5000-5399
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

5360 Oligofrenie

OLIGOFRENIE

BEPALING

Oligofrenie is een aangeboren of vroegtijdig verworven geestelijke achterstand, zich uitend in een lage intelligentie en vaak ook in motorische stoornissen en gedragsstoornissen.

Synoniemen zijn: zwakbegaafdheid, zwakzinnigheid, mentale handicap, achterlijkheid, verstandelijke retardatie.

DSM-codes As I

318.2

IQ 0-20

idiotia mentis

Diepe verstandelijke beperking

Mensen die hieraan lijden, hebben behoefte aan een structurerende omgeving, zintuigelijke stimulering en voortdurend toezicht. Slechts in uitzonderlijke gevallen is er (minimale) spraak.

318.1

IQ 20-35

 imbecillitas mentis

Ernstige verstandelijke beperking

Er is een minimaal communicatief gedrag, een zwakke motorische ontwikkeling en behoefte aan constante supervisie.

 

318.0

IQ 35-50

imbeciitas mentis

Matige verstandelijk beperking

Men is zeer kinds, er is een moeilijk contact, ze gaan meestal niet naar school.

317.0

  • -0 zonder andere gedragsstoornis.
  • -1 met andere gedragsstoornis.

IQ 50-75

debilitas mentis

Lichte verstandelijke beperking

Men kan lezen en schrijven en onafhankelijk leren leven.

 

V62.89 

IQ 75-85

subdebilitas mentis

Zwaknormale prestaties. ASO niet haalbaar.

OORZAAK

De meest frequente oorzaak is zuurstofgebrek rond de geboorte, door een moeilijke bevalling of moeilijk op gang komen van de ademhaling, bv. bij praematuritas, te lang uitgestelde caesarea. Verder: letsels (forcepsverlossing, hydrocefalie), scheikundige aantasting (kernicterus, fenylketonurie), infecties (meningitis, encefalitis) en allerlei aangeboren ziekten (mongolisme).

Het milieu speelt uiteraard een bijkomende rol, en bepaalt o.m. in welke mate de oligofrene zich zal kunnen handhaven in de maatschappij.

Zie MBD: het hoofd van jongens is groter dus is er bij de bevalling een verhoogd risico op problemen (al dan niet met zuurstoftekort tot gevolg). 

Er zijn uiteraard ook erfelijke, genetsiche factoren die een rol spelen, vooral als er een co-morbiditeit is met een andere congenitale aandoening, bv. Syndroom van Down.

INDELING

Klassiek deelt men de oligofrenie in volgens de ernst van de mentale handicap, en gebruikt men het IQ en/of de mentale leeftijd als criterium. IQ-tests geven echter een zeer slecht beeld qua aanpassingsmogelijkheden van de oligofreen.

1. DEBILITAS (- MENTIS) IQ 50-75

Licht mentaal gehandicapt

Dergelijke kinderen kunnen meestal beperkt lezen en schrijven, en bepaalde eenvoudige beroepen aanleren. De besten kunnen later zelfstandig leven, de minder goeden kunnen terecht in een beschutte werkplaats. Tussen IQ 75 en 85 spreekt men van subdeblitas.

2. IMBECILLITAS (- MENTIS) IQ 25-50

Matig/ernstig mentaal gehandicapt.

Het IQ kom overeen met een mentale leeftijd van 4 tot 7 jaar. Ze spreken eenvoudige gebrekkige zinnen en kunnen soms een beetje lezen en schrijven (bv. hun naam). Ze zijn meestal slechts in staat routine-activiteiten te ontwikkelen, hoewel men soms splintervaardigheden aantreft. Slechts in zeer tolerante milieus, bv. op een boerderij, kunnen ze soms vrij leven. Meestal verblijven ze echter in MPI's en instituten voor volwassen mentaal gehandicapten.

3. IDIOTIA (- MENTIS) IQ 0-25

Ernstig/diep mentaal gehandicapt

Het IQ is vaak onmeetbaar en wordt dan geschat vertrekkende van de mentale leeftijd. Dergelijke kinderen stoten maar enkele klanken uit, kunnen zichzelf voor eten en hygiëne vaak niet behelpen. Door hun vegetatief leven, vaak epilepsie en andere stoornissen (agressiviteit, hyperseksualiteit, automutilatie) zijn ze volledig op een intensieve verzorging aangewezen.

SYMPTOMEN

Naast de eigenlijke leer- en taalstoornissen vertonen ze frequent:

 

  • Agressiviteit: dit is vaak hun enige vorm van uiten van ongenoegen, en manipulatie. Wordt vaak onbewust aangewakkerd door het personeel (gebrek aan aandacht, en daarenboven ingaan op agressie). Is in sommige gevallen een uiting van een prepsychotische toestand (autistische trekken) en treedt op als er in het milieu veranderingen optreden (bv. vreemd bezoek op afdeling).
  • Hyperseksualiteit: met frequente publieke masturbatie bij de dieper gestoorden, en homoseksualiteit bij de lichter gestoorden. Dit symptoom is vooral storend als het sociale integratie of pedagogische aanpak onmogelijk maakt. In die gevallen kan men de libido verminderen door bepaalde neuroleptica, bv. Frenactil.
  • Automutilatie: bij angstige mentaal gehandicapten is dit vaak een afgeremde agressiviteit. Bij diep gestoorden is automutilatie dikwijls de enige vorm van sensorische prikkeling die hen ter beschikking staat.
  • Stereotypieën: dit zijn typische eenvoudige, meestal urenlang herhaalde bewegingen, bv. wippen al zittend, van een been op ander steunen, enz.. De stereotypieën nemen vaak spectaculair af als aan de patiënten een aan hun niveau aangepaste bezigheid wordt gegeven.
  • Lichamelijke beperkingen: zie bv. Softenon.
  • Excretiestoornissen: incontinentie is frequent, vaak alleen enuresis, soms ook encopresis. Bij diep gestoorden treft men smeren en eten van fecaliën aan.
  • Epilepsie: zeer frequent bij oligofrenen. Bij ernstige zwakzinnigheid soms in meer dan 50% van de gevallen. De aanvallen zijn erg gevoelig voor emotionele opwinding, koorts, en ook weersomstandigheden. Door de medicatie treden vaak geavorteerde aanvallen op (myoclonieën): de patiënt krijgt een schok en valt, de rest van de aanval treedt niet op. Sommige imbecielen zijn zeer begaafd in het nabootsen van aanvallen (hysterie).
  • Progerie: dit is het vroegtijdig oud worden en sterven van de oligofreen (bv. rond 20 jaar). Soms zien ze er van bij de geboorte zeer oud uit.

PROBLEMEN 

  • Intellectuele problemen op schools vlakVanaf IQ 50 en lager wordt het ook moeilijk om deze kinderen thuis op te vangen. Ze worden dan best begeleid in een MPI (medisch pedagogisch instituut).
  • ContactproblemenDeze mensen kunnen zich moeilijk tot niet handhaven in de normale samenleving. Ze zijn weinig leerbaar. Via gedragstherapie kan gewenst gedrag gestimuleerd worden en ongewenst gedrag afgebouwd. Straffen is geen effectieve maatregel. Een betere behandeling van ongewenst gedrag is Time-Out. Belonen werkt i.h.a. beter dan straffen.
  • GeboortebeperkingAangezien oligofrenie vaak erfelijk overdraagbaar is, is het soms goed om, in de zwaartse gevallen waar geen besef bestaat van voortplanting noch ziektebesef, bij deze mensen aan geboortebeperking te doen, bv. prikpil voor de meisjes.