0000-0999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

Noösfeer (bewerking)

 
Klp

 

7 augustus, jaar 42.017
sinds begin Noösfeer

Uitgangspunten

Bepalingen

De term Noösfeer verwijst naar de "bovenlaag" op intelligent bewoonde planeten van de kosmos, waaronder de planeet Aarde, volgens de inzichten van evolutiegeleerden zoals Pierre Teilhard deE Chardin (TdC), Julian Huxley, Vladimir Vernadski, e.a. Hiermee wordt het intelligente stuursysteem bedoeld waardoor het huidige, wellicht laatste stadium van de kosmische evolutie, nl. de socialisatie van de hele planeet en uiteindelijk van de kosmos olv de denkende systemen zoals de mens, geleid wordt.

De term Ontwikkelingsgenootschap (OG) verwijst naar een bouwsteen van de Noösfeer, een reflecterende groep mensen, die op geregelde tijdstippen samenkomen om de allerdiepste intelligente activiteit te ontwikkelen die voor mensen mogelijk is, namelijk reflectie over de diepste zin van hun bestaan, en elkaar bij te staan om de opgedane inzichten in de praktijk te beleven. [Misschien is de term "OG" niet sonoor en gebald genoeg om populair te worden, en moeten we mettertijd een betere vinden.] Zij vormen dus een genootschap in de diepste zin van het woord, en werken op 2 toepassingsgebieden: de ontwikkeling van (1) zichzelf en van (2) die subgroepen van de samenleving waar zij invloed op (kunnen) hebben, zoals hun relatie, hun gezin, hun werkkring, de sociale groepen waar zij lid van zijn, enz.  We zullen straks zien dat deze twee "verschillende" activiteiten in feite twee dimensies zijn van dezelfde activiteit, en dat de ene met zonder de andere kan. Overigens ontbreekt nog een exacte en algemeen aanvaarde term voor dergelijke groepen, vandaar de vele andere ouderwetse termen die gebruikt werden door de primitieve voorlopers van dit intellectueel streven, zoals loge, kapittel, cel, groeigroep, denkgroep, leesgroep, sekte, enz.

De term Noösfeerbeweging verwijst naar de neiging bij een aantal intellectueel ontwikkelde mensen die de Noösfeerinzichten duidelijker aanvoelen, om die nu reeds in de praktijk te brengen en dus bewust de volgende stap te zetten in de uitbouw ervan. Vooral de fenomenen integratie en tertiaire cultuur zijn belangrijke aspecten ervan.

In de loop der geschiedenis zijn er vele Voorlopers geweest van OG's, vaak aangeduid als groepen voor spiritualiteit, zoals Vrijmetselaars, Tempeliers, Theosofen, moderne Gnostici, Leesgroepen Teilhard de Chardin, enz. Wij beleven ze terecht, met onze moderne ogen, meestal als ouderwets en/of primitief en éénzijdig in de zin dat ze bepaalde aspecten van een OG te weinig ontwikkeld hebben (bv wel de bewuste aspecten, maar te weinig de emotionele/onderbewuste, cfr de protestanten), of bepaalde aspecten te ouderwets-concreet hebben ingevuld. bv religieus ("bijgeloof") ipv wetenschappelijk, esoterisch ("inwijdings- of initiatiegroep" om daar kennis te maken met de mysteriën)

Over de inhoud der activiteiten van een ontwikkelingsgenootschap bestaat evenmin geen eenduidige term. Soms spreekt men van spiritualiteit hoewel deze term in de loop van de geschiedenis onterecht een religieuze, vooral christelijke bijklank heeft gekregen. Een niet-religieuze variant van dit woord bestaat helaas (nog) niet. Zelfs de beroemde vrijzinnige Vlaamse filosoof Leo Apostel moest die term dus noodgedwongen gebruiken in zijn schitterend boek "Atheïstische spiritualiteit" (1998). Sommigen beseffen nig onvoldoende dat het gewoon om software van inzichtrijke hersenen gaat, en spreken dan noodgedwongen van immateriële, geestelijke zaken, bovennatuur, ziel, enz., omdat zij niet inzien hoe "materie" zulke verfijnde activiteiten zou kunnen verwezenlijken. De term die Teilhard gebruikt is hyperfysica (zie verder).

Vele vroegere vormen van OGs waren eenzijdig ontwikkeld en streefden soms, naast het officiële streven, vaak met de beste bedoelingen, allerlei onuitgesproken  (pseudo-)religieuze, sociale, politieke of zelfs psychologische objectieven (zoals zelfrealisatie, sociale eer en machtsdrang) na. Voorbeelden zijn legio: religieuze sekten, politieke bewegingen met religieuze illusie zoals IS, antiklerikale maçonnieke loges, Propaganda Due, de club van Aleister Crowley ("Magiër, seksmaniak en kindermoordenaar"), Odd Fellows, enz.

Deze degeneraties zijn uiteraard totaal afwezig in authentieke OGs, die enkel en alleen objectief en vrijblijvend bedoeld zijn in het voordeel van de leden en indirect van de sociale groepen waarvan die leden lid zijn. Dank zij hun intellectuele mechanisme van de totaal vrije, open bespreekbaarheid, autonomie en besluitvorming via integratie eerder dan via keuze, de vele contacten binnen een net werk wordt de kans op deze afwijkingen minimaal gehouden.

Onderwerp: hyperfysica

Deze weinig gebruikte maar zeer belangrijke term betreft het inzicht in de diepste wetten van ons bestaan en de ons omgevende realiteit. We kunnen die materie immers grofweg in twee grote gebieden opsplitsen: het waarneembare (de fysica), en het onwaarneembare (de hyperfysica). Dit heeft niets te zien met de tweedeling materie-geest.

Met de term hyperfysica wilde TdC het verschil aangeven met metafysica. Beide handelen over hetzelfde, maar "metafysica" geeft aan dat het over een andere basisnatuur gaat (de bovennatuur), en er ook andere, niet-wetenschappelijke gezagsbronnen worden gehanteerd (Verlichting, Genade, Openbaring), terwijl "hyperfysica" gewoon suggereert dat de basisnatuur dezelfde is als de "gewone natuur", en ook dat de onderzoeksmethode uiteindelijk gewoon natuurwetenschappelijk is. Andere mogelijke termen zouden kunnen zijn: kosmosofie, ontosofie (de "wijsheid van het bestaan"), zin en geheimen van het bestaan ...

De denkmethode binnen de Noösfeer

De waarneembare aspecten van de wereld, de fysica, wordt door de "objectieve" wetenschap onderzocht en gecontroleerd, en de kennis ervan is daardoor bij iedereen in grote lijnen dezelfde. De inzichten echter die men groepeert als "hyperfysica" kunnen van cultuur tot cultuur, ja zelfs van individu tot individu verschillen. Velen gaan ervan uit. dat de wetenschappelijke methode der hyperfysica niet dezelfde is als de aristotelische fysica, maar een denkmethode die men steeds vaker "integreren" pleegt te noemen. De natuurwetenschappelijke logica gaat er, sinds Aristoteles, van uit dat bij twee tegengestelde hypothesen één ervan wellicht de juiste is, en de andere dus de verkeerde, vermits elke stelling hetzij juist, hetzij onjuist is. Er is immers geen derde mogelijkheid [Dit beweerde Aristoteles immers woordelijk]. De integratieve denkwijze gaat er echter van uit dat twee tegengestelde verwoordingen waarschijnlijk allebei in zekere mate juist zijn, maar wellicht te hyperconcreet ("particulier") zijn geformuleerd zodat er een schijnbare tegenstelling ontstaat. De oplossing hierbij is om een integratie te formuleren, d.w.z de standpunten zodanig te herformuleren dat de essentiële inhoud en waarden behouden blijven, maar de niet-essentiële concrete vorm aangtutepast wordt, en dus logische conflicten vermeden worden. Synoniemen van integratie zijn o.m. convergentie, consensus, creatieve synthese, mix, fusie, versmelting, blend, compromis, "the best of two worlds", holisme,enz. Ermee verwante begrippen zijn o.m. qualitative research, holisme. Er is voor dit nieuwe begrip duidelijk nog geen algemeen aanvaarde term.

Sommige wetenschappers (en kunstenaars) gebruiken deze integratieve denkmethode echter reeds intuïtief (zoals Teilhard), anderen echter heel bewust. Cusanus [1401-1463, wiki, met zijn beroemde Coincidentia Oppositorum] kan als de oudste integratieve wetenschapper beschouwd worden; verder spraken ook Kant en Hegel van these, antithese, synthese; en onder de moderne denkers vernoemen we vooral Max Wildiers (een vriend van Teilhard), Leo Apostel, Fritjof Capra (met hun begrip holisme), Wundt en Shostrom (met hun creatieve synthese). Het spreekt vanzelf dat wie geïnteresseerd is in theorieën als die van Teilhard eerst een grondige studie moet maken over de integratieve denkmethode, en de geestelijke attitudes inoefenen die daar een voorwaarde voor zijn, zoals openheid van geest, afstappen van de mythe van de bewijsbare waarheid, van de mythe van de verbaliseerbare "waarheid", het verwarren van dogma en symbool, en nog andere inzichtblokkerende mythes.

Freud en de andere psychoanalytici hebben erop gewezen dat de denkende mens spontaan een onjuist geheel van fundamentele denkbeelden produceert en hanteert, dus een onjuiste hyperfysica ontwikkelt in zijn onderbewuste: zijn neurose. Hij doet dat om van de belangrijkste frustraties, onvervulbare dromen en onverwerkbare trauma's af te geraken. Wil hij daarentegen ten volle het menszijn smaken en de eigen sluimerende mogelijkheden tot ontwikkeling brengen, en dus zijn diepste levenszin volledig vervullen, dan moet hij een plausibele, niet-neurotische hyperfysica toevoegen aan zijn bewust levensbeeld, aan zijn geest. Deze activiteit heet ook al lang spiritualiteit. 

Overigens is het gemakkelijk te begrijpen waarom het persoonlijke, neurotische wereldbeeld zo vaak botst met de authentieke hyperfysica: het eerste houdt vooral rekening met gevolgen op korte termijn, en deze die verband houden met de eigen situatie, terwijl de tweede meer algemeen evalueert.

Implicaties van de integratieve methode

De integratieve denkmethode is meer dan een zuiver intellectuele methode. Er zijn minstens twee obligate consequenties aan verbonden die men helaas nogal eens vergeet:

   1) de morele plicht tot actief opzoeken van nieuwe ideeën, van varianten bij analoge initiatieven. Integreren doe je niet noodgedwongen telkens zich divergente meningen manifesteren, neen, je zoekt die divergenties zelf actief op. Het einddoel is immers niet "eensgezindheid" noch "stabiliteit", maar de groei van het systeem, dat rijker wordt dankzij nieuwe ideeën. Vrijheid van denken is niet hetzelfde als de vrijheid om niet te denken (dixit Eddy Bonte). Als men niet akkoord gaat met belangrijke opties in de groep[, is dit geen reden om af te haken, maar integendeel precies om te blijven en te trachten de heersende opvattingen via integratie te verrijken en te doen evolueren. Dit  veronderstelt uiteraard een open communicatiecultuur om de aanbrengers van nieuwe inzichten niet moreel te isoleren of emotioneel uit te sluiten.

   2) de morele plicht tot de praktische realisatie van de bekomen integratie. De resultaten van het integratieve denken zijn dus geen soort intellectuele museumstukjes, maar een praktische leidraad voor een toepasselijke actie in ons persoonlijk leven en onze sociale relaties en engagementen. Lijkt een integratie nog niet helemaal geschikt om uitgevoerd te worden, dan zijn er wellicht nog een reeks aspecten en ideeën die ontbreken. Wij hebben dan meteen de morele plicht om die integratie te proberen voltooien. Het is dus nooit een kwestie van bruikbaar of niet buikbaar, maar steeds van meer bruikbaar, doeltreffender. Wie tegen bepaalde aspecten bezwaren heeft of vindt dat ze onvoldoende bruikbaar zijn, heeft de morele plicht een positieve aanvulling voor te stellen, en die zo mogelijk reeds te integreren in de bestaande inzichten en werkwijzen. Hij heeft, in een tertiaire groep, dus theoretisch niet recht in "af te haken" als de integratieweg hem te lastig lijkt. Wettelijk kan hem echter niets ten laste gelegd worden als hij toch afhaakt. Het is enkel jammer, want zij die bezwaren aanvoelen hebben wellicht een betere intuïtie over hoe het beter zou kunnen dan de anderen, die het goed vinden

Enkele belangrijke actuele evaluaties

Op dit ogenblik grijpen er in onze intellectuele wereld enkele belangrijke evaluaties plaats. (1) Vooreerst in de Vrijmetselarij vooral in de Lage Landen (Nederland + Vlaanderen) waar men zich steeds bewuster wordt hoe groot de afstand is tussen het oorspronkelijke ideaal (dat streefde naar persoonlijke en sociale ontwikkeling), en wat er in de voorbije twee eeuwen van geworden is: eerder een ouderwetse, politieke, vaak antiklerikale serviceclub waar traditie en zo goed als onaantastbaar hiërarchisch gezag de plak zwaaien met rituelen die onnadenkend uitsluitend door een rigide. traditie worden bepaald (2) Vervolgens in diverse Teilhardverenigingen, die meer een soort beweging geworden zijn van dweperij met Teilhard, dan kritische en sociaal geëngageerde werkgroepen ter bevordering van de huidige evolutiefasen van samenleving en kosmos. Dit is des te opvallender vermits het kernbegrip in Teilhards theorieën toch evolutie is, terwijl die verenigingen helemaal niet evolueren, noch in hun werkwijze, noch in hun theoretische inhoud. Het alarmsignaal werd gegeven doordat de meeste leden 70 jaar of ouder zijn, omdat de jongeren de toenmalig revolutionaire figuur Teilhard noch zijn theorieën kennen; de Franse vereniging heeft dan ook recent besloten om hun tijdschrift te herdopen tot Noosphère, de Nederlandse vereniging die ook in crisis zit durft deze stap nog niet zetten. En dan zijn er nog (3) de recente evaluaties binnen denkgroepen als de Gentse Academia Noospherica, en (4) binnen maçonnieke werkgroepen als Le Chemin (vnl. Eindhoven), Alêtheia (Terneuzen) en Hypatia (Gent). Eigenlijk viermaal een analoog probleem: hoe kan je een goed OG uitbouwen?

Nu kan een evaluatie op twee manieren gebeuren. De eenvoudigste werkwijze is de "reparatieve" methode waarbij men zich afvraagt wat er allemaal minder goed gaat, en voor elk van deze probleempjes een passende oplossing zoekt. Een betere, hoewel moeilijker methode is de "reconstructieve" methode, waarbij men zich afvraagt hoe het ideaal er zou kunnen uitzien, en vervolgens tracht de vereniging naar dit ideaal te laten evolueren. Men vraagt zich dus af hoe het systeem er zou kunnen uitzien als het vandaag gesticht zou worden, en vindt het als het ware opnieuw uit, hetgeen uiteraard een rijkere methode is dan de reparatieve. Wij gebruiken deze reconstructieve methode hier, dus door ons af te vragen hoe een intelligent reflectiegenootschap er zou kunnen uitzien. Wat wij hier beschrijven als Ontwikkelingsgenootschap is als het ware de blauwdruk voor reconstructieve hervorming binnen elk van de geciteerde voorbeelden, elk uiteraard met respect voor de tradities van de particuliere toepassing.

Onze droom

Ideaal zou uiteraard zijn als die diverse verenigingen en OGs een integratie zouden (willen) maken van hun diverse kwaliteiten, en de toevallige grenzen die hen scheiden zouden overstijgen. M.a.w. dat zij bereid zijn om tot een departicularisatie te komen van hun toevallig in de loop der decennia en eeuwen ontwikkelde werkwijze, zonder iets van hun diepere waarden en belangen prijs te geven.

Als dit integratieproject bevorderd wordt, mogen we ons wellicht aan enkele problemen verwachten. 

(1) Vooreerst zou het kunnen dat essentiële vaardigheden zoals integreren, autonomie en tertiair functioneren nog niet voldoende ontwikkeld zijn, of onvoldoende bevattelijk zijn om ingeoefend en beheerst te kunnen worden door de deelnemers aan het OG. 

(2) Vervolgens mogen we niet onderschatten dat de onderbewuste deelnamemotivaties voor onderbewuste conflicten en spanningen tussen tussen de deelnemers van het OG. Het huidige pubiek van een OG is misschien niet hetzelfde als het beoogde, en door de nivellerende en stabiliserende krachten van de democratie (of de "mediocratie") zal de groep niet geneigd zijn af te wijken van de empirisch ontwikkelde methode die hen tot nog toe bevalt. Het zou dus wel eens kunnen dat, in mindere of meerdere mate, het huidig publiek (populatie) dat de bestaande OGs bevolkt, niet hetzelfde is als dat wat uiteindelijk de noösferische OGs zou moeten bevolken, wat een onbewuste voedingsbodem voor conflicten kan worden. Waarschijnlijk benadrukken de diverse OGs onderbewust elk andere aspecten van het motivatiespectrum. Ook zou het misschien nuttig zijn deze onderbewuste selectiecriteria eens wetenschappelijk te onderzoeken. 

(3) Waarschijnlijk mag men verwachten dat zij die in de huidige OGs een belangrijke en psycho-emotioneel waardevolle functie vervullen, zoals Grootofficieren van een belangrijke maçonnieke Grootmacht, niet vlot bereid zullen zijn hun functie vaarwel te zeggen, hun indrukwekkend machtsgebied te zien verbrokkelen tot autonome genootschapjes, en terug te keren tot de egalitaire status van gewoon lid.

Als deze problemen op halflange termijn onoverkomelijk lijken, zit er wellicht niet veel anders op dan een integratief OG op te richten dat wel de kwaliteiten van al deze diverse bestaande OGs tracht te integreren, maar niet (al) hun leden.

Functioneren in de noösfeer

Weerstand

In onze cultuur bestaat veel weerstand tegen dergelijke initiatieven, hetgeen begrijpelijk is omdat er tal van morele verplichtingen om de hoek komen kijken, die roet gooien in onze "spontane" dagelijkse leven van denken. Weerstand is de algemene naam die Freud introduceerde om het geheel van psychologische processen aan te geven die mensen spontaan gebruiken om inzichten, die bedreigend overkomen voor zijn spontane levensstijl, niet bewust te moeten worden, dus ver van zich af te houden, te weerleggen, of zich een officieel recht te bezorgen om er geen rekening te moeten mee houden. Sinds enkele eeuwen geldt het recht tot vrijheid van denken, tenminste voor hyperfysische, immateriële, onwetenschappelijke, psychosociale, filosofische fenomenen. Uiteraard zal niemand argumenteren dat hij vrij is om in de fysica zelf de waarde van pi te bepalen, dat dus niemand het recht heeft om hem te dwingen daar 3,00 in te zien. Maar in de psychosociale mag dat wel: men mag bv. een relatie verderzetten of afbreken zonder eerst ernstig naar oplossingen te zoeken, bij problemen in een groep weggaan zonder die eerst te proberen oplossen, opgeven als men het beu is, vrijblijvend kiezen, enz. Oorspronkelijk was de vrijheid van denken een voorzorgsmaatregel om toe te laten dat opvattingen evolueerden aan de hand van nieuwe opvattingen en ontdekkingen, in de tijd dat het moreel (en politiek of militair) gezag ons teveel dreigde te dwingen om bepaalde opvattingen klakkeloos aan te nemen en gehoorzaam toe te passen. Uiteraard is er een derde weg tussen klakkeloos aannemen en het recht op verwerping en niet-naleving: de regels van de tertiaire cultuur [zie elders]: namelijk de afspraak om steeds te streven naar een integratie, en deze afspraak niet gewoon naast zich neer te leggen als de integratie te moeilijk lijkt, of de weerstand te groot. In een goed ("tertiair") integratiesysteem zitten namelijk voldoende waarborgen om de inbreng van de minderheid, die niet zelden de waardevolste bijdrage is, te integreren, dus niet gewoon naast zich neer te leggen of "democratisch" weg te stemmen.

De brutaalste en niet zeer intelligente vorm van weerstand is eenvoudig te stellen dat men niet gelooft dat de zaken  langdurig of op grote schaal beter (=meer tertiair) zouden kunnen gaan. Het zal altijd wel zo blijven omdat het altijd zo geweest is. Overigens, wat een arrogantie om te denken dat men het beter kan doen dan de vroegere generaties die tot stand hebben gebracht waar we nu over beschikken. Moest dat zo gemakkelijk tot stand te brengen zijn, het was intussen al gerealiseerd in grotere en degelijker groepen. Men mag ons trouwens  toch niet dwingen anders te denken. We zijn toch vrij in onze mening. Overigens krijgen die mensen gelijk, want als men op voorhand niet gelooft dat het anders kan, dan gebeurt het niet. Dit is de banale universele groeiweerstand, 

Groepen en Structuren

OGs tellen 15-30 leden, kunnen splitsen, versmelten, spontaan starten en ontbonden worden. Er zijn geen groepsoverstijgende, regionale of nationale structuren, laat staan toezicht, controle of sancties. Enkel op geregelde tijdstippen (dus biet enkel bij problemen) inwendige evaluaties, die ieiden tot een nieuwe groeifase,

Autonomie lijkt heel belangrijk: elk OG is autonoom in de activiteiten die het organiseert. Dus geen autoritaire, gedirigeerde groepen of opgelegde structuren, maar inspirerende netwerken. Onafhankelijke groepen kunnen elkaar daarbij dus inspireren.

Inwendig zijn er evenmin structuren, besturen of wat dan ook, hoogstens afspraken en taakverdelingen, die uiteraard kunnen wisselen. Een autoritaire structuur is trouwens maar een noodoplossing om het ordelijke functioneren te bewaken, daar waar tertiaire rijpheid (evaluatie-overleg en samenwerkingsvaardigheden zoals open overleg, zelfdiscipline en volgen der afspraken) ontbreekt. Anderzijds is de autonomie een test voor de tertiaire rijpheid der deelnemers.
 
Het enige engagement van de groepen binnen een netwerk is dus om geregeld met elkaar een verrijkend contact op te nemen, en integratief alles van elkaar over te nemen wat verrijkend zou kunnen zijn. De eenheid tussen deze autonome groepen is dus dat ze regelmatig het beste van elkaar in de eigen groep integreren, en daardoor convergeren in hun werkwijze.
 
Zoals er geen bazen, leiders of hiërarchieën zijn, mag er ook geen traditie zijn die de plak zwaait (particularisatie, rigidisering) en het autonome denken kan saboteren.
 
Met tertiaire cultuur wordt een manier van  denken en menselijke interactie bedoeld, waarbij de verschillende groepsleden tot voldoende geestelijke maturiteit zijn gekomen, zodat zij bewust inzien wat optimale communicatie en synergie zijn, alsook over voldoende training en zelfdiscipline beschikken om deze afgesproken interactie correct met elkaar toe te passen. Er is dus een spontane en autonome endogene regulatie van de interactie. In deze tertiaire cultuur verdwijnt zodoende de noodzaak tot externe regulatie door hiërarchisch gezag dat onontbeerlijk is in de secundaire cultuur van groepen die samengesteld zijn uit mensen die niet over die tertiaire regels en zelfdiscipline beschikken, vaak vanuit een verkeerd begrepen opvatting over het recht om spontaan en zichzelf te zijn. Secundaire groepen beschikken dan ook over tal van reglementen, hiërarchieën, sancties en morele gezagsstructuren om de orde en de goede gang van zaken te handhaven, en aldus te voorkomen dat de groep terugvalt naar een primaire cultuur, waar enkel de wet van de sterkste geldt.
 
Uiteraard functioneert een OG volgens de tertiaire cultuur.Mensen die de tertiaire cultuur niet (nog) niet aankunnen, horen uiteraard (nog) niet thuis in een OG. De groep zou niet goed functioneren, en over de meest essentiële aspecten riskeert men uitzichtloze discussies en verzetsmanifestaties.
 
Werkwijzen
 
Het hier beschreven systeem van OG lijkt het best te werken via twee soorten groepen. De leden van het OG hebben de vrije keus om aan één der groepen te participeren, of aan beide.
 
1) Bezinningsgroepen: waarbij over inzichtelijke theorieën van gedachten gewisseld wordt. De deelnemers kunnen om beurten bijdrages leveren, maar ook sprekers van elders kunnen worden uitgenodigd. Andere mogelijke activiteiten van bezinning: authentieke en existentiële communicatie, waarbij men, hetzij spontaan hetzij op uitnodiging (bevraging) elkaar diepzinnige persoonlijke vragen stelt, waarop men zo open en eerlijk mogelijk op antwoordt. Dat is uiteraard alleen mogelijk als alle leden van de groep vooraf (of bik hun toetreden tot de groep aan elkaar beloven dat ze (1) naar buiten steeds discreet zullen blijven over de aldus gedeelde informatie over elkaar, en (2) daarenboven voor zichzelf steeds een fundamenteel positief beeld van elkaar gaan behouden, ondanks de "fouten" en beperkingen die ze van elkaar bewust gaan leren kennen. Aan deze eed van onvoorwaardelijke positieve discretie kunnen ook korte rituele momenten worden gewijd.
 
Ook de integratieve denkmethode op zichzelf, en de synerg(et)ische samenwerkingsmethode zullen uiteraard vaak onderwerp van gesprek zijn.
 
Hierbij kunnen besprekingen niet alleen handelen over het tertiair functioneren en kosmisch-bewust handelen in het algemeen, maar ook soms concreet evaluerend en plannend over de samenwerkingswijze van ons eigen genootschap
 
Bezinningsgroepen streven dus naar spiritualiteit op het bewuste niveau van onze geest.

2) Belevingsgroepen: waarbij getracht wordt om met elkaar om te gaan in een optimale interactiesfeer: "broederlijkheid", "tertiaire sfeer", authentieke, existentiële communicatie, dit alles onder de vorm van Symbolische, rituele belevingen. De concrete vorm van de belevingen wordt autonoom, d.w.z. genootschap per genootschap, uitgewerkt. In praktijk komen vaak fundamentele begrippen en kenmerken van tertiair functioneren aan bod. De belangrijkste thema's kunnen zelfs in een cyclus van 1, 2 of 3 jaar aan bod komen, al dan niet symbolisch op betekenisvolle manier aan seizoenen gebonden. Wie voor de eerste maal zo'n cyclus meemaakt beleeft het als "stijgen van graad." 
 
Hierbij kunnen Voorlopersbelevingen zeer leerrijk en aangrijpend zijn: het zijn (vaak eeuwenoude) rituelen, waar een voorloper van de moderne spiritualiteit actief wordt herbeleefd: vrijmetselarij, kloosterleven, tempeliers, boeddhisten, yogi's, druïden, met alles erbij om het realistisch te maken: kleren, eigen gezangen en muziek, zo mogelijk in het authentiek historisch kader (bv Paasnachtviering in een klooster), eventueel olv een breeddenkend lid van die voorlopersbeweging.
 
Ook Muzikale en andere artistieke belevingen, of het voorlezen en met elkaar becommentariëren van oude teksten, bv. uit het Corpus Hermeticum, kunnen vormen van bezinning zijn. 

Belevingsgroepen streven dus naar spiritualiteit op het onderbewuste niveau van onze geest.
 
Verspreidingsplan
 
Hoe kunnen wij nu in praktijk ijveren om dit OG-model te verspreiden en zoveel mogelijk toe te passen, om de Noösfeer te realiseren? Uiteindelijk is het de bedoeling dat alle bestaande, analoge varianten van OGs naar deze blauwdruk evolueren, en zodra mogelijk samensmelten. Daarnaast moet deze blauwdruk op zichzelf ook evolueren. Zodoende verheft de noösfeer zich gestadig vanuit lagere vormen van socialisatie. De leden van die voorvormen van OG, die tevens lid zijn van een bewust noösferisch OG, zouden in "hun" beweging via voordrachten en getuigenissen kunnen ijveren om die noösferische beweging op gang te brengen en in goede banen te leiden. Binnen die bewegingen zouden werkgroepen kunnen opgericht worden om dit evolutieproces te bevorderen en te inspireren. Evolutie en integratie zijn immers de meest fundamentele processen bij het ontwikkelen van de noösfeer. 
 
De kritiek vanuit die bewegingen, dat een convergentie helaas niet mogelijk is, omdat "essentiële waarden van dat particuliere OG over het hoofd gezien worden", moeten zeer ernstig genomen worden en zo gauw en zo degelijk mogelijk geïntegreerd worden in de eigen noösfeergerichte beweging.
 
Convergente concepten
 
 Co