5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5304 Functies (5) Seksualiteit


SEKSUELE PROBLEMEN 

BEPALING 

Men spreekt van een seksueel probleem, als iemand niet in staat is om seksuele bevrediging (met orgasme) te bereiken op een manier die aangenaam is voor hemzelf en voor de partner. Daarenboven wordt als seksueel abnormaal beschouwd, wie niet in staat is om ook op de "gebruikelijke" manier tot seksuele bevrediging te komen, zelfs al stoort dit de partner niet. 

De concrete vormen van seksualiteit zijn uiteraard zeer cultuur- en tijdsgebonden, hoewel de "gebruikelijke" manier, die overigens grotendeels fysisch en anatomisch bepaald wordt, wel in alle tijden en culturen dezelfde is geweest. 

 

NB "Seks", "seksueel", "seksualiteit" zijn in het Nederlands steeds met 'ks'.

 

DSM-codes As I

 

302.76 Dyspareunia (Not Due to a General Medical Condition) 

302.4  Exhibitionism 

302.73 Female Orgasmic Disorder 

302.72 Female Sexual Arousal Disorder 

302.81 Fetishism 

302.89 Frotteurism 

302.85 Gender Identity Disorder in Adolescents or Adults 

302.6 Gender Identity Disorder in Children or Gender Identity Disorder NOS 

302.6 Gender Identity Disorder NOS 

302.71 Hypoactive Sexual Desire Disorder 

302.72 Male Erectile Disorder 

302.74 Male Orgasmic Disorder 

302.9 Paraphilia NOS 

302.2 Pedophilia 

302.75 Premature Ejaculation 

302.79 Sexual Aversion Disorder 

302.9 Sexual Disorder NOS 

302.7 Sexual Dysfunction NOS 

302.83 Sexual Masochism 

302.84 Sexual Sadism 

302.3 Transvestic Fetishism 

302.82 Voyeurism 

 

DSM-codes As III

 

607.84 Male Erectile Disorder Due to [General Medical Condition] 

608.89 Male Hypoactive Sexual Desire Disorder Due to [General Medical Condition] 

625.8 Other Female Sexual Dysfunction Due to [General Medical Condition] 

608.89 Other Male Sexual Dysfunction Due to [General Medical Condition]

608.89 Male Dyspareunia Due to [General Medical Condition] 

 

625 Female Dyspareunia Due to [General Medical Condition] 

625.8 Female Hypoactive Sexual Desire Disorder Due to [General Medical Condition] 

 

INDELING 

Wij delen hier de seksuele problemen in, in kwantitatieve stoornissen (problemen van gestoorde intensiteit, orgasmestoornissen, en kwalitatieve stoornissen (problemen van gestoorde partnerkeus en problemen van methode). 

 

 

A. KWANTITATIEVE STOORNISSEN = ORGASMESTOORNISSEN  

 

1. IMPOTENTIE

 

BEPALING 

Impotentie is het onvermogen tot geslachtsgemeenschap. Het onvermogen van de man om tijdens de geslachtelijke betrekkingen een orgasme te bereiken. 

 

Impotentia erigendi De belangrijkste vorm van impotentie is het niet krijgen of snel verdwijnen van een erectie. 

Ejaculatio praecox De voortijdige zaadlozing. 

Impotentia ejaculandi Het ontbreken van de zaadlozing. 

Impotentia coeundi Het onvermogen van de man om de geslachtsgemeenschap op normale en bevredigende wijze te beginnen, voort te zetten en teneinde te brengen. 

 

DSM-codes As I

302.71 Hypoactive Sexual Desire Disorder 

302.72 Male Erectile Disorder 

302.74 Male Orgasmic Disorder 

302.75 Premature Ejaculation 

302.79 Sexual Aversion Disorder 

302.9 Sexual Disorder NOS 

302.7 Sexual Dysfunction NOS

 

OORZAAK 

a. Psychisch 

Het betreft hier een vicieuze cirkel: om een of andere reden mislukt eens de coïtus (door toeval, vermoeidheid, houding van de partner). Bij een volgende gelegenheid tijdens de coïtus vraagt de man zich ernstig af of het zal lukken, en deze bekommernis is de oorzaak van een nieuwe mislukking. Bepaalde factoren zoals spot of goed bedoelde doch kwetsende opmerkingen van de partner kunnen deze angst vergroten (minderwaardigheidscomplex). Daarnaast zijn ook slechte communicatie met de partner, irritatie t.o.v. de partner, eerbied, verliefdheid, het elkaar niet meer mooi vinden, angsten, depressie, schuldgevoelens, remmingen of onwetendheid, prestatieangst, vroegere traumatische ervaringen, … mogelijke psychische oorzaken. 

 

b. Fysisch 

Bepaalde zenuwletsels (traumatisch aan ruggengraat, biochemisch bvb. neuropathie, het niet meer goed functioneren van één of meerdere zenuwen, (bvb. door diabetes), hormonale afwijkingen of medicamenteuze bijwerkingen (de meeste psychofarmaca!) kunnen erectiestoornissen geven. Psychologische complicaties kunnen dit komen verergeren. 

Bij ejaculatio praecox kan ook een kleine vagina van de vrouw (hangt vaak samen met de kracht van de spieren van de vrouw) een zeer snel orgasme veroorzaken. Het de volgende keer bang zijn om het opnieuw niet lang te kunnen volhouden, is dan weer een versterker. 

 

BEHANDELING 

·       Aan beide partners moet uitgelegd worden, om te beginnen, dat het normaal is om in een zeker aantal gevallen te mislukken, en anderzijds dat zichzelf gaan observeren de voornaamste oorzaak is van nieuwe mislukkingen. Is de man erg aan zichzelf gaan twijfelen dan kan hij bvb. door masturbatie bij zichzelf constateren dat alles nog in orde is. 


·       Een progressieve herinoefening volgens de principes van Masters en Johnson: door aan het echtpaar een tijdlang te verbieden om verder te gaan dan een zeker punt, neemt men de mislukkingsangst weg. 

·       Het tijdelijk toedienen van mannelijk hormoon waardoor de libido toeneemt (libidoverlies tegengaan) kan de herinoefening vergemakkelijken. 

·       

      Met vaatverwijders als viagra en cialis verbetert de erectie, althans op momenten dat er fysische en of fantasmatische prikkeling is, dus niet automatisch, dit in tegenstelling tot de talloze grappen die erover verteld worden. Viagra is een erectieversterker, het bevordert de bloedstroom naar de zwellichamen van de penis. 


      Arginine is een aminozuur met effect op bloedvaten, immuunsysteem en celregeneratie. Arginine is een voorloper van stikstofmonyde (NO), dat in de spierlagen de bloedtoevoer en de doorbloeding verbetert, ook van het zwellichaam van de penis. Het lijkt hierbij op de PDE5-remmers in viagra en soortgenoten. Het begin van effect duurt echter enkele weken, daar waar viagra e.d. op een half uur werken.


      Volgens de principes van Masters en Johnson helpt bij ejaculatio praecox de knijptechniek (de penis wordt gestimuleerd tot net voor het orgasme komt. Dan drukt de partner stevig met de duim en twee vingers op de schacht van de penis, net onder de eikel. Hierdoor verdwijnt het gevoel van het aankomend orgasme. Daarna kan de stimulatie worden doorgezet en herneem je) en de start-stop techniek (als het beginnen gevoel van een orgasme komt, stop je met vrijen en wacht je tot het gevoel is weggezakt, dan ga je weer verder met de stimulatie en herneem je). 


·       Medicamenteus, bij ejaculatio praecox, helpen SSRI's: Fluoxetine, Paroxetine, Sertraline. Het aanbrengen van verdovende middelen op de penis en het gebruik van condooms, waardoor de gevoeligheid afneemt. 

·       De sensate focus-methode kan een hulpmiddel zijn voor paren die seksuele problemen hebben waarvan de oorzaken eerder psychisch dan lichamelijk zijn. De methode is erop gericht beide partners bewust te maken van wat de ander prettig vindt en angst over prestaties te verminderen. De methode wordt vaak gebruikt bij behandeling van verminderd libido, seksuele opwindingstoornissen, orgasmestoornissen en erectiestoornissen. De methode bestaat uit drie stappen. Beide partners moeten zich op elk niveau van intimiteit op hun gemak voelen voordat ze doorgaan naar de volgende stap. De eerste stap is gericht op gevoelsensaties en is niet bedoeld om seksuele opwinding op te wekken of tot geslachtsgemeenschap te leiden. De partners raken om de beurt delen van het lichaam van de ander aan, met uitzondering van de geslachtsdelen en de borsten. Bij de tweede stap mogen de partners elk deel van de ander aanraken, ook de geslachtsdelen en de borsten. De nadruk blijft echter liggen op gevoelsensaties, niet op seksuele respons. Gemeenschap is niet toegestaan. Bij de derde stap leiden de wederzijdse aanrakingen uiteindelijk tot geslachtsgemeenschap, wanneer de partners zich meer op hun gemak voelen bij het aanraken en aangeraakt worden. Hierbij concentreren de partners zich op het genot en niet zozeer op een orgasme. 

 

2. FRIGIDITEIT 


zie ook BBC

      BEPALING 

Het onvermogen van de vrouw om tijdens de coïtus een orgasme te bereiken. 

De naam frigiditeit is in feite verkeerd, want hij betekent vaak "gebrek aan libido". Beter zou het zijn te spreken van anorgasmie bij de coïtus, want er kan soms wel een orgasmevermogen zijn bij manuele stimulatie. 

 

DSM-codes As I

302.76 Dyspareunia 

302.73 Female Orgasmic Disorder 

302.72 Female Sexual Arousal Disorder 

302.71 Hypoactive Sexual Desire Disorder 

302.79 Sexual Aversion Disorder 

302.9 Sexual Disorder NOS 

302.7 Sexual Dysfunction NOS


VOORKOMEN 


Anorgasmie is bij de vrouw veel frequenter dan bij de man. Bij haar eerste betrekkingen heeft bijna geen enkele vrouw een orgasme en na 5 jaar (harmonisch) huwelijk heeft nog meer dan een kwart van de vrouwen nog nooit een orgasme gehad, ook al zijn ze intussen al gelukkige moeders geworden. Zelfs bij een voor haar bevredigende seksuele relatie hebben de meeste vrouwen niet bij elke coïtus een orgasme, hoewel er ook talrijke vrouwen zijn die meerdere orgasmen per coïtus beleven. 

 

OORZAKEN 


·       1) Een verschil in fysiologische bevredigingstermijn: een vrouw heeft doorgaans meer tijd nodig dan de man, hoewel het soms anders is. Doorgaans kan ze wel veel sneller een nieuw (clitpridaal) orgasme hebben.

  

      2) Een anatomisch verschil. In 1950 publiceerde een Duitse gynaecoloog, Ernst Grafenberg, een artikel over een zeer gevoelige erogene plek binnen de vagina van de vrouw. Zijn Duits artikel kende echter niet veel succes, totdat het team van Alice Ladas, Beverly Whipple en John Perry ernaar verwezen in hun boek genaamd "De G-plek en andere recente ontdekkingen over de menselijke seksualiteit" (1982). De naam "G-plek" ("G-spot") verwees naar Grafenberg. Deze plek kan gestimuleerd worden door één, of liefst twee vingers in de vagina te brengen, lichtjes naar boven-voren te krullen, en zachtjes te stimuleren. Bij zichzelf kan een vrouw dit manoeuvre moeilijk voltrekken. Bij stimulatie zwelt deze plek van de omvang van een erwt tot deze van een hazelnoot, en geeft bij heel veel vrouwen een zeer aangename prikkeling, eventueel voorafgegaan door een onaangenaam gevoel alsof ze moet urineren. Dit is begrijpelijk omdat het dezelfde zenuwen zijn die geprikkeld worden, en omdat deze plek vlak onder de urethra ligt. Sommige anatomen betwisten het bestaan van deze plek, maar dit is enigszins te begrijpen vermits deze plek in rust en bij een lijk heel klein is. Bij sommige vrouwen leidt stimulatie van deze plek tot een soort ejaculatie langs de urethra van een vrij grote hoeveelheid vocht dat geen urine en evenmin vaginaal vocht is, maar gelijkt op het sperma van de man zonder zaadcellen. Deze plek is embryologisch trouwens het equivalent van de mannelijke prostaat, zoals ook het vocht op het prostaataandeel van het sperma gelijkt. Dit intensieve orgasme geeft, zoals bij de man, een sterk gevoel van uitputting, anders dan het clitoriaal orgasme. Daarnaast moet de vrouw ook in staat zijn om haar bekken te kantelen, de spieren in haar vagina (bekkenbodem) samen te trekken, ... Door experimenteren, lukt dit meestal, doch dit zijn zaken die niet uitgelegd worden. 


      3) Onaangepaste erotische fantasieën bij de vrouw. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door onze cultuur die aan de vrouw minder inspiratie en meer schuldgevoelens bezorgt, en anderzijds door de gewoonte dat de man het initiatief neemt, waardoor hij spontaan de partner en het moment kiest dat beantwoordt aan zijn erotische fantasieën, hetgeen bij de vrouw niet noodzakelijkerwijze het geval is. En tenslotte omdat de (aanvechtbare doch reële) sadomasochistische kleur van onze Westerse seksualiteit aan de vrouw een langere evolutietijd vraagt voor de ontwikkeling van aangepaste fantasieën. Niet alleen zijn haar fantasieën erotisch vaak minder aangepast, maar daarenboven besteedt ze gemiddeld per dag niet zoveel tijd als de man aan erotisch zitten fantaseren en masturbeert zich tijdens haar jeugd beduidend minder dan jongens, bij wie dit bijna algemeen is (cf. boeken van Nancy Friday). De onaangepastheid der fantasmen houdt duidelijk verband met de karakterstructuur: vrouwen met een orale karakterstructuur (die graag geven en zich gemakkelijk kunnen laten gaan) hebben het minst problemen met orgasme, bij de anale karakterstructuur (alles willen controleren, zich niet willen "laten doen") zijn er enorm veel seksuele problemen, terwijl er bij vrouwen met een genitaal-hysterische karakterstructuur er doorgaans geen verband is tussen de mate waarin ze erotiek als lok-, manipulatie- en pronkmiddel aanwenden, en hun reële seksuele ontwikkelingsgraad, die meestal erg geremd is door hun fundamenteel gebrek aan zelfvertrouwen, waardoor ze trouwens aan de genitaal-hysterische karakterneurose lijden.  


       4) Het feit dat onze cultuur aan mannen weinig tederheid en zachtheid leert ("dat staat niet voor een grote jongen"), hetgeen door vrouwen erg gemist wordt, alsook het feit dat veel mannen minder zorg aan hun lichaamsverzorging en uiterlijk besteden dan vrouwen, en daarom reëel voor de vrouw ook minder aantrekkelijk zijn.


      5) Vele vrouwen, vooral eens ze getrouwd zijn en kinderen hebben, krijgen vaak schuldgevoelens als ze hun "tijd verliezen", en leren snel hun vermogen tot genieten af.  


       6) Soms vindt de vrouw de betrekkingen pijnlijk, bv. door vaginale krampen (vaginisme = de spieren rondom de vagina knijpen samen zonder dat de vrouw het wil = verhoogde spanning van de bekkenbodemspieren, zodat de penis er niet in kan) of onvoldoende vaginale vochtproductie. Beide zaken zijn echter vaak reeds een uiting van onvoldoende libido of angst voor seksualiteit, en de pijn komt de angst en afkeer dan versterken. Kinesitherapeutische behandeling en algemene psycho-seksuele behandeling (relaxatietraining, graduele seksuele thuisoefeningen, ...) zijn aangeraden. 


       6) Ook doen tal van onjuiste opvattingen de ronde, zodat de vrouw het niet gemakkelijk heeft haar probleem te erkennen of op te lossen: een orgasme zou niet "nodig" zijn (een "teder gevoel" volstaat), er zijn verschillende soorten vrouwen (met een "vaginaal" en een "clitoridaal" orgasme), er is nu eenmaal niets aan te doen... Statistieken (het Kinseyrapport) wijzen echter uit dat in een seksueel harmonisch huwelijk de vrouw evenzeer verlangt naar seksualiteit als de man, en er evenveel deugd aan heeft, naast alle andere geluk door tederheid en liefde.


       7) Medicamenteuze oorzaken: slecht aangepaste pil, psychofarmaca doen de libido verminderen (libidoverlies). 

 

BEHANDELING 

Ook voor de vrouw wordt de methode van Masters en Johnson soms gebruikt, hoewel het bij haar niet zozeer het leren overwinnen van een storende angst is, maar eerder het zich leren ontspannen en "laten gaan", en het voeden van haar erotische fantasie. 

Via gedragstherapie, bvb. de erotische opwinding bij de vrouw conditioneren aan een bepaalde kunstmatige stimulus, bbv. een geluid of een lichtbron, en dan deze stimulus aanwenden telkens zij haar seksuele partner voorstelt. 

In landen met een vrijere cultuur dan hier, bvb. Nederland, Engeland en Amerika, zijn er tal van professioneel werkende "zelfhulpgroepen" om aan vrouwen te leren hoe hun orgasmeprobleem op te lossen. Daar bespreekt men elkaars ervaringen, krijgt uiteenzettingen over de seksuele fysiologie van de vrouw, en leert men technieken als ontspanning en zelfstimulatie aan, die dan thuis, soms alleen, soms met de partner worden ingeoefend.    

Ook behandeling met (mannelijke) hormonen stimuleert de vrouwelijke libido, alhoewel de dosis uiteraard lager moet zijn dan bij de man. 

 

ALGEMENE OPMERKINGEN BIJ IMPOTENTIE EN FRIGIDITEIT 


·       Een seksueel probleem, dat als probleem in de relatie wordt aangevoeld, wijst bijna altijd op andere psychische problemen in de relatie. Want een koppel met een goede psychische relatie kan bijna altijd door bespreken, informatie zoeken en geduldig met elkaar uitproberen een seksueel probleem oplossen. Lukt dit niet, dan moet de therapeut eerder het psychisch en relationeel, dan het seksueel probleem aanpakken, en eens dit opgelost, wordt het seksueel probleem bijna altijd "vanzelf" opgelost. Vandaar dat zuivere "seksuologie" bijna geen toepassing vindt, tenzij bij therapeuten die de psychische dimensie niet aanvoelen, of niet wensen te behandelen. 

·       Seksuele problemen ontstaan soms en verergeren in elk geval door bepaalde verkeerde communicatiepatronen in de relatie, bvb. het onthouden van uitingen van bewondering en liefde ("ze weet toch dat ik haar graag zie"), van tederheid los van het vrijen ("ik ben nu eenmaal zo niet", "ik heb toch het recht spontaan mezelf te zijn"), van humoristisch bedoelde maar kwetsende opmerkingen ("jaja, je hebt je beste tijd al wel gehad"), van elkaar het seksuele probleem te verwijten ("jij hebt geen verstand van vrijen"), van het niet willen of durven geven van technische informatie ("je moet dat aanvoelen"), doch vooral van de seksualiteitdodende gewoonte om toenadering af te wijzen op ogenblikken dat het "niet past" ("niet als ik in de keuken werk, schat", "niet als ik moe ben, liefste"), of, erger nog, te gaan gebruiken als chantagemiddel ("je bent vandaag niet vriendelijk genoeg geweest", "ik heb niet echt gevoeld dat je me graag zag", "ik ben alleen maar goed voor in bed"), onder het motto "ik ben toch baas van mijn eigen lichaam". Men heeft inderdaad het recht zijn eigen mooiste bezittingen (en een goede relatie is een onbetaalbare schat) stuk te slaan, maar dan zijn ze inderdaad ook stuk. 

 

B. KWALITATIEVE STOORNIS = GESTOORDE SEKSUELE PARTNERKEUS  


INLEIDING 


Het aantrekkelijk vinden van een bepaald soort partner en de daarop steunende keuze van de partner, is een psychologisch conditioneringsproces, dat levenslang optreedt (vandaar dat onze smaak voortdurend evolueert). 

Dit fenomeen maakt het ook mogelijk om, mits goede motivatie en oprechte medewerking- therapeutisch op dit partnerbeeld in te grijpen, bvb. voor de behandeling van homoseksualiteit, pedofilie en frigiditeit. 

 

OORZAAK 


 Opdat stoornissen in de partnerkeus zouden optreden, moeten er twee voorwaarden vervuld zijn: 

·       Een persoonlijkheidsstoornis waardoor er een overdreven angst voor de "normale" partner, of een overdreven aantrekking tot de "abnormale" bestaat. Dit houdt vaak verband met abnormale opvoedingssituaties (brutale vader, opvoeding door grootouders, strenge internaten) of onvolgroeidheden in de persoonlijkheid (extreem gebrek aan zelfvertrouwen). 

·       Ervaringen met ongebruikelijke partners. Vermits de eerste ervaringen vrij bepalend zijn voor de latere evolutie, kunnen mensen die ongewild geconfronteerd worden met ongebruikelijke partners (en die over de geschikte persoonlijkheid beschikken) vaak "gefixeerd" worden in hun keus. 

 

1. GESLACHTSIDENTITEITSSTOORNIS (vroeger: EGODYSTONE HOMOFILIE)


BEPALING 

Homofilie (homo = hetzelfde, filie = vriendschap) is het onvermogen om een seksuele relatie op te bouwen, tenzij met iemand van hetzelfde geslacht. Met egodystoon bedoelt men dat de betrokkene er zich niet goed bij voelt .

Met homofilie bedoelt men doorgaans mannelijke homofilie, hoewel deze term eigenlijk niet naar de man, maar naar de mens verwijst; bij vrouwen spreekt men ook van lesbisch. 

 

DSM-codes As I

302.85 Gender Identity Disorder in Adolescents or Adults

302.6 Gender Identity Disorder NOS


OPMERKING 

Anders dan in homofiele kringen zelf, wordt homofilie in psychiatrie in sommige gevallen als een abnormaliteit beschouwd. En dit houdt geen verband met ouderwetse of conservatieve sociale intolerantie, maar met de bezorgdheid om die personen te helpen die daar het verlangen toe koesteren, vandaar de naam "egodystoon" d.w.z. niet tevreden met het eigenbeeld.

De discussie over deze thema's is echter zeer moeilijk en sociocultureel met vele taboes bezwaard, omdat zowel de pro's als de contra's vaak vooringenomen standpunten hebben, en andere standpunten beledigend vinden.

 

BEPALENDE FACTOREN 

Factoren die een rol kunnen spelen in het ontstaan en onderhouden van homofilie zijn o.m.: 

·       Strikt genomen zit het afwijkende in homofiele seksualiteit niet zozeer in de aantrekking tot het eigen geslacht, maar in de onaantrekkelijkheid of afkeer voor seksualiteit met iemand van het andere geslacht. Want de natuur van de mens is wellicht biseksueel, en dus zijn exclusieve heterofielen strikt genomen even deviant als homofielen. Alleen wordt dit door de samenleving niet als dusdanig bestempeld. 

·       Culturele factoren spelen ongetwijfeld een rol, en daarin is bvb. bij mannen minachting of afkeer voor de vrouw als mens zeker aanwezig. De Griekse filosofen, met inbegrip van de allergrootsten, waren allen in opvallende mate homofiel en pedofiel, en staken hun principiële visie over de vrouw als intellectueel tweederangswezen niet onder stoelen of banken. 

·       Het is een beetje te eenvoudig om de erotische fantasmen als een vast en onveranderlijk gegeven te beschouwen. De fantasmatische afstand die een heterofiel in zijn leven aflegt om van een droompartner van 17 jaar naar een droompartner van 70 jaar te komen is veel groter dan de afstand die zou moeten afgelegd worden door een egodystone homofiel om in zijn erotische fantasmen te evolueren van seks met een man van 20 tot seks met een vrouw van 20, en als deze droompartner jonger is dan is de afstand nog kleiner. Dit kan men linken aan een mogelijke behandeling, namelijk dat men in de seksuele fantasie de partner jonger maakt bvb. tot een leeftijd van 10 jaar waar het verschil tussen een jongen en een meisje nog klein is. Het leuk vinden om te vrijen met die jongen, kan dan -in de seksuele fantasie- verlegd worden naar het leuk vinden om te vrijen met het meisje. Van daaruit kan de leeftijd verhoogd worden. 

·       Heterofiele partners die de kans krijgen om ongedwongen en zonder psychologische complicaties te experimenteren en te evolueren in hun seksualiteit, ontdekken vroeg of laat de vreugde van anale betrekkingen en het koesteren van een partner van hetzelfde geslacht bvb. bij vrijen met drie of meer. Bij ongedwongen openbloeien van seksualiteit blijkt het ene het andere dus niet uit te sluiten. Vrouwen bereiken dit biseksuele stadium overigens gemakkelijker dan mannen. 

·       Freud en de psychoanalisten beschreven duidelijk dat de ontwikkeling van een heteroseksuele fantasiewereld voorafgegaan wordt door een auto-erotische fase die overgaat in een homo-erotische. Volgens deze visie is een volwassen homofiel dus iemand die blijven hangen is in een vroegere ontwikkelingsfase. 

·       De bepalende factoren bij homofilie zijn doorgaans veel meer van psychologische dan van erotische aard. Het blijkt in praktijk veel meer een afkeer van de "typische" sociale, culturele en relationele rol te zijn. 

·       Organische factoren zullen ongetwijfeld wel een rol spelen. Homofiele mannen hebben niet zelden die kenmerkende lichaamsbouw en vooral houding. Soms meent men afdoende bewijzen te vinden voor de "erfelijkheid" van homofilie, doch achteraf blijven deze conclusies echter meestal wat te voortvarend geweest te zijn. Enkele overwegingen daarbij: 

o   volledig erfelijk kan homofilie zeker niet zijn, anders waren ze na één generatie al uitgestorven; 

o   het is niet omdat men vroeg of laat bij homofielen "afwijkingen" vindt in hersenen en/of hormonen, dat de situatie daardoor "normaal" wordt. Een endogene depressie is ook duidelijk aangeboren en erfelijk bepaald, maar dat betekent nog niet dat de lijders aan deze ziekte zullen opkomen voor hun "recht" om levenslang zware stemmingsschommelingen te vertonen, en een voorstel tot behandeling als een intolerante aanslag op hun identiteit zullen beschouwen.

·       Men mag de twee leden van een homofiel/lesbisch koppel niet zomaar als twee personen van dezelfde geaardheid beschouwen. Er is vaak een polarisatie aanwezig die opvallend doet denken aan de man-vrouw-polarisatie... Eén van beiden zal wellicht veel meer typische persoonlijkheidstrekken van het andere geslacht vertonen dan te gelijken op de persoonlijkheid van zijn homofiele partner. 

·       Cultureel-esthetische factoren spelen ongetwijfeld ook een rol. De esthetische variatiemogelijkheden in kledij en levensstijl die de huidige westerse cultuur aan een man "toestaat" (en opdringt) is in feite extreem verarmd, en dit soort rijkdom is niet zelden iets dat homofielen nastreven. Op persoonlijkheidstests als de MMPI blijkt trouwens dat de schaal waarop homofilie kan gemeten worden ook sterk reageert op esthetische verfijning zonder homofilie. Ook zoeken vele vrouwen bij elkaar een fysieke en psychische zachtheid en lichaamszorg die ze bij veel mannen missen... 

·       Een vrij fundamenteel bezwaar dat men vanuit psychologisch (dus niet seksueel) standpunt kan aanvoeren tegen homofilie, is onze diepe (allerdiepste?) menselijke behoefte aan bevestiging en waardering. Deze is veel moeilijker te schenken aan iemand van hetzelfde geslacht, omdat die veel gemakkelijker als concurrent zal beschouwd worden. Hoe groter de polarisatie (en dus de feitelijke ongelijkheid) tussen de homofiele partners, hoe minder zij elkaar als concurrent zullen beschouwen. Dit verklaart enerzijds waarom er, in vergelijking met heterofiele koppels, zoveel meer ontrouw, promiscuïteit, agressie en relatiebreuken bestaan bij homofielen, en anderzijds dat de stabiele koppels vaak een opvallend leeftijdsverschil vertonen, waardoor er een quasi-heterofiele karakteriële polarisatie kan optreden. Bij ouderwordende homofielen (vanaf ong. 45 j) is er daarom vaak een toenemende angst om alleen te vallen, vermits de meesten spontaan naar jongeren uitkijken, zodat een oudere persoon praktisch geen aantrok meer heeft, tenzij hij bv. financieel of door een "vaderlijke natuur" veel te bieden heeft. 

·       Het blijkt dat de (zeldzame) egodystone homofielen die zich laten behandelen, (voor hun seksuele tendensen, doch vooral voor de onderliggende psychologische stoornissen) zich achteraf meestal veel beter voelen. Het seksuele aspect is, gedragstherapeutisch, vrij gemakkelijk te behandelen, en is van dezelfde soort als bv. de behandeling van orgasmestoornissen bij heterofiele partners die geen opwinding meer beleven met elkaar. Het moeilijkste aspect van de behandeling is echter het psychische, d.w.z. zich goed leren voelen in een andere "levensrol". Desondanks is de motivatie voor behandeling zeldzaam, en ook moeilijk, omdat er vaak al jarenlang een socio-professionele situatie rond gebouwd is. 

 

BEHANDELING 


a. Seksuele problemen 

Hoewel de gedragstherapeutische behandeling bestaat (af- en aanlerende conditionering via dia's die progressief van het huidige partnertype naar het gewenste evolueren, terwijl de kandidaat zichzelf in de verbeelding of met behulp van aversieprikkels of masturbatie straft of beloont), en goed werkt, wordt ze maar zelden toegepast, omdat de psychologische afkeer voor het andere geslacht eigenlijk veel sterker is dan de seksuele, en er weinig ziekte-inzicht hieromtrent bestaat. 

 

b. Niet-seksuele problemen  

Homofielen die consulteren zoeken meestal hulp voor de klassieke problemen van depressiviteit, relatiestoornissen, (angst voor) eenzaamheid, verslaving, professionele onaangepastheid. De behandeling hiervoor is uiteraard niet anders dan die voor heterofielen, en staat maar zeer onrechtstreeks in verband met de homofilie. 

 

2. PEDOFILIE


BEPALING 

Seksueel verkeer met kinderen, soms in homofiele zin (de man ziet dan in de jongen een soort meisjesvariant), soms met extreem jonge heterofiele partners. 

 

DSM-code As I

302.2 Pedophilia

      OORZAKEN 

      Ook hier vinden we, vooral bij de oudere initiatiefnemer, dezelfde factoren terug als bij homofilie: het zich onbekwaam           voelen tot het opbouwen van een relatie met een leeftijdsgenoot van het andere geslacht. 

Een bijkomende uitnodigende factor is de grotere manipuleerbaarheid der kinderen, en de mogelijkheid om met hen een irreële "romantische" sfeer mee te maken. Voor de initiatiefnemer lijkt het veel gemakkelijker en aantrekkelijker om hun fantasmen met dergelijke onervaren en subassertieve partners te beleven. 

Er is tevens een sterke commerciële uitbuiting van deze praktijken door "mensenhandelaren". Sommige landen als Thaïland, en sommige websites bouwden zich een weinig flatterende reputatie op in deze sector. 

Gedwongen onthouding (leger, gevangenis, internaat met jongeren van hetzelfde geslacht) of op religieuze grond (celibaat) leiden vaak tot dergelijke praktijken. 

 

KENMERKEN 

Doorgaans duren deze contacten niet lang, omdat de kinderen het meestal helemaal niet prettig vinden, en zorgen dat het niet meer kan voorkomen. 

Hoewel zeer gevreesd sinds Freuds bekende theorieën over het "seksuele psychotrauma", worden de door hem geciteerde schadelijke gevolgen door praktsich geen enkele statistiek bevestigd. Daarom veronderstelt men, dat occasionele pedofiele seksuele contacten meestal nogal onschadelijk zijn, tenzij ze zeer lang duren. Als er schade is, dan wordt deze eigenlijk eerder toegebracht door de psychologische context van machtsmisbruik en schuldgevoelens, wat ook en veel vaker buiten de seksualiteit gebeurt, en dan niet bestreden of gestraft wordt. Niet zelden zijn de politie- en gerechtsmaatregelen (ondervragingen, confrontaties, home, gevangenisstraf van een ouder) veel traumatiserender dan de feiten zelf. 


BEHANDELING 

De initiatiefnemer wordt best aangepakt met een psychotherapie voor zijn onderliggende persoonlijkheidsproblemen, en krijgt desnoods het neurolepticum Frenactil om zijn libido tijdelijk af te zwakken. 

 

3. INCEST 


BEPALING 

Seksueel contact tussen familieleden, meestal tussen een ouder en een kind. Men rekent daar ook adoptieve ouders en stiefouders bij. 

 

DSM-code As 1

Deze is niet voorzien in de DSM!

Zo nodig gebruik maken van Posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) waar het het dichtst bij ligt:

     309.81 PTSS (PTSD)


VOORKOMEN 

Incest komt vaker voor tussen vader en dochter dan tussen moeder en zoon. Ook grootouders, ooms, oudere neven e.d. zijn er vaak bij betrokken. Nochtans blijkt uit recente studies, dat seksueel contact tussen moeder en kind veel frequenter is dan men denkt, hoewel ze zelden de vorm aannemen van volledige seksuele betrekkingen. 

Ook de (frequente) seksuele "spelletjes" tussen kinderen van hetzelfde gezin of familie vallen hier theoretisch onder, hoewel deze maar hoogst zelden tot volledige seksuele betrekkingen evolueren. 

Deze feiten gebeuren vaker, hoewel niet uitsluitend, in sociaal marginale milieus met lossere zeden en kleine behuizing.


Soms staan theorie en subjectieve realiteit lijnrecht tegen elkaar, bv. als broer en zus, die elkaar nooit gezien hebben en zelfs van elkaars bestaan niet wisten, later als volwassenen op elkaar verliefd worden. Is dit nog incest? 

 

KENMERKEN 

Nogal vaak gebeurt het in psychisch onevenwichtige gezinnen, bv. met een geesteszieke moeder, of een debiele of karaktergestoorde vader. In de literatuur wordt een opvallende, meestal passieve medeplichtigheid van de moeder vermeld, hoewel die bij politieverhoor uiteraard altijd verklaart van niets te weten. Die "medeplichtigheid" spruit voort uit een gevoel van onmacht, een schuldgevoel i.v.m. met haar eigen onvolkomenheden als vrouw en echtgenote, en vaak een poging de schijn te redden, en haar gezin voor het ergste te behoeden (wegvallen broodwinning, kinderen elders geplaatst). 

Vaak wordt er, vooral door de context van machtsmisbruik, grote schade toegebracht aan de persoonlijkheid van die kinderen, ook al omdat het voor hen, anders dan in pedofilie, moeilijker is eraan te ontsnappen. Sommige kinderen maken er echter handig financieel misbruik van. 

 

BEHANDELING 

Dikwijls heel moeilijk, bv. gezien het lage intellectuele peil, of de grote karakterstoornis. 

Enige tijd gevangenis of internering schijnt nog het beste te helpen, tenzij de dader psychopate kenmerken vertoont. 

 

4. PROMISCUÏTEIT EN PROSTITUTIE 

Is de bereidheid frequent seksueel contact te hebben met gelegenheidspartners, die men amper of niet kent. De eigenlijke seksuele bevrediging in deze gevallen is maar zeer beperkt of vaak zelfs afwezig, omdat de mooiste dimensie van seksualiteit, n.l de affectieve relatie, ontbreekt. Dergelijke praktijken wijzen bijna altijd op een sterk gestoorde persoonlijkheid, vaak psychopathisch, soms neurotisch. 

 

5. BESTIALISME 

Een zeldzame afwijking, waarbij meestal minder intelligente en/of extreem vereenzaamde personen seksueel contact hebben met dieren, bv. een stalknecht met een schaap, een vereenzaamde vrouw die zich door haar hondje laat aflikken en daarvoor bv. jam gebruikt. 


DSM-code As I

302.9 Parafilie NNO

 

C. GESTOORD SEKSUEEL GEDRAG


Exhibitionisme: plots zijn geslachtsdelen tonen aan nietsvermoedende voorbijgangers. Meestal oudere mannen t.o.v. kinderen en jongere vrouwen. Neurotisch. 

Voyeurisme: genoegen scheppen in een besluipen en bespieden van vrijende paartjes. 

DSM 302.82 Voyeurism

Frotteur: iemand die, bv. op tram of bus, van de drukte gebruik maakt om borsten of penis tegen een omstaander te wrijven. 

DSM 302.89 Frotteurisme

Sadisme: seksueel genoegen vinden in het lichamelijk pijnigen van de erotische partner. 

DSM 302.84 Seksueel Sadisme

Masochisme: seksueel genoegen vinden in pijn. 

DSM 302.83 Seksueel Masochisme

Verkrachting: neurotisch of psychopathisch. 

Sodomie: anale coïtus. Werd lang als een zware zonde beschouwd 

Transvestisme: zich in het andere geslacht verkleden. Vaak een vorm van transseksualiteit. 

DSM 302.3 Transvestisch Fetisjisme

Transseksualiteit: het verlangen om van geslacht te veranderen. Soms hormonaal, meestal psychotisch. 

Fetisjisme: onvermogen om tot een orgasme te komen, tenzij met bepaalde voorwerpen, meestal kledingstukken van het andere geslacht. 

DSM: 302.81 Fetisjisme

Gerontofilie: homofiele of heterofiele neiging om seksualiteit te beleven met opvallend oude personen. 

Necrofilie: met lijken, bv. na lustmoord. 

 

BEHANDELING 

Al deze afwijkingen wijzen op sterke persoonlijkheidsstoornissen, en kunnen meestal hoogstens remmend (frenactil dat de seksuele opwinding vermindert, in zeer zware gevallen een kleine hersenoperatie) behandeld worden.


De meeste seksuele afwijkingen zijn ook wettelijk "verboden", en moeten bij klacht dus vervolgd en bestraft worden. Doch de resultaten van deze bestraffing zijn zeer pover, ook al omdat een aanraking met het gerechtsmilieu de sociale kansen van die mensen nog doet afnemen, en de contacten binnen de gevangenis de marginaliteit doen toenemen. Daarom ontslaan de rechters vaak deze patiënten van straf, op voorwaarde dat ze zich regelmatig psychiatrisch laten behandelen, een maatregel die vaak zeer gunstig is. 



RECENTE (2014) SITUATIE IN VLAANDEREN: 13 MYTHES EN FEITEN (De Standaard 3/2014)

Wetenschappers aan de UGent, de KU Leuven en het UZ Gent presenteren dinsdag de resultaten van hun onderzoek over seksuele gezondheid in Vlaanderen. Daaruit blijkt dat er toch nog enkele misvattingen bestaan over seks. Die hebben de vorsers voor ons ontkracht.

Het zogenaamde SEXPERT-onderzoek is gebaseerd op een representatieve steekproef waaraan 1.852 Vlamingen tussen 14 en 80 jaar oud hebben meegewerkt. Daarnaast werden 432 tweedegeneratie Vlamingen van Turkse origine bevraagd én 2.468 personen die minstens 1 homoseksuele, lesbische of biseksuele component in hun leven erkennen.

De dertien mythes over seks

Mythe 1: De eerste keer komt steeds vroeger

SEXPERT-feit: Jongeren starten iets vroeger maar zijn er daarom niet minder klaar voor.

Het klopt dat de gemiddelde leeftijd waarop Vlamingen voor het eerst vrijen wat is afgenomen. Bij de jongere generaties ligt de gemiddelde leeftijd rond de 17 jaar, bij oudere generaties rond de 20 jaar. Maar de tijd die vandaag tussen eerste tongzoen en geslachtsgemeenschap zit, bedraagt 2,7 jaar. Dat is even lang als bij de oudere leeftijdsgroepen.

Mythe 2: De Vlaming heeft 2 tot 3 keer seks per week.


SEXPERT-feit: De Vlaming heeft gemiddeld 1 keer seks per week

Vlamingen hebben gemiddeld 1.2 keer seks per week, dat is 5 keer per maand. De seksfrequentie is lager bij tieners, maar hoger bij twintigers, dertigers en veertigers. 50-plussers doen het gemiddeld minder dan 1 keer per week.

Mythe 3: Seks is gelijk aan geslachtsgemeenschap

SEXPERT-feit: Vlamingen variëren in de slaapkamer

Seksueel ervaren Vlamingen hebben in de afgelopen zes maanden vaginale seks gehad (82%), gestreeld (84%), geslachtsdelen aangeraakt of gestimuleerd (83%), naakt bij elkaar gelegen (79%), elkaars naakte lichaam gestreeld (77%) en orale seks gegeven (55%) en gekregen (51%).

Mythe 4: Aan het bloedverlies bij de eerste keer kan je nagaan of iemand maagd is

SEXPERT-feit: Bloedverlies bij de eerste keer is geen goede maagdelijkheidstest

Tweedegeneratievrouwen van Turkse origine hebben vaker bloedverlies bij de eerste keer (83%) dan Vlaamse vrouwen (59%). De vorsers vermoeden dat sociale wenselijkheid hierin een rol speelt. Voor de vrouwen die bloedverlies rapporteren, doet die eerste keer vaak pijn.

Mythe 5: Iemand met holebiseksueel verlangen vrijt met iemand van hetzelfde geslacht


SEXPERT-feit: Holebiseksueel verlangen is niet gelijk aan holebiseksueel gedrag

Seksuele oriëntatie omvat zowel gedrag, verlangen, fantasie als zelfbenoeming. Drie kwart van de vrouwen met een holebiseksueel verlangen vrijen niet met iemand van hetzelfde geslacht en beschouwt zichzelf geen holebi (72%). Bij de mannen is dit bijna de helft (46%).

Mythe 6: Tegenwoordig zijn alle zwangerschappen gepland


SEXPERT-feit: 1 op 4 zwangerschappen is ongepland

Het aantal ongeplande zwangerschappen is afgenomen dankzij de anticonceptierevolutie, maar bedraagt toch 1 zwangerschap op 4. En het aandeel ongewenste zwangerschappen binnen de ongeplande zwangerschappen is gelijk gebleven doorheen de verschillende leeftijdsgroepen: 2 op 3 ongeplande zwangerschappen zijn aanvankelijk ongewenst; 1 op 3 blijft ongewenst.

Mythe 7: De legalisering van abortus heeft geleid tot meer abortussen

SEXPERT-feit: De abortuswet zorgt niet voor een stijging in het aantal uitgevoerde abortussen

Ongewenste zwangerschappen uit de jaren zeventig tot negentig werden vaker afgebroken dan in de twintig jaar daarvoor. Er zijn nu niet meer zwangerschappen die eindigen in een abortus dan in de jaren zeventig tot negentig. De abortuswet biedt wel een professionele context voor een veiligere abortus.

Mythe 8: Een abortus is nefast voor het latere mentale welzijn van vrouwen

SEXPERT-feit: Vrouwen met abortuservaring rapporteren niet minder mentaal welzijn

De onderzoekers zien geen verschil tussen het mentale welzijn vrouwen die wel of geen abortus lieten uitvoeren. Vrouwen die een ongewenste zwangerschap hebben uitgedragen, rapporteren wel minder mentaal welzijn.

Mythe 9: Mannen zijn geen slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag

SEXPERT-feit: Meer vrouwen, maar niet enkel vrouwen zijn slachtoffer

Vrouwen worden vaker het slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag dan mannen. Dit geldt zowel voor in de kindertijd (10,6% van de vrouwen) als in de volwassenheid (6% van de vrouwen). Maar ook 6,3% van de mannen maakt wordt geconfronteerd met een vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag voor zijn 18 jaar. 1,7% van de mannen ervaart dit na de leeftijd van 18 jaar.

Mythe 10: Seksueel grensoverschrijdend gedrag bepaalt het later seksuele functioneren

SEXPERT-feit: Seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kindertijd is een risico voor minder goed mentaal en fysiek functioneren in het verdere leven

Slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn even tevreden met hun huidig seksleven en hechten er even veel belang aan dan niet-slachtoffers. Ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kindertijd wordt wel in verband gebracht met een verminderd mentaal en fysiek welbevinden in het latere leven.

Mythe 11: Seks is natuurlijk en spontaan en gaat altijd vanzelf

SEXPERT-feit: 1 vrouw op 5 en 1 man op 8 heeft een seksuele disfunctie

Van alle seksueel actieve Vlamingen heeft 22% van de vrouwen en 12% van de mannen een seksuele disfunctie: een seksueel functieprobleem waarvan ze tevens last ondervinden. Maar Vlamingen zoeken in dat geval niet snel hulp. 4 op 5 vrouwen en 1 op 8 mannen met een seksuele disfunctie hebben nog nooit een hulpverlener gecontacteerd.

Mythe 12: Elke vrouw voelt zich vrouw, elke man voelt zich man

SEXPERT-feit: Gendernonconformiteit komt voor

Genderincongruentie komt voor: 0,6% van de mannen voelt zich vrouw en 0,3% van de vrouwen voelt zich man. Ook genderambivalentie komt voor: 0,9% van de mannen en 1,3% van de vrouwen voelt zich evenveel man als vrouw.

Mythe 13: Tienerzwangerschappen zijn een groot probleem in Vlaanderen

SEXPERT-feit: De prevalentie van (ongeplande) tienerzwangerschappen is laag – preventie is en blijft belangrijk

Uit de steekproef bleek dat twee tienermeisjes ervaring hadden met een zwangerschap. Geen van deze zwangerschappen eindigden met een baby. De prevalentie van tienerzwangerschappen komt hiermee op 3,2% in de Vlaamse bevolking. Op internationaal vlak is dit een laag cijfer. Preventie blijft hier uiteraard belangrijk.