5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5015 Modus 1: Behandeling


BEHANDELING van de psychosen

 

 

A. ORGANISCHE BEHANDELING

 

1.   MEDICATIE: DE NEUROLEPTICA

 

Dit zijn medicamenten die de concentratie van sommige neurotransmitters (vnl. DA, 5HT en NA) verlagen, waardoor zowel het angstniveau als de hallucinaties verminderen, en waardoor dan een beter contact (bv. psychotherapie) en sociale reïntegratie mogelijk worden.

 

HISTORISCHE NOTA

Phenergan (promethazine) was reeds rond 1947 bekend om zijn sederende en anti-allergische verschijnselen, wat bij operaties nuttig was. Op zoek naar een betere vorm ervan, ontdekten de Franse chirurg Laborit en Simone Courvoisier van de firma Rhone-Poulenc in 1950 Largactil (chlorpromazine), waarvan het antimanisch en psychotisch effect slechts in 1952 ontdekt worden door de Franse psychiaters Deniker en Delay.

 

De Belgische firma Janssen ontwikkelt in 1958 Haldol, vertrekkend van een krachtig krampwerend middel priamide, en op zoek naar een beter. De basisstructuur van de reeks der butyrofenonen gelijkt op morfine (een pijnstillend maar ook licht neuroleptisch product), waarbij men getracht heeft de morfine-effecten te vermijden, om alleen de neuroleptische over te houden. Haldol geldt nog steeds als een der beste neuroleptica ter wereld.

 

Er werd lang onderscheid gemaakt tussen incisieve en kalmerende neuroleptica. De eerste werken vooral tegen wanen en hallucinaties, de tweede zijn eerder rustgevend. Doch hoe doeltreffend de incisieve neuroleptica ook waren bij zware psychotische symptomen, ze hadden tal van bijwerkingen, waarbij de extrapiramidale stoornissen (EPS) het vervelendst waren. Daarom kwamen mettertijd de nieuwe of atypische neuroleptica ter beschikking, die hoewel ze niet zo incisief waren, in praktijk toch veel zachter waren, minder afstompten en de resocialisatie bevorderen. De Amerikanen lanceerden zelfs de nieuwe naam antipsychotica, hoewel hen dit nu al spijt vermits deze producten zeer werkzaam zijn buiten psychoses (bv. bij OCD, als stemmingsstabilisator).

 

PRODUCTEN

 

Scheikundig zijn er vier grote groepen: de fenothiazines (bv. Largactil = chlorpromazine), de butyrofenonen (bv. Haldol, Orap, Imap, Risperidone), de thioxanthenen (bv. Fluanxol, Deanxit) en sulpiride (bv. Dogmatil, soort primperan, ervan afgeleid Tiapridal, Solian)

     HALDOL: onderdrukt zeer doeltreffend het angstniveau, de hallucinaties en de waangedachten. Hebben ook invloed op opwinding, agressiviteit, doch ook op braakneigingen en stotteren.

 

Bijwerkingen: Gewichtstoename, extrapiramidale tekenen (EPS), zoals spierstijfheid, rigiditeit, oogstoornissen, speekselvloed, accomodatiestoornissen. Verminderde libido. Dalen bloeddruk (orthostatische hypotensie). Droge mond. Als laattijdige bijwerking (vooral bij vrouwen): tardieve dyskinesie (ticbewegingen, vnl. rond mond). Ook hartritmestoornissen (verlening QT-interval op EKG) en bevorderen van ontstaan van diabetes, hyperprolactinemie (met galactorree, gynecomastie, dysmenorree, en slecht bij bortskanker). En in zeldzame gevallen: maligne neuroleptisch syndroom (zware ontregeling centraal zenuwstelsel met koorts, spierrigiditeit, zweten, sterke sedatie en stijging CK-enzyme). Hoe dan ook tegenaangewezen bij zwangerschap.

 

RETARDNEUROLEPTICA

Dit zijn neuroleptica waarbij het effect dagen- of wekenlang duurt. Voordeel is, dat patiënten met weinig ziekte-inzicht (zoals meestal bij psychosen) toch blijvend onder medicatie staan. Ook zijn de bijwerkingen veel minder, omdat de dosis in het bloed veel gelijkmatiger is.

  

TEGEN DE BIJWERKINGEN der neuroleptica:

·       Kemadrin, Disipal, Tremblex, Artane: tegen de extrapiramidale bijwerkingen.

·       Effortil: tegen ortostatische hypotensie.

·       Sulfarlem: tegen droge mond.

 

Bovenstaande namen zijn uiteraard slechts enkele veelgebruikte voorbeelden. 

Andere: Impromen, Largactil, Terfluzine, Sordinol, Dipiperon, Dehydrobenzperidol, Etumine.

Retardneuroleptica: Anatensol decanoaat, Impromen decanoaat.

 

OVERZICHT DER NEUROLEPTICA

Dosis: geeft de gemiddelde dagdosis weer voor matige ernst van aandoening.

effect:

·       DA, NA, 5HT en Ach: remmend (receptorblokkerend)

·       H: stimulerend (histaminerg)

Het effect op DA en 5HT is antipsychotisch. Dat op NA kalmerend. De bijwerkingen komen van DA (extrapiramidaal), H (slaperigheid en sedatie) en Ach (perifere stoornissen, ontremming).


merk

naam

dagdosis (mg)

effecten

Abilify

Anatensol


flufenazine


1


DA 5HT NA H

Buronil

sultopride

100

Droperidol

dehydrobenzp.

2

DA NA 5GT

Dipiperon

pipamperon

60

5HT

Dogmatil

sulpiride

100

DA

Dominal

prothipendyl

100

Esucos

dixyrazine

30

Etumine

clothiapine

8

Fluanxol

flupenthixol

2

DA NA 5HT H

Frenactil

benperidol

1

DA NA 5HT

Haldol

haloperidol

5

DA NA 5HT

Impromen

bromperidol

1

DA NA

Largactil

chloorpromazine

50

NA H DA 5HT Ach

Neuleptil

periciazine

12

NA 5HT DA

Nozinan

levomepromazine

60

NA H 5HT DA Ach

Orap

pimozide

2

DA 5HT NA

Piportil

pipothiazine

2

Prazine

promazine

100

NA H DA Ach 5HT

Sedalande

fluanisone

6

Semap

penfluridol

1

DA 5HT NA

Seroquel

quetiapine

300

5HT DA

Sordinol

clopenthixol

30

DA 5HT NA H

Taractan

chlorprothixeen

60

NA 5HT H DA Ach

Taxilan

perazine

60

Terfluzine

trifluoperazine

3

DA 5HT NA H

Trilafon

perfenazine

6

DA 5HT NA H

Triperidol

trifluperidol

1

Zyprexa

olanzapine

10

DA 5HT

 

 

Indeling per scheikundige soort:

Fenothiazines: Dominal, Nozinan, Clopixol, Fluanxil, Etumine, Deanxit

Butyrofenonen: Haldol, Buronil, DHBP, Dipiperon, Frenactil, Impromen, Imap, Semap, orap, Risperidon

Benzamides: Dogmatil, Solian, Tiapridal, Levopraid

Atypische: Zyprexa, Seroquel, Serdolect, Abilify, Clozapine (Leponex, fysisch wel niet ongevaarlijk)

 

ANTIDEPRESSIVA

In lichte vormen van psychose kunnen deze aan de behandeling toegevoegd worden. In zwaardere dosissen verhogen ze echter de kans op hallucinaties en wanen. Soms gecombineerde medicatie: Deanxit = neurolepticum en antidepressivum.


ANDERE MEDICATIE

In de zeldzame gevallen waar men een virale besmetting vermoedt kunnen, na bevestigend ondberzoek, antivirale middelen gegeven worden. Zijn er argumenten om te spreken van een ontsteking, dan kunnen ontstekingsremmers toegevoegd worden aan de neuroleptische behandeling. Bij schildklierstoornissen of gebrek aan vitamine B wordt ook een aangepaste medicatie gegeven.

 

2. ECT (Electro-Convulsive Therapy)

Elektroshock heeft vaak succes als de beginnende schizofrenie lijkt op depressie. Vroeger gaf men ook insulineshock (coma's door hypoglycemie). 

B. PSYCHOTHERAPIE

 

Meer nog dan bij depressie maakt de geestelijke toestand van de patiënt benadering met gesprekstherapie, en zelfs soms gewoon contact, onmogelijk. Bij de acute psychosen beperkt men zich trouwens tot medicatie, tenzij een aanpak van de persoonlijkheid gewenst is (bv. bij verslaving).

 

Wordt er wel therapie gegeven, dan kan dit slechts na opklaren der waandenkbeelden door medicatie. In principe wordt hetzelfde schema gevolgd als bij neurosen, de behandeling mag niet zo frustrerend zijn, zodat de fasen compensatie en winnen van vertrouwen heel veel tijd in beslag zullen nemen. Een geslaagde psychotherapie bij psychotici is een waar psychisch heropvoedingsproces, neemt jaren in beslag, en is zelden volledig succesvol.


 Fasen

Eerst is er een contactfase: de patiënt moet ervaren dat men hem aanvaarden kan. Goedbedoelde doch simplistische uitspraken leiden vaak tot een verslechtering; zo ook zijn de spontane reacties van een normale omgeving in feite zeer geschikt om de schizofrenie te doen verergeren. Soms is het nodig dit contact te leggen langs non-verbale weg (balspelen, massage, meestoeien). Dit eist doorgaans enorm veel geduld.

 

Dan moet de persoon komen tot een dieper fundamenteel zelfvertrouwen: hij moet gaan voelen dat het mogelijk is effect te maken op de omgeving, op de medemens, dat het mogelijk is begrepen te worden, dat men bedreigingen kan afweren. Via tal van gesprekken en gewoon dagelijks contact moet de psychoticus zin leren krijgen in de normale gedragspatronen.

 

Groepstherapie is, na een moeilijk begin, vaak zeer waardevol, vooral als er in de groep een permissieve sfeer heerst, en de patiënt er zijn primitieve frustraties (door de schizofrenogene ouder) kan afreageren.

 

Men moet er wel op letten dat een gunstig genezingsproces niet afgebroken wordt door een vroegtijdig ontslag, wat vaak kan leiden tot hervallen of zelfmoord.

 

Het probleem voor de therapeut is voortdurend: de grens te voelen tussen een aanvaardende houding die zelfvertrouwen versterkt, en een beschuttende houding die de afhankelijkheid nog verergert.

 

 Prouty / therapie

dialectische GT, borderline . neurotiseren