0000-0999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

0500 Historiek

HISTORIEK DER ONTWIKKELING

VAN DE INTEGRATIEVE PSYCHOLOGIE
EN DE ACADEMIE TE GENT

 

De idee voor de persoonlijkheidsvormende trainingen en opleidingen tot psychotherapeut en psychologisch consulent (Am. "counselor", Eng. "counsellor") volgens een integratief model, zoals zij thans gegeven worden aan de Academie voor Integratieve Psychologie, groeide progressief.

  

1972

Tijdens zijn opleiding als zenuwarts en psychotherapeut, werd dr Kris Roose getroffen door twee belangrijke zaken:

 

Vooreerst leek het hem dat de psychische problemen, die hij te behandelen kreeg, niet zozeer voortsproten uit bepaalde "ziekten" of trauma's, waarvan de oorzaak moest opgespoord en vervolgens bestreden worden, maar eerder uit een onvermogen bij de patiënt-cliënt om de hem beïnvloedende factoren in het leven doeltreffend aan te pakken, en daarenboven zijn onvermogen om de eigen persoonlijkheid in de gewenste zin te laten evolueren. Het begin van de zeventiger jaren, na mei '68, kende ook de explosie van de Humanistische Psychologie, met grote namen als Rogers, Maslow en Ellis, en daardoor werd in de wereld van de psychiatrie en de psychotherapie het ziektemodel langzaam vervangen door het groeimodel.

 

Hij ging op zoek naar doeltreffende methodes om zijn cliënten te ondersteunen in dit groeiproces. Door een gelukkig toeval kreeg hij vanaf het eerste ogenblik een vrij grondige opleiding in drie doorgaans als tegenstrijdig geachte psychiatrische methodes: de psychofarmacologie, de psychoanalyse, en de gedragstherapie. De duidelijke successen die met deze drie methodes bereikt werden, alsook de complete onverzoenbaarheid van de theorieën waarmee deze successen verklaard werden, stemden hem tot nadenken, en deden het vermoeden rijzen dat de onverzoenbaarheid van deze theorieën wellicht slechts schijnbaar was, en dat het mogelijk zou moeten zijn een completere, genuanceerdere en coherente theorie uit te werken, waarmee de effecten van deze afzonderlijke benaderingen op coherente manier konden verklaard worden

 

Twee strevingen sproten hieruit voort: vooreerst een poging om in zijn psychotherapieën steeds meer te evolueren naar het aanleren van "levenstechnieken" i.p.v. het behandelen van ziekten, en anderzijds een poging om stapsgewijs te komen tot de formulering van een theoretische synthese tussen de onverzoenbare psychologische scholen. Deze synthese van inzichten noemde hij zelf "integratie", ter onderscheiding van de term "eclecticisme", waarmee een oppervlakkige vermenging van psychotherapeutische technieken werd bedoeld.

 

Daartoe nam hij bewust deel aan diverse opleidingen, trachtte de werkzame elementen die hij hierin meende te onderkennen in een aangepaste vorm in te bouwen in zijn psychotherapieën, en intussen een "geïntegreerd" theoretisch kader uit te bouwen op basis van zijn ervaringen in opleiding en zelf gegeven therapieën, en van de gegevens uit de literatuur.

  

1973-1977  

Zo volgde hij vrij grondige opleidingen in de psychoanalyse (VUB), gedragstherapie (KUL), gestalttherapie (John Krop, Nederland en USA), gezinstherapie en systeemdenken (Interactieacademie te Hove, thans te Antwerpen), Sensitivity Training (Ian Pitstick en Prof. De Cock, KUL en Seghers Training te Estepona, Spanje), bio-energetica (CDPH te Parijs), en Transactionele Analyse (VITA te Antwerpen). Via de literatuur, omdat opleidingsinstituten hiervoor toentertijd ontbraken in onze streken, verdiepte hij zich daarenboven in de Rogeriaanse benadering, die weldra een basisbestanddeel werd van elke individuele psychotherapievorm, de Rationeel-emotieve therapie van Ellis en Diekstra, de benaderingswijze van Maslow, de autogene training van Schultz, de psychosynthese van Assagioli, en, zij het zeer summier, in de primal scream van Janov. Verder had hij nog oppervlakkige contacten met enkele niet-professionele psychologische trainingsvormen, zoals Transcendente Meditatie, en de werken en trainingen van Dale Carnegie.

 

De door hem toegepaste psychotherapie evolueerde tot een tweefazig gebeuren, waarbij de eerste fase onmerkbaar in de tweede overvloeide. Tijdens een eerste fase wordt vooral symptoomverlichtend gewerkt, door een combinatie van medicatie en vaak gedragstherapie, en patiënt wordt begeleid in een bewustwordingsproces dat er bewuste procedures en strategieën bestaan, om zijn problemen op te lossen. In een tweede fase wordt dan gepoogd deze strategieën aan te leren.

 

Deze tweede fase, die hij in het begin individueel deed, noemde hij "structuurtherapie". De persoonlijkheid werd namelijk geherstructureerd tot minder neurotische functionerings- en interactiepatronen. Daartoe werden de werkzaamste technieken aangewend, die hij in die diverse psychologische richtingen had leren kennen en gebruiken. Deze manier van werken zou vandaag omschreven worden als Cognitieve Gedragstherapie.

  

1978 

Buiten enkele duidelijke successen, bleek de tweede, individueel toegepaste "lerende" fase echter over het algemeen niet zeer doeltreffend, zodat hij naar andere methodes begon uit te zien. Op die manier werd uiteindelijk gekozen voor een groepsmethode, daar waar hij groepswerk aanvankelijk als teveel afreagerend en compenserend, en te weinig "lerend" had bestempeld. De structuurtherapie, doch nu toegepast als groepstraining, bleek van meet af aan een duidelijk succes te zijn, en ving de zwakke kanten van de individuele benadering op. Tevens bood zij het grote voordeel, dat personen die geen "patiënt" waren, er eveneens konden aan deelnemen.

 

Sinds 1978 werden er aldus jaarlijks gemiddeld twee basistrainingen gegeven, met telkens 10 à 15 deelnemers, geleid door 2 trainers, meestal een man en een vrouw. Met zijn aanvankelijke medewerkers vormde hij de "Akademie voor Persoonlijkheidstraining" (APT). Deze naam werd reeds in 1980 gewijzigd.

  

1980

In de daaropvolgende jaren werden ook seminaries voor oud-deelnemers van de basistrainingen ingericht, waarbij specifiekere psychologische vaardigheden zoals sociaal contact, het leerproces, non-verbale communicatie, spreken in het publiek, nader werden bestudeerd. Tevens ontstond er in 1980 een continue groeigroep "Genootschap voor Levenskunst", GLK), waartoe oud-deelnemers van de basistrainingen konden toetreden. Hier werden de basistechnieken verder uitgewerkt, en in verbeterde vorm in de basistraining weer ingebouwd.

 

Door de toenemende diversiteit der activiteiten, en tevens om zich duidelijk te distantiëren van niet-professionele, commerciële "trainings"-instituten, werd de naam van het instituut eerst gewijzigd in "Akademie voor Levenskunst" (ALK), en later in "Akademie voor Geïntegreerde Psychologie" (AGP), omdat het woord "integratief" nog steeds niet in het Groene Boekje stond. Maar toen het gebruik van dit woord algemener werd, werd vanaf 1985 dan toch de naam "Academie voor Integratieve Psychologie" (AIP) aangenomen, ondanks het feit dat op dat ogenblik het Groene Boekje deze naam nog steeds niet vermeldde.

  

1985

Van meet af aan werd naar een zo objectief mogelijke toetsing der bereikte resultaten gestreefd. Daartoe legden de deelnemers vanaf de tweede trainingscyclus een MMPI-test af, telkens voor, tijdens, en na de training, alsook na minstens 6 maanden follow-up. Later werd hieraan de NPV-test toegevoegd, en onlangs de POI-test van Shostrom, deze laatste omdat het een der zeldzame tests is die de persoonlijkheid op een positieve wijze benadert, daar waar de eerste twee tests eigenlijk een peiling naar de aanwezigheid van pathologische tendensen uitvoeren. Deze resultaten wijzen ondubbelzinnig op een zeer significante deneurotisering, en een duurzaamheid van het effect, vermits er na 6 tot 12 maanden follow-up nog steeds groei merkbaar is. Ook wordt getracht om, o.m. via licentiaatverhandelingen in samenwerking met de faculteit psychologie van de (R)UG, een diepere kritische evaluatie te maken van theorieën, werkwijzen en resultaten.

 

Op dat ogenblik bestond de basiscursus uit 20, meestal wekelijkse dagdelen, waaronder een weekend. Er zijn gemiddeld 12-15 deelnemers tussen 20 en 40 jaar, mannen zowel als vrouwen. De deelnemersgroep bestaat voor een klein deel uit personen die een individuele psychotherapie gevolgd hebben. Verder zijn er studenten uit de menswetenschappelijke richtingen (psychologie, paramedisch). Eigenlijke reclame werd tot in 1985 niet gemaakt. De meesten meldden zich aan na spontane mondreclame.

 

In dat jaar werd ook het boek Het geheim van het geluk - een handreiking voor succesvolle zelforganisatie gepubliceerd, uitgegeven door Kluwer. Het vertrok van de lessen die in de basiscursus gegeven werden. Auteurs: Kris Roose en medewerker Bruno Van Brandt. Tevens werd gestart met het Tijdschift voor Integratieve Psychologie, waarvan de theoretische bladen konden geklasseerd worden als een groeiende systematische verzameling van teksten over integratieve psychologie. Vanaf het ontstaan van internet werd dit tijdschrift langzamerhand vervangen door deze continu bijgewerkte website.

 

Rond die periode kreeg ook de opleiding van psychotherapeuten meer en meer gestalte. In het begin bestond dit uit studieavonden, gegeven voor medewerkers en geïnteresseerden van buiten het centrum, die allen wel de basiscursus hadden gevolgd. Weldra werd dit echter uitgebreid met rollenspel met videofeedback en met verplichte literatuur.


Intussen was in New-York de SEPI gevormd (Society for the Exploration of Psychotehrapy Integration), die zich steeds meer profileerde als een internationale vereniging.

  

1990

Vanaf dat jaar ging dr Kris Roose werken als deeltijds consulent aan de VUB, psychiatrie, nadat hij zijn job als hoofdgeneesheer van een psychiatrisch ziekenhuis had opgegeven terwille van zijn privé-praktijk en zijn activiteiten binnen de Academie. In Brussel werd hem de opleiding en de supervisie van jonge psychotherapeuten toevertrouwd, en het eerste jaar in Gent gold tevens als basisjaar voor deze opleiding.

 

Tijdens deze periode zag ook de Belgian Society for Integrative Psychotherapy (BSIP) het licht. Deze organiseerde drie jaarlijkse congressen: in Louvain-la-Neuve (UCL), te Brussel (VUB) en te Leuven (KUL). Medestichter Prof. Willy Szafran en Dr. Kris Roose namen in naam van deze vereniging als sprekers ook deel aan internationale congressen in Londen, o.a. het SEPI-congres, en in Rome. Na een vijftal jaren ging deze Belgische vereniging echter ter ziele, wegens gebrek aan belangstelling aan Franstalige zijde. Ze werd een 8-tal later opgevolgd door de V.V.I.P. (2003)

  

1992  

Dr Kris Roose behoorde tot de stichtende leden van de BVP (Belgische Vereniging voor Psychotherapie, in het Frans ABP), lid van de Europese EAP, opgericht in 1990.

  

1994-1997 

In deze periode werd een experimentele secundaire school opengehouden (Huxleycollege, 15-20 leerlingen van 12 tot 18 jaar), gebaseerd op de principes van de integratieve psychologie. Hoewel het aantal inschrijvingen bleef stijgen, werd de school eind 1997 gesloten, omdat, aangetrokken door de goede studieresultaten, zij gans overspoeld werd door inschrijvingen voor het laatste jaar van leerlingen die elders mislukt waren, en alsnog een humanioradiploma wilden halen via een soort Tweedekansonderwijs, wat incompatibel was met de pedagogische idealen die de school koesterde.

  

1995

De opleiding tot psychotherapeut werd geheroriënteerd naar 2 mogelijke diploma's, namelijk psychotherapeut of psychologisch consulent, al naargelang de vooropleiding van de kandidaat. De eigenlijke opleiding bleef echter dezelfde.

 

1999 

Om te blijven beantwoorden aan de hoogste kwaliteitscriteria voor de opleiding tot psychotherapeut, werd de opleiding verlengd van 3 tot 4 jaar, dus nog 3 bijkomende jaren na het basisjaar. In het eerste jaar gaat de aandacht vooral naar de bewust hanteerbare, "rationele" psychologische begrippen en interacties, in het tweede jaar hoofdzakelijk naar de onbewuste en emotionele inhouden van de menselijke geest

 

Er werd tevens begonnen aan het uitbouwen van websites, zowel in het Engels als in het Nederlands, en dit ter vervanging van het sinds 1985 jarenlang gepubliceerde Tijdschrift voor Integratieve Psychologie.

 

2001

Twee oud-studenten van de Academie, Didier Vanhee (klinisch psycholoog) uit Koekelare-Oostende, en Philippe Vrancken (orthopedagoog) uit Zoersel-Antwerpen (Berchem), nemen het initiatief tot het stichten van een lokale afdeling van de Academie. Op enkele jaren tijd hebben zij elk zoveel studenten als de moederafdeling in Gent, zodat ons effectief op die enkele jaren verdrievoudigde. De afspraak is dat deze drie centra dezelfde naam dragen maar autonoom zijn. Elk denkt creatief na over mogelijke verbeteringen in het curriculum. Doch dank zij het principe van de integratie worden alle vernieuwingen die vruchtbaar zijn gebleken snel overgenomen door de andere centra, zodat er geen divergentie optreedt, maar integendeel een inspirerende onderlinge verrijking.

 

2003 

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de AIP wordt de Vlaamse Vereniging voor Integratieve Psychologie (V.V.I.P.) opgericht. Deze neemt de draad weer op van de Belgian Society for Integrative Psychotherapy (BSIP), in 1990 opgericht, eveneens door Dr Kris Roose. Ook het logo van de BSIP wordt overgenomen.

  

2006

De christelijke mutualiteiten (CM), het eerst regio Dender, beginnen met het erkennen van individuele psychotherapeuten, het eerst jeugdtherapeuten (later tot de leeftijd van 25 jaar).

 

2007

Op vraag van veel cursisten wordt een specialisatiejaar kinder- & jeugdpsychotherapie ingericht, dat afwisselend in de verschillende centra georganiseerd wordt

 

2008

Met een symposium over het verwerken van psychotrauma's, o.m. met de EMDR-methode, werd de dertigste verjaardag van de AIP gevierd, in aanwezigheid van een honderdtal studenten en oud-studenten. De opleiding in Gent wordt uitgebreid met een spcialisatiejaar voor coaching (Talent Management), met inbegrip van het ontwikkelen van de synergische stijl van samenwerking, op basis van integratieve communicatie, elders ook wel aangeduid met termen als sociocratie, holocratie, consensus/consent-bestuur, open democratie, peer-to-peer, participatory governance, enz.


In dit jaar wordt ook beslist dat de CM automatisch de door ons erkende diploma's van psychotehrapeut zal aanvaarden.

 

2010

De AIP wordt formeel erkend door de BVP/ABP, waarvan dr Kris Roose trouwens stichtend lid is. De onderhandelingen met de EAIP (European Association for Integrative Psychotherapy, gesticht in 1993) worden aangevat.

 

2012
Wegens de uitbreiding van onze activiteiten naar Nederland, wordt de VVIP omgedoopt tot de BNVIP (Belgisch-Nederlandse Vereniging voor Integratieve Psychologie en psychotherapie), met dr Kris Roose als voorzitter.
 
2013
In juni gaf Dr Roose een presentatie op het jaarlijkse SEPI-congres, dit jaar in Barcelona. De titel was "Integration as a scientific method for psychology".
 
Om persoonlijke redenen van gezondheid, leeftijd en andere prioriteiten, neemt dr Kris Roose na 35 jaar onvermoeibare inzet per 1 juli ontslag uit al zijn verantwoordelijkheden en activiteiten binnen de AIP en de BNVIP. Zijn overtuiging van de superieure waarde van integratie als wetenschappelijke en psychoanagogische methode blijft echter onaangetast.