5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5060 Modus 1-5 Rouwproces


Mensen verwerken een groot verlies door typisch enkele stadia te doorlopen.


Opmerkingen


Als niet iedereen al die stadia schijnt te doorlopen, dan is dit omdat 


(1) men vaak over en weer schommelt tussen stadia: men begint eigenlijk een volgende, maar is er nog niet helemaal klaar voor, dus hervalt men en herneemt men de vorige fase

(2) praktisch geen enkel rouwproces wordt volledig doorlopen: het wordt meestal afgebroken of tijdelijke onderbroken door verdringing of zelfs compensatie

(3) een afgebroken of tijdelijk verdrongen rouwproces kan op elk ogenblik weer opgenomen worden en verder gezet

(4) vaak verlopen rouwprocessen parallel, bv. twee ouders van een overleden kindje, waarbij elke ouder zijn eigen tempo en gevoeligheden volgt. Vermits deze beide personen intens contact hebben met elkaar, en soms zelfs onbewust verzet hebben tegen het verloop van elkaars rouwproces, kunnen deze twee processen elkaar beïnvloeden en schijnbaar doen afwijken van het natuurlijke schema.

(5) bij vele stadia is er weerstand tegen het betreffende stadium, of tegen de "troost" van het gezond verstand van anderen, en verzet men zich tegen deze troosten suggesties (bv. weer een kind maken), of omgekeerd zelfs tegen de neiging van de omgeving om de naam van de overledene of verdwenen persoon niet te vermelden. Zelfs goede suggesties kunnen weerstand oproepen, omdat ze "storend" zijn voor het "spontane" rouwen. Rouwenden worden evenmin graag "gestuurd".

(6) onze cultuur, en dus ook onze onderbewuste, verzet zich vaak tegen bepaalde doorgangsfasen, bv agressie (stadium 3) en neerkijken op (stadium 4). Ze zijn nochtans noodzakelijke doorgangsfasen om het schitterende einde, een integratie met het object dat pijn deed (stadium 5), te kunnen bereiken.


Al deze factoren zorgen ervoor dat men niet simplistisch in vaste fasen mag denken. Maar toch gaat elke fase vroeg of laat op natuurlijke wijze over in de volgende, zoals bij de persoonlijkheidsontwikkeling deze 5 fasen natuurlijk in elkaar overgaan, door een inwendige logica waarbij elke nieuwe fase voorbereid en uitgelokt wordt door de inwendige omzettingen van de vorige fase.



Stadia

  1. negeren van het feit: "het kan niet dat hij dood is", "ik heb de indruk dat hij hier plots nog door zou kunnen komen stappen". analoog aan het psychotisch stadium, d.w.z. de realiteit wordt grotendeels genegeerd.
  2. men voelt zich droevig, verslagen, machteloos, heeft de indruk dat er nooit niets meer goed zal komen. Analoog aan het oraal stadium.
  3. men gaat in het verzet, is boos op de omstandigheden die het leed hebben uitgelokt of niet goed hebben kunnen vermijden, en soms zelfs op de dode zelf. Analoog aan het anaal stadium.
  4. men voelt zich superieur aan de frustrerende persoon, aan het feit dat het leed heeft uitgelokt. Men is er dan ook niet meer gevoelig voor, hoewel deze houding in het begin wel krampachtig (overcompensatie, bv. bij een handicap) kan zijn. Analoog aan het fallisch stadium.
  5. men heeft de oorzaak of veroorzaker van het leed weer totaal vergeven of verwerkt, en kan er weer gewoon mee omgaan, bv. praten over of lachen met de dode of de handicap, weer normale contacten hebben met de ex-partner die de scheiding begon. Analoog aan het genitaal stadium.

Medicatie

Psychologen zijn meestal boos op psychofarmaca, om een complexe reeks redenen, die we elders bespreken. Daarenboven maken ze vaak een hele reeks onterechte veralgemeningen, zoals geen onderscheid maken tussen de soorten psychofarmaca (kalmeermiddelen, neuroleptica, antidepressiva), geen onderscheid maken tussen de verschillende soorten antidepressiva, en geen rekening houden met de toegediende dosissen, geen onderscheid maken tussen de fase van het rouwproces...

Desondanks, oordeelkundig toegediend, kunnen antidepressiva heel nuttig zijn in sommige fasen. Factoren waar rekening moet mee gehouden worden bij het voorschrijven van psychofarmaca:

- het is nooit de bedoeling de emotionele processen uit te doven of te verzachten. Bv., kalmeermiddelen, vooral op aangrijpendste momenten zoals een begrafenis.
- het rouwproces is een actief proces, waarbij in stadia 3 en 4 negatieve gevoelens een constructieve rol spelen. Het rouwproces, dat grotendeels in het onderbewuste en tijdens de dromen plaatsgrijpt, mag dus zeker op dat ogenblik niet afgeremd worden door in het temperament die factoren af te zwakken die agressie zouden doen afnemen. Dit is het geval met serotonine (5-HT): volgens Cloninger (link) is de temperamentstrek Harm Avoidance gestimuleerd door hoge dosissen 5-HT, en dit is precies wat de SSRI's (genre prozac, cipramil, serlain e.d.) doen. Ze keren de betrokkene tijdens zijn dromen en andere onbewuste associaties dus weg van conflict en agressie. Dus tijdens die kritische fasen van stadia 3 en 4 van het rouwproces is het toedienen van SSRI's wellicht het slechtste dat men kan doen.
- wellicht zijn antidepressiva die het zelfvertrouwen vergroten (zoals MAO-remmers) het meest aangewezen in stadia 3, 4 en wellicht ook nog in 5 hoewel het proces dan voltrokken is.