5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5305 Functies (6) Andere


ANDERE FUNCTIONELE STOORNISSEN

 

A. ENURESIS

(bedwateren)

DSM-code As I

307.6 Enuresis

OORZAAK

Meestal gaat het om een gebrek aan affectie vanwege de ouders, of de aanwezigheid in het gezin van een te strenge ouderfiguur of een kind dat veel meer affectie krijgt. Soms is de uiting van een verstikkende overaffectie van de ouders, waartegen het kind zeer ambivalent wordt.

Sinds vele jaren beschouwt men bedwateren als een vorm van (gemaskeerde) depressie, die na lange tijd echter een neurotische trek kan worden die niet meer op antidepressiva reageert.

BEHANDELING

1. Pedagogisch: aan de ouders moet geleerd worden hun affectiviteit beter te doseren, en aan het kind soms om assertiever te zijn.

2. Tegen de enuresis:

a) Gedragstherapie: ofwel een dagtraining (steeds langer wachten telkens er een neiging is te urineren) ofwel het systeem met een alarmbel die rinkelt zodra het kindje begint te urineren.

b) Soms helpen antidepressiva (Tryptizol, Tofranil).

c) Hypnose helpt ook, doch men mag de pedagogische dimensie hierbij niet vergeten.


B. ENCOPRESIS

(Stoelgangincontinentie)

 

Als er geen lichamelijke oorzaak is, is dit vaak een symptoom van diepe oligofrenie.




C. TICS

DSM-code As I

307.2 Tic Disorder NOS 

307.23 Tourette's Disorder 

OORZAKEN

Ook deze zijn vaak de uiting van een gebrek aan affectie, en een onvermogen zich daartegen te verzetten.

Er zijn ook neurologische oorzaken van tics, bv. Tourettesyndroom.

BEHANDELING

1. Zeker de onderliggende emotionele problematiek aanpakken, hoewel vele patiƫnten het bestaan hiervan loochenen.

2. De beste symptoombehandeling bestaat erin de tics onder controle te krijgen door ze opzettelijk en versneld te gaan nabootsen en langzaam het tempo te laten verminderen.

3. Medicatie bij neurologische tics: neuroleptica, antidepressiva, elektrodeninplanting nabij thalamus.




 

D. SLAAPSTOORNISSEN

 

Bepaling

 

Teveel of te weinig slapen in vergelijking met het normale bioritme

 

DSM-code

 

307.47 Dyssomnia NOS Sleep 

347 Narcolepsy Sleep 

307.44 Primary Hypersomnia Sleep

307.42 Primary Insomnia Sleep 

307.46 Sleepwalking Disorder Sleep 

 

TE VEEL SLAPEN

 

Men spreekt van hypersomnie als zich dat bij het ontwaken of bij het (vroeg) inslapen voordoet, en vannarcolepsie als het overdag gebeurt. ook "micronaps" (kort dutje van een vrachtwagenchauffeur voor het verkeerslicht).

 

Het komt voor bij endogene depressie, en ook bij CVS en vele maanden na een mononucleose.

 

Het kunnen ook bijwerkingen zijn van medicatie, zowel antidepresiva, kalmeermiddelen als neuroleptica.

 

Het is een normaal genezingsproces bij het behandelen van depressie.

 

Er zijn ook medische oorzaken (alcohol, drugs).

 

TE WEINIG SLAPEN

 

Men spreekt van dyssomnie bij vaak ontwaken, insomnie bij urenlang wakker liggen of uitstellen van slapengaan.

 

Het is een duidelijk symptoom van een hypomane afse.

 

Het kunnen bijwerkingen zijn van antidepressiva (als de depressie eigenlijk al genezen is en de medicatie zou moeten verminderd worden) en van stimuleermiddelen (amfetamines, gegeven bij ADHD e.d.).

 

Er zijn ook medische oorzaken mogelijk, vnl in verband met de spijsvertering, pijnen.

 

Slaapwandelen (somnambulisme) is een zeldzame aandoening die wijst op grote verdrongen emotionele spanningen. Bij hersenaandoeningen zoals de Ziekte van Parkinson komt het vaker voor. Frequenter is spreken, roepen of afwerende bewegingen tijdens de droom.

 

BEHANDELING

 

Afhankelijk van de oorzaak. 

 

Slaapmiddelen (meestal diazepines zoals lormetazepam, Loramet) zijn nuttig, maar verliezen mettertijd hun effect en veroorzaken afhankelijkheid. Slaapmiddelen zonder antidepressiva bij gemaskeerde depressie verergeren ongemerkt de depressie.

 

Psycho-educatie, slaaphygiƫne