5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5002 Symptomen


Van symptomen tot syndromen en neurosen

Een complex proces als "oorzaak"

In de integratieve psychologie en psychiatrie wordt als "oorzaak" van symptomen en syndromen eerder het niet aankunnen van bepaalde levenstaken gezien (bv. gebrek aan wilskracht, slechte communicatie met partner), dan "ziektes" of "afwijkingen".

Een "trauma" of psychotrauma is sinds Freud een zeer negatieve, pijnlijke ervaring in het verleden, die nog niet "verwerkt" is. In de integratieve psychologie daarentegen ziet men eerder het niet-beleven van iets positiefs als oorzaak, eerder dan het beleven van iets negatiefs. Hoewel de betrokkene deze ervaring doorgaans veel moeilijker kan "duiden", beschouwt men ze toch als veel traumatiserender dan het ondergaan van iets negatiefs, pijn en/of frustraties. Vandaar het nieuwe begrip "anarkema" (gemis van mogelijke bevrediging) ter vervanging van het neurotische begrip "psychotrauma".

Elk psychisch probleem is het resultaat van meerdere factoren. Eén factor kan maar moeilijk op zijn eentje een probleem veroorzaken en in stand houden. Men kan doorgaans 3 reeksen factoren onderscheiden:

(1) een onderliggende grond, zoals een onvervulde behoefte, een onvermogen bepaalde dingen te realiseren of te compenseren,

(2) een uitlokkende factor (soms meerdere die samenvallen in een "duivelse" samenloop van omstandigheden), en

(3) bestendigende factoren, zoals onbewuste voordelen van het probleem, vicieuze cirkels, enz. Daarenboven blijkt dat "normaal" of "spontaan" gedrag niet steeds het beste is. 

Toepassingen:

Het zuiverste voorbeeld is een fobie. Er is (1) een onderliggende factor van onbevredigde behoeften of onopgeloste problemen, bv een minderwaardigheidsgevoel waardoor bepaalde sociale confrontaties moeilijk en gevreesd worden. Dan gebeurt er (2) plots een (zelfs licht) auto-ongeval, waardoor de betrokkenen enige tijd die sociale confrontaties kan vermijden uit een begrijpelijke angst voor verplaatsingen in de auto. Die persoon (3) ontdekt daardoor de bruikbaarheid van het excuus om naar die sociale ontmoetingen te gaan, en het begrip dat men daarvoor heeft. Dan begint zich progressief de fobie te ontwikkelen.

Vergeet niet dat ook mensen die schizofreen of depressief worden dit vaak doen in de meest normale gezinssituatie, of anders geformuleerd: het vertonen van "normale" reacties tegenover bepaalde personen kan juist de pathologie bevorderen, in dezelfde opvoedingssituatie kan de ene zich tot een evenwichtig, gelukkig mens ontwikkelen, terwijl een broer/zus precies door dezelfde gezinssituatie psychisch ziek wordt.

Organische factoren

Doch zo eenvoudig als het op het eerste gezicht lijkt is het nu ook weer niet. Want er bestaan toch een aantal “ziekten” die het psychisch functioneren bepalen.

Denken we maar aan schizofrenie en erfelijke stemmingsstoornissen (waaronder de manisch-depressieve ziekte, ook bipolaire stemmingsstoornis genoemd), die ooit als zuiver psychisch werden beschouwd, maar waarvan men vandaag weet (of toch sterk vermoedt) dat ze een genetische basis hebben.

Zo ook weet men dat thans tal van “cerebrale functiestoornissen”, (die men vroeger "minimal brain damage" noemde) zoals ADHD, ADD, Autisme-Spectrum-Stoornissen en Asperger, NLD, DCD, wellicht door zuurstoftekorten of microscopische hersenletseltjes rond de geboorte worden veroorzaakt. 

Soms doet men zoveel ontdekkingen over de organische ondergrond van bepaalde psychische problemen, dat sommigen wel eens gaan denken dat uiteindelijk alles wellicht organisch en cerebraal bepaald is, zoniet het syndroom zelf, dan toch de kwetsbaarheid daarvoor. Daartegenover staat dan dat veel der geconstateerde 'zuiver' organische stoornissen eigenlijk door emoties en gedachtegang kunnen beïnvloed worden, zoals het uitzetten van bloedvaten in bepaalde delen van de hersenen bij bepaalde emoties. Niet alles wat gepaard gaat met meetbare organische fenomenen is organisch bepaald. De organische veranderingen kunnen dan het gevolg of het substraat zijn van de psychisch geïnduceerde verandering. Men kan bv. ook psychische processen beïnvloeden door de hersengolven die ermee gepaard gaan via neurobiofeedback te gaan wijzigen. En zelfs al kan de organiciteit niet direct gekeerd worden door psychotherapie of neurobiofeedback, toch kunnen aangeboren karakter- en temperamentstrekken, en zelfs concentratieproblemen en denkstoornissen, door psychische aanpak gunstig beïnvloed worden.

Het begrip "neurose"

1) De term "neurose" werd uitgevonden door de Schotse arts William Cunnen in 1769, verwijzend naar "problemen van voelen en bewegen, veroorzaakt door een algemene aandoening van het zenuwstelsel". De uitgang -ose verwijst naar algemene aandoening zoals sleet (artrose, nefrose) maar niet veroorzaakt door besmetting (-itis, zoals artritis, nefritis). Tot deze aandoeningen rekende men toen ook epilepsie, dementie, verlammingen.

2) Later werd het begrip beperkt tot "functionele" afwijkingen, dus zonder zichtbare hersenletsels. Bleven vooral over: hysterische verlammingen, angstaanvallen, dwanghandelingen. De Franse auteurs spraken hierbij over psychoneuroses, (F.psychonévroses) ter onderscheiding van de vorige categorie. Mettertijd verdween bet voorvoegsel psycho- weer.

3) Toen Freud in Parijs Charcots hypnotische behandeling zag van hysterie begreep hij dat de symptomen veroorzaakt werden door een bepaald soort "pathologische" gedachten, vooral onverwerkte "conflicten". Neurose was voor hem elk verdrongen trauma dat niet "verwerkt" was, en dus leidde tot overdreven emotioneel gedrag, dat door een psychoanalyse kon opgelost worden: opsporen en verwerkend herbeleven van het conflict. Mettertijd leerde hij de inhoud van die neurotische gedachten kennen, de mentale ontwikkelingsfasen, weerstand, overdracht, rationalisatie, projectie, enz. En het viel hem op dat ook veel "normale" mensen die gedachtengangen vertoonde, maar meer "gecompenseerd" was, dus niet leidde tot complicaties in het "gewone" leven. "Neurose" sloeg nu op die sub-optimale manier van denken.

4) Tegenwoordig duidt men met "neurotisch" alle gedragsvormen en de daarbij horende manieren van denken aan, die primitiever zijn dan genitaal-integratief, maar toch nog leven in de normale wereld toelaten. Dus (2) oraal, (3) anaal, en (4) fallisch-narcistisch. Anders is het (1) psychotisch, d.w.z, levend in een fantasiewereld, in een waan. Dit betekent dat we (bijna) allen neurotisch zijn. Freud definieerde "normaliteit" dan ook als een "gecompenseerde neurose", d.w.z. dat de ene neurtische trek gecompenseerd werd door de andere.

Het verschil tussen neurotisch en optimaal denken/functioneren is dat de neuroticus (1) meer rekening houdt met de gevolgen op korte termijn dan met alle gevolgen, en (2) eerder met zijn fantasmen rekening houdt dan met de "realiteit", d.w.z. de "echte" subjectieve beleving der anderen.

Neurotisering

Neurotisering het verschijnsel dat elk psychiatrisch syndroom dat een tijdje aanhoudt (meerdere weken of meer) de onafwendbare neiging heeft om in de geest van de betrokkene verwerkingsprocessen in gang te steken die, al naargelang het geval, stemminsgveranderingen kunnen uitlokken, of mettertijd bijkomende factoren creëren die het oorspronkelijk "primair" syndroom in zijn evolutie beïnvloeden, meestal in negatieve zin. Het wordt dus na enkele maanden als het ware een ander syndroom. Dit onderscheid wordt helaas zelden of nooit gemaakt door de DSM.

Bv. een fobie begint vaak als een angstreactie, een gemaskeerde depressie, die in het begin nog zeer gevoelig is voor antidepressiva. Na enkele maanden is het vaak een echte fobie geworden die niet meer reageert op antidepressiva, meestal alleen nog op gedragstherapie, gecombineerd met inzichtelijke psychotherapie.

Bv. een reactieve depressie na een zware tegenslag is in het begin puur emotioneel depressief, maar wordt nam 3-6 maanden een chronische, "neurotische" depressie, die ondanks haar naam maar weinig gevoelig voor antidepressiva, omdat ze eerder een "depressieve neurose" is een "echte" depressie.

Bv. patiënten die helemaal niet tevreden waren met een psychiatrische opname, leren daar mettertijd de voordelen van inzien, en ontwikkelen mettertijd zelfs een "hospitalisatiesyndroom", wat het heel moeilijk maakt om hem te ontslaan, ook al zijn ze "beter", om ze zich bewust en onbewust verzetten tegen zo'n ontslag.

Er is een langzame overgang tussen de primaire symptomen en de neurotiserende, die maandenlang kan duren. Uiteindelijk, (gemiddeld) na een jaar of zo is het syndroom een complete neurose geworden.

Deze neurotisering wordt verwekt door een combinatie van factoren:
1. een traumaverwerking om het pijnlijke van de oorzaak in een soort rouwproces te verwerken.
2. het meer aandacht gaan zoeken voor het subjectief lijden terwille van troost en ondersteuning.
3. het leren appreciëren en gaan gebruiken van de voordelen, die naast de nadelen van het syndroom toch reëel zijn: inkomen zonder werken, wegvallen van allerlei soms onaangename verplichtingen, het krijgen van een interessante rol in zijn familiale en sociale omgeving
4. het kunnen projecteren, op het primair syndroom, van de oorzaak van andere beperkingen, en er een aanvaardbaar excuus voor hebben.

Het te weinig oog hebben voor deze secundaire neurotisering kan de beste behandeling, medicamenteus en/of psychotherapeutisch, om een "ongekende" reden doen mislukken. De psychotherapie wordt daarenboven bemoeilijkt door het feit dat de cliënt onbewust niet bereid is de "oorspronkelijke" oorzaken los te laten.