van "onontmoedigbaarheid" zelfs niet door de grootst mogelijke tegenslag.
FASEN IN DE GESCHIEDENIS VAN DE VRIJMETSELARIJ
Nochtans meen ik dat in het verleden elk van deze drie stijlen de maçonnerie voor lange tijd gedomineerd heeft, hetgeen blijkt uit verslagen, teksten, en tendensen om aan de maçonnieke symbolen, werkwijzen en structuren een specifieke richting te geven. Zo heb ik het gevoel dat tijdens de eerste eeuw, de achttiende, Schoonheid centraal stond, tijdens de tweede eeuw, de negentiende, Kracht meer en meer op de voorgrond kwam, en tijdens de twintigste eeuw het aspect Wijsheid predominant werd. De grenzen liggen natuurlijk niet scherp, en een nieuw accent kondigt zich reeds aan tegen het einde van de vorige eeuw, terwijl het vroegere duidelijk nog enige tijd nawerkt in de volgende eeuw. Daarenboven zullen er steeds wel Broeders en werkplaatsen geweest zijn die van deze globale tendensen afweken, zodat een te kortzichtige observatie wel eens een andere indruk kan geven. Maar de dominante tendensen zijn naar mijn overtuiging zeer duidelijk: elke eeuw had háár maçonnerie, en dit hield uiteraard verband met de geest van de tijd.
1. Achttiende eeuw
Schoonheid domineerde in het begin. Het was de Broeders toen hoofdzakelijk te doen om de kwaliteit van de subjectieve beleving. In die eerste eeuw werden trouwens de ritualen steeds verder ontwikkeld, vaak met een indrukwekkende intuïtie en creativiteit. Niet alleen de drie basisgraden, maar een hele reeks van dertig "hogere graden" en even talloze "nevengraden" kwamen tot ontwikkeling. Men verhuisde van het achterzaaltje van een herberg naar een fraaie tempel. Vrijmetselarij leek een boeiend, grandioos, schitterend spel, waarin de toenmalige leden, hoofdzakelijk uit de adel en later uit de begoede burgerij, aan hun leven een schitterende dimensie wisten te geven.
2. Negentiende eeuw
In de loop van de negentiende eeuw werd het echter allemaal veel ernstiger. Gestuwd door het groeiende liberale zelfbewustzijn, de nooit eerder gekende krachten van wetenschap, technologie en nijverheid, sloeg men de hand aan de sociale ploeg. Kracht! Actie! Reeds de Franse Revolutie en de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring roken wat naar maçonnerie, maar vooral in de negentiende eeuw werd de samenleving grondig aangepakt. In de Angelsaksische landen, vooral Amerika, evolueerde dit naar liefdadigheid op grote schaal. De maçonnerie is daar het prototype van de sociaal-geëngageerde serviceclub, met solidariteitsfondsen, liefdadigheid, weeshuizen, ouderentehuizen. Wat in Europa vooral een christelijke en sociale realisatie was, werd in Amerika door liefdadigheid ingevuld. In Europa daarentegen, vooral dan in het Latijnse deel van het continent, werd een steeds meer uitgesproken sociaal-politiek engagement gepredikt, dat mettertijd steeds antiklerikaler werd, als gevolg van de poging van de kerk om de maçonnerie uit te schakelen via een, voor haar helaas mislukte, banvloek. Maçonnerie werd steeds meer synoniem van politieke bewustmaking, de ritualen werden gereduceerd om plaats te ruimen voor bewogen bouwstukken, en uiteindelijk werden zelfs Bijbel en God afgevoerd uit de symboliek.
3. Twintigste eeuw
Tijdens de twintigste eeuw kwam Wijsheid, met haar zoeken naar historische zekerheden en de juridische correctheid van statuten, steeds meer boven water. In de negentiger jaren van de negentiende eeuw was de Londense studieloge Quatuor Coronati ontstaan, die komaf wilde maken met al die fantaisistische verhaaltjes en mythes, en de objectieve waarheid en authentieke stukken weer opgraven. Steeds meer boeken boordevol historische gegevens, het ene al degelijker dan het andere, verschenen. Van haar kant zwakte de sociaal-politieke actie-attitude langzaam af, omdat stilaan duidelijk werd dat de gang van zaken in de wereld steeds meer beïnvloed werd door globale actoren (wereldoorlogen, multinationals, globale cultuur), eerder dan door de lokale besturen. De Studentenrevolte, Amnesty International, Greenpeace, Gaia en de media hebben de rol der maçonnieke cenakels duidelijk overgenomen. Mettertijd ontstond ook onvermijdelijk een spanning tussen de Angelsaksische hoofdstroom en de liberale, continentale maçonnieke variant. Brieven circuleerden tussen New-York en Londen enerzijds, en Parijs en Brussel anderzijds over de precieze vraag "Staan Bijbel en God nog centraal in de maçonnieke symboliek? Ja dan neen?" en "Wordt de toegang aan Broeders die God en de Bijbel niet centraal stellen ontzegd, ja dan neen?" De rest telde niet mee. Zo belandde in twee golven (1959, 1979) de overgrote meerderheid van de Latijnse maçonnerie in de irregulariteit, omdat zij in de loop van de 19de eeuw een te concrete invulling gaan geven was aan het maçonnieke ideaal dat, per definitie, niet-concreet is. En vandaag nog beschuldigen beide partijen elkaar van intolerantie, de grootste maçonnieke zonde.
Hoewel elk van deze belevingswijzen zijn subjectieve en objectieve waarden en voordelen heeft (gehad), en bewezen dat de maçonnerie tot op grote hoogte geslaagd is in haar opzet, kan je het ook als jammer bestempelen dat andere potentiële rijkdom aan vele Broeders voorbijgaat. De relatieve onderontwikkeling van de andere dimensies van de maçonnerie heeft ook misschien voor gevolg dat het aspect, dat wél flink ontwikkeld is, door zijn eenzijdigheid enigszins hypertrofieert, omdat het niet in evenwicht gehouden wordt, bijgestuurd en gevoed door de andere dimensies.
Immers, de geschiedenis heeft aangetoond dat Schoonheid, zonder Kracht en Wijsheid, de maçonnerie kan laten ontaarden in een gezellig sociaal spel, los van de diepere realiteit van het bestaan. Dat Kracht, zonder Wijsheid en Schoonheid, leiden kan tot een overwaardering van de directe doelstellingen, en actuele strijdpunten met diepere idealen verwart. En dat Wijsheid, zonder Schoonheid en Kracht, de maçonnerie kan reduceren tot een intellectueel en/of juridisch steekspel, waarbij het Grote Gelijk moet bewezen worden, want dat kan maar in één kamp liggen.
NAAR EEN GLOBALERE BELEVINGSWIJZE
Hoe zou een meer globale, meer integrale Vrijmetselarij er kunnen uitzien, d.w.z. een maçonnerie waar zowel het streven naar Wijsheid, Kracht en Schoonheid tot volwaardige takken aan de maçonnieke boom ontwikkeld zijn? Deze vraag kan hier niet uitvoerig beantwoord worden: het is juist de bezinningsopgave van elke huidige en komende Maçon en elke werkplaats die wil stilstaan bij de symboliek en de mythes van elke graad.
Laten wij echter hopen dat de maçonnerie in de loop van de 21ste eeuw niet verder door zou gaan met één der vroegere eenzijdige accenten, maar pogen een globale, vollediger aanpak te ontwikkelen. Mogen Wijsheid, Kracht en Schoonheid elk hun eigen inbreng en kwaliteiten maximaal ontwikkelen, en dit minstens om twee redenen:
1. Elke belevingswijze apart heeft haar inspirerende, stimulerende en ontroerende rijkdom. Het zou jammer zijn als wij als Maçon slechts één of enkele aspecten van de maçonnerie zouden ontdekken, te meer omdat we er spontaan toe neigen om vooral dát aspect te cultiveren dat het meest in het verlengde van onze persoonlijkheid ligt, en daarbij de andere belevingsvormen, die misschien de meeste groeiprocessen zullen vereisen, wat kunnen verwaarlozen. De vrijmetselarij zou dan niet meer doen dan ons bevestigen in wat we al kunnen, maar datgene wat voor ons het heilzaamst zou kunnen zijn zou op die manier aan ons voorbijgaan. De maçonnieke arbeid dreigt dan vooral de uitbouw te zijn van wat we al kunnen, we bewerken dus dat vlak van onze steen die al het meest bewerkt en geëffend is, maar de andere vlakken blijven in de schaduw, verholen voor het maçonnieke Licht.
2. Als de drie dimensies even vruchtbaar worden ontwikkeld, dan houden ze elkaar in evenwicht, inspireren en corrigeren ze elkaar. We hebben uit de geschiedenis immers geleerd hoe een dimensie, als men ze apart laat hypertrofiëren, neigt tot bepaalde uitwassen die niet zouden zijn opgetreden als de andere dimensies ook sterk tot ontwikkeling zouden gekomen zijn. De Koninklijke Kunst dreigt bv. een fraai en leuk sociaal spel (Schoonheid) te worden als de actieve dimensie, de Kracht, wordt vergeten; allerlei niet-maçonnieke frasen en verzinsels, soms eerder profaan dan maçonniek, dreigen ons bewustzijn hierbij te benevelen als de studie (Wijsheid) ontbreekt. Of de inzet en het engagement (Kracht) dreigen te verharden tot een sociaal-politieke actie, als het gevoel voor de onverwoordbare waarden en symbolen (Schoonheid) wordt veronachtzaamd en de studie (Wijsheid) gereduceerd tot het betoog dat deze actie schijnt te rechtvaardigen. Of de theoretische en historische bespiegelingen (Wijsheid) dreigen steriel te worden, de tastbare grond te verlaten en weg te gaan zweven als de concrete beoefening van de ware Broederlijkheid (Kracht) en een bezinning over de onverwoordbare maar toch eeuwige, essentiële waarden (Schoonheid) op de achtergrond geraken.
Laat ons dus zoeken naar een maçonnieke belevingsvorm waarbij we (1) doordringen tot in de diepste raadselen en netwerken van bestaan, kosmos en leven, (2) ons aangegrepen, gesterkt en ontroerd voelen door de pracht van de ritualen en de warmte van de Broederschapsbeleving, waardoor we (3) energie en steun voelen om, elk in onze eigen leef- en werkwereld, een evolutie in gunstige zin op gang te brengen en te bevorderen, zodat we de wereld rondom ons mooier achterlaten dan wij hem gevonden hebben.
CONSEQUENTIES
In praktijk betekent dit dat wij in onze Broederschap voortdurend zullen merken dat elk van ons naar een andere dimensie neigt. Twee foutieve reacties moeten we daarbij vermijden:
De eerste bestaat erin dat wij onze visie, onze interpretatie, het door ons spontaan gelegde accent als het enige, zoniet het belangrijkste beschouwen. Want zoals gezegd kan dit heel bevestigend zijn voor de eigen persoonlijkheid, temperament en levensstijl, maar de kans is groot dat we datgene missen wat de vrijmetselarij ons het meest zou kunnen bijbrengen, namelijk de Steen daar bewerken waar hij nog het minst bearbeid is. Ook beschouwingen in de zin van "dat we nu eenmaal zo zijn", "dat de andere stijlen ons niet liggen" en dat we overigens "het recht hebben om onszelf te zijn" zijn gevaarlijk in de zin dat het vooral excuses zijn om datgene waar we ons in het begin niet zo goed bij voelen eerder als minder belangrijk van de hand te doen. Elk nuttig leerproces, zowel in de professionele bekwaamheid, sport, de kunst of wat dan ook dat ons verrijken kan begint vaak met een aanvankelijk wat moeizaam lijkend leerproces.
De tweede fout is dat we die Broeders, die tussen deze verschillende belevingswijzen niet dezelfde natuurlijke voorkeur vertonen als wijzelf, als storend, vervelend of "naast de kwestie" zouden afwijzen, of ons aan hun inbreng en geboeidheid ergeren. Als we in de maçonnerie vooral een groeikans zien (en dat zal "werken aan de eigen steen" toch ook sterk suggereren), dan zijn het paradoxalerwijze vooral die Broeders die naar andere accenten neigen juist diegenen die ons het meest kunnen inspireren tot een groeiproces van die kenmerken die anders in de schaduw blijven. Zeker, onze "geestegenoten", onze "zusterzielen" zullen ons op het eerste gezicht het meest aantrekken, want zij bevestigen wat intuïrief reeds sterk aanwezig is in ons. Maar de andere Broeders zijn op termijn misschien de nuttigsten, omdat zij ons het meest herinneren aan wat wij dreigden te vergeten, en ons in die richting kunnen inspireren en stimuleren.
Laat ons dromen van een allesomvattende maçonnerie, die wij met de naam "spiritueel" willen aanduiden, hoewel andere namen mogelijk zijn, zoals gnostisch, globaal, evenwichtig, harmonisch, multidimensioneel, enz. Belangrijk hierbij is te beseffen dat de term "Spiritualiteit" geen synoniem is van kennis, want dan zou het ook naar "Wijsheid" refereren en dus weer slechts een eenzijdige belevingsvorm zijn. Neen, de diepere betekenis van de term "spiritualiteit" geeft duidelijk aan dat de belangrijkste dingen des levens niet onder woorden kúnnen gebracht worden, maar enkel aangevoeld, en dat de enige manier om iets waarlijk te beseffen de ervaring is. Evenals het oude begrip 'gnosis' is spiritualiteit dus het samengaan van denken, doen en voelen, van Wijsheid, Kracht en Schoonheid.
Laat ons dus hopen op een Vrijmetselarij die, zoals Anderson ze beschreef in 1723, "het middelpunt van vereniging is, en tevens de weg baant tot het stichten van een ware vriendschap tussen personen, die anders nooit omgang met elkaar konden gehad hebben." Laten wij allen, hoe anders wij ook geaard en ontwikkeld zijn, onze inbreng aanvoeren, opdat Wijsheid, Kracht en Schoonheid elk afzonderlijk rijk ontwikkeld, maar samen in evenwicht zouden zijn.
En wie weet zullen we aldus gaandeweg nóg beter begrijpen wat onze mythische stichters in een ver verleden intuïtief aanvoelden. Want het is weinig waarschijnlijk dat wij hiermee de ultieme betekenis doorgrond hebben...