5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5200 Neurovegetatief


NEUROVEGETATIEVE SYNDROMEN 

BEPALING

 
Dit zijn alle fysische tekenen van angst, spanning, stress, langdurige onbevredigdheid, oververmoeidheid, en beginnende depressie.

DSM-code As I

300.81 Somatoforme stoornissen NNO.

In Frankrijk, en dus ook soms in België, spreekt men vaak verkeerdelijk van "somatiform".

OPMERKING

Daar vele personen zich van deze psychische achtergrond niet bewust zijn, worden in deze gevallen vaak niet-psychiaters geconsulteerd.
 
Soms leidt de bezorgde houding van die fysische artsen tot veelvuldige onderzoekingen, wat de vrees "dat er toch iets is" bij de patiënt versterkt, zodat zijn evolutie in hysterie, hypochondrie of neurotische depressie bevorderd wordt. Soms erkent de arts wel de psychische achtergrond, doch wordt de behandeling beperkt tot kalmeermiddelen. Dit kan leiden tot verslaving, en, bij gemaskeerde depressies, tot verergeren van de depressie. In elk geval krijgt de patiënt weinig kans om bv. door psychotherapie werk te maken van de onderliggende problematiek.
 
Bij een uitputtingsdepressie zien we 3 fasen terugkomen:
    1)  Neurovegetatieve toestand.
    2)  Hyperstresserende-emotionele toestand.
    3)  Depressie.
Je zou dus kunnen stellen dat de neuro-vegetatieve stoornis een vorm van depressie is. Het kan jaren duren vooraleer je naar een volgende fase overgaat.

OORZAAK

De meeste neurovegetatieve klachten worden uitgelokt door overdreven of onevenwichtige stimulering door het sympathisch zenuwstelsel, en, in mindere mate, door hormonale stoornissen en spiertonusveranderingen.
 
In principe wijzen neurovegetatieve stoornissen steeds op een beginnende ("gemaskeerde") depressie, hoewel ze vaak ook spontaan overgaan of nooit tot een depressie evolueren.
 

SYMPTOMEN

 
1. VAN SYMPATHISCHE AARD
 

Hierbij is hetzij de orthosympathicus, ofwel de parasympathicus overdreven geprikkeld. Dit lokt dan vaak een reactie uit van de andere, zodat men in een vicieuze cirkel terechtkomt.
 
a. Bloedsomloop
 
Snelle hartslag, hoofdpijn van migraineuze aard, bloeddrukschommelingen (orthostasesyndroom). Vooral dit laatste wordt vaak miskend, omdat de meeste artsen de bloeddruk slechts eenmaal nemen, en niet bv. eerst zittend en dan staand na inspanning.
Opletten want dit kan ook een signaal zijn van te weinig eten.
 
b. Spijsvertering
 
Diarree, constipatie, krampen, misselijkheid, braken, gebrek aan eetlust, droge mond.
 
2. VAN HORMONALE AARD
 
Haaruitval, menstruatiestoornissen (pijnlijk en onregelmatig), jeuk, aanvallen van honger, libidoverlies, acne.
 
3. SPIERHYPERTONIE
 
Vooral pijnen ter hoogte van de lage rug (eventueel met uitstraling naar benen), en hals, met musculaire hoofdpijn. Myogellose (knobbels in de spieren). Ongedurigheid en wiebelen. Tandengeknars, ook 's nachts. Heesheid, prikkelhoest.
 

BEHANDELING

 
1. Symptomatisch

 
a. Medicamenteus
 
Zeer nuttig, doch gevaarlijk als men de behandeling hiertoe beperkt. Men kan de typische symptomen zelf behandelen, ofwel het sympathisch zenuwstelsel als geheel (met bv. Inderal, die het ortosympathisch stelsel wat afremt, en daardoor ook de overdreven parasympathische reactie voorkomt).
    
    Perifere zenuwstelsel     --> sensorische zenuwstelsel.
                                       --> motorische zenuwstelsel.
    Autonome zenuwstelsel  --> Orthosympatische zenuwstelsel : dit stimuleert actie.
                                       --> Parasympatisch zenuwstelsel : meeleven, vagale reflex.
 
b. Ontspanningsoefeningen
 
Deze zijn gericht op het verkrijgen van een aangepastere spiertonus, en onrechtstreeks ook op het stabiliseren van de sympathicus.
 
De ontspanningsoefeningen kunnen actief (op- en ontspannen der spieren) of passief (massage, kine) zijn.
 
Er bestaan biofeedbacktoestellen, die een aangenaam signaal geven als de gewenste toestand bereikt is. Doch in praktijk worden ze niet zo vaak gebruikt, vermits ze nogal omslachtig zijn in vergelijking met de gewone technieken die vaak hetzelfde effect hebben, en minder technische complicaties geven.
 
Als de patiënt de techniek goed beheerst, kan men hem in ontspannen toestand suggesties geven om emotioneel gunstiger te reageren op de stresssituaties. Hierbij wordt de therapie niet louter symptomatisch meer.
 
2. Onderliggende problemen
 
a. Medicatie
 
Antidepressiva in lage dosis, soms tijdelijk kalmeermiddelen (die de gemaskeerde depressie verergeren als men ze te lang neemt), en soms fysieke correctoren zoals Inderal tegen tachycardie, Effortil tegen orthostatische hypotensie.
 
b. Psychotherapie
 
Deze volgt de algemene regels (zie elders), en hangt af van persoonlijkheid en problematiek.