6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6002 Inleiding tot Opt F


Inleiding op de Training
Optimaal functioneren als Mens

WELKOM

Je vat thans de cursus "Optimaal Functioneren Als Mens" aan die reeds sinds 1978 gegeven wordt aan de Academie voor Integratieve Psychologie, en die, alleen al maar door zijn talrijke herhalingen, bewijst dat hij beantwoordt aan een diepe behoefte bij vele mensen.

Hoewel deze cursus jaarlijks wordt verbeterd en verdiept, zijn de krachtlijnen nog steeds dezelfde als in het begin. Het is nuttig ons bij de aanvang ervan hierover te bezinnen, opdat je verwachtingen en mentale ingesteldheid zo gunstig mogelijk zouden zijn.

Het uitgangspunt is dat men als mens, door bepaalde persoonlijkheidsaspecten bewust te trainen, zowel subjectief gelukkiger als objectief succesvoller kan zijn, dan wanneer men de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid overlaat aan de invloeden die toevallig vanuit het verleden en het heden op ons afkomen. Wij geloven ook dat de hedendaagse psychologie sinds enkele decennia ons doeltreffende middelen biedt deze onontbeerlijke persoonlijkheidstrekken te beschrijven en te ontwikkelen.

WAT IS 'OPTIMAAL'?

Er is een tijd geweest dat de psychologie het menselijk functioneren onderverdeelde in 'normaal' en 'abnormaal'. Wie niet abnormaal was, was normaal, en zoiets gebeurde blijkbaar spontaan. Psychologen, en zeker psychiaters, waren er alleen voor de abnormalen. De 'normalen' hadden die niet nodig, want ze waren immers niet gek, zoals dokters alleen nuttig zijn voor zieken.

Vanaf de zestiger jaren begon men echter duidelijk in te zien dat de grote groep der 'normalen' in feite uiteenviel in een groep van 'modalen', die de` meerderheid ervan uitmaakten, maar daarnaast een groep van mensen bevatte die blijkbaar beter dan de middelmaat functioneerden, en van wie men de denk-, voel- en gedragswijze ging aanduiden met de term 'optimaal', d.w.z. 'zoveel mogelijk gebruik makend van hun sluimerende mogelijkheden'. De menselijke persoonlijkheid varieert duidelijk als een Gauss-curve, d.w.z. velen in het midden, weinigen op kop en weinigen sterk achter op het gemiddelde.

De Amerikaanse psycholoog Maslow was de belangrijkste figuur uit die periode, en uit die tijd dateren termen als "zelfrealisatie", "zelfactualisatie", "groeien als mens". Anders dan Freud die zijn theorieën opbouwde vanuit de studie van psychisch gestoorden, of de gedragstherapeuten die vertrokken vanuit de observatie van het gedrag bij dieren, interviewde Maslow systematisch mensen die gelukkig waren, creatief, een goed huwelijk hadden, het professioneel ver gebracht hadden, hun kinderen een geslaagde opvoeding hadden gegeven, enz. Hij vroeg zich af welke methodes zij bewust en vaak onbewust gebruikt hadden om datgene, waar iedereen wel van droomt maar niet velen eigenlijk bereiken, te realiseren.

Sinds die tijd is de psychologie steeds verder gegaan in het onderzoeken, achterhalen en beschrijven van de kenmerken van de optimale persoonlijkheid, en van methodes om die bij zichzelf te ontwikkelen. Deze cursus is daar een concrete toepassing van.

WAAROM WORDT MEN NIET SPONTAAN OPTIMAAL?

Hoe komt het dat, terwijl iedereen er wel van droomt om optimaal te functioneren, dus om zijn persoonlijkheid te laten ontwikkelen tot de grenzen van haar mogelijkheden, dit toch maar zo zelden spontaan gebeurt?

Soms gebeurt dit wel eens spontaan. Genieën en hoogbegaafden zijn daar een voorbeeld van. In de psychologie spreekt men van 'natuurtalenten'. Er zijn echter twee problemen met dit soort spontaan optimale mensen.

Vooreerst is hun begaafdheid vaak heel eenzijdig, en functioneren zij op tal van andere gebieden vrij modaal, ja soms zelfs minder goed dan een doorsneemens.

Iedereen kent de spreekwoordelijke slordigheid en soms karakterstoornissen van grote kunstenaars, het onderpresteren van hoogbegaafden in hun studies, de slechte huwelijksrelatie van vele succesvolle zakenlui, enz. Dus eigenlijk zouden ook zij, althans voor de kwaliteiten waar zij niet bijzonder in uitblinken, gebruik kunnen maken van een persoonlijkheidstraining.

Het tweede punt is dat zij, ondanks hun duidelijke successen, niet steeds goed beseffen waaraan deze te danken zijn en hoe men die bij zichzelf ontwikkelt. Zij kunnen die kwaliteiten daarom wellicht ook niet overdragen op hun kinderen of medewerkers.

Er zijn meerdere redenen waarom men doorgaans niet spontaan optimaal gaat functioneren. Het relatief belang van deze oorzaken zal verschillen van mens tot mens, en van moment tot moment.

1. Reactief als zoogdier

Vooreerst zijn wij in de grond zoogdieren. Zeker, wij beschikken achter ons voorhoofd over frontale hersenen waarmee wij het voorspelbaar effect van ons gedrag kunnen afwegen en ons dingen kunnen voorstellen die wij nog niet gezien hebben, en daarenboven beschikken wij over de taal, waardoor wij niet alleen aan elkaar dingen kunnen uiteggen, maar ook voor onszelf allerlei concrete en abstracte begrippen benoemen en hanteren. Maar in de grond worden wij gestuurd door het hele instinctenrepertorium dat ook de zoogdieren stuurt, en het meest opvallende kenmerk daarvan is dat wij -zoals zij- slechts in beweging komen bij problemen (re-actief functioneren). Zolang alles goed schijnt te gaan laten wij de zaken zoals ze zijn. Vooral tegenslag en angst ervoor motiveert ons om iets te doen aan onszelf, zoals het vooruitzicht van een voordeel op korte termijn ons eveneens sterk kan motiveren. Maar "als er niemand achter zit", of als het voordeel van een inspanning slechts op langere termijn komen zal, dan ontbreekt ons meestal de moed om iets te doen aan onszelf.

Erger wordt het als een inspanning weliswaar voordelen heeft op lange termijn, maar op korte termijn alleen last en moeite betekent. Een typisch voorbeeld hiervan is stoppen met roken. Hoewel praktisch iedereen ervan overtuigd is dat dit niets dan voordelen heeft, slaagt bijna niemand erin, omdat het op korte termijn zo lastig is. En voor een zoogdier wegen de gevolgen op korte termijn zwaarder door dan deze op lange termijn.

Dit probleem zal zich ook stellen met bepaalde vaardigheden die in deze training moeten ingeoefend worden. Hoewel men overtuigd kan zijn van hun nut, zijn ze vaak moeilijk vol te houden omdat ze op korte termijn lastig zijn, en het positief effect maar later voelbaar zal zijn.

Wij zijn dus niet pro-actief, maar reactief. Wij reageren niet naar ozne mogelijkheden toe, mwaar slechts weg van d eporblemen die wij ervaren.

2. Onze opvoeders denken vanuit zichzelf

De tweede reden waarom we maar zelden spontaan optimaal functioneren is het feit dat de mensen die wél bewust aan onze persoonlijkheid werken, zoals onze ouders, de leraars op school, de samenleving, onze baas, onze partner, er eerder naar streven dat wij bepaalde, voor hen onaangename of storende persoonlijkheidstrekken zouden afleren, en niet zozeer dat wij onze sluimerende kwaliteiten zouden ontwikkelen. Een kind dat braaf is, een werknemer die alles doet wat hem gevraagd wordt, daar ligt niemand van wakker. Pas als iemand dingen doet die wij afkeuren of onaangenaam vinden beginnen we, zelfs spontaan, signalen uit te sturen met de bedoeling dat hij/zij die karaktertrekken zou bijsturen, net zolang tot ze ons niet meer storen. Zeker, vaak bedoelen onze opvoeders het goed met ons, en zullen ze niet nalaten ons aan te moedigen als we kwaliteiten hebben die we willen ontplooien. Maar zoals we zullen zien is het bewust ontwikkelen van kwaliteiten een complexe en vaak onoverkomelijke opgaaf zodat de meeste niet-professionele opvoeders daar niet in slagen. Het afleren van storende trekjes gaat veel gemakkelijker. Dat doet zelfs onze hond, ook al een zoogdier. En dan nog wederzijds!

3. Geen rechtstreekse ontwikkeling van kwaliteiten mogelijk

Een derde reden waarom het aanleren van kwaliteiten zo moeilijk is, is dat dit bijna nooit rechtstreeks gaat. Er is namelijk geen truc om meer creatief, meer wilskrachtig te worden. Je moet namelijk eerst enkele onderliggende kwaliteiten ontwikkelen zoals fundamenteel zelfvertrouwen, de kunst om zijn eigen stemming te beïnvloeden, constructief denken, enz. Daarenboven hebben vele storende gedragingen een nuttige functie bij afwezigheid van een optimaal gedrag. Bv. ruziemaken is onontbeerlijk voor mensen die niet over betere communicatiemethodes beschikken. Als zij hun neiging ruzie te maken zouden onderdrukken, dan zouden zij helemaal niet meer in staat zijn hun rechtmatige verlangens te verdedigen. Zo ook kan drinken ons meer sociale ontremming bezorgen. Leren stoppen met drinken voordat ons sociaal zelfvertrouwen is toegenomen, lukt dus bijna nooit.

4. Spontaan geen paradoxale kwaliteiten

Dan is er nog het fenomeen der paradoxale kwaliteiten. Dat zijn kwaliteiten die bijna nooit samen bij iemand voorkomen, omdat de ontwikkeling van de ene vaak de ontwikkeling van de andere afremt. Bijvoorbeeld als de opvoeding gunstig is voor het ontwikkelen van creativiteit in een sfeer van vrijheid, ongeremdheid en een relatieve slordigheid, dan is deze sfeer zeer ongunstig voor het ontwikkelen van kwaliteiten als zelfdiscipline, orde en stipte afwerking. Het omgekeerde is evenzeer waar. Paradoxale kwaliteiten komt men daarom praktisch alleen tegen bij mensen die bewust groeiden in hun leven.

5. Groeiremmende culturele mythes

Vervolgens zijn er de mythes in onze cultuur, die groeiprocessen moeilijk maken. Mythes zijn ongegronde opvattingen die echter een nuttige functie hebben, en zo vaak herhaald worden dat je op de duur denkt dat ze juist zijn. De belangrijkste functie die ze hebben is: frustratiegevoelens vergoelijken zodat de betrokkene zich, al was het kortstondig, beter voelt. Zoals die vos uit de fabel van Lafontaine die naar druiven springt, maar er niet aan kan, en zichzelf dan maar troost met de bedenking dat ze toch niet rijp waren.

Groeien, spontaan en onhandig aangepakt, is inderdaad lastig. Het besef te moeten groeien is zeer bedreigend en frustrerend.

Daarom bestaan er rond psychologische processen talrijke mythes, omdat iedereen wel ergens aanvoelt dat groei nuttig zou zijn, maar al gauw merkt dat het zo duivels lastig is. Deze mythes zijn, naast deze die psychiaters en psychotherapeuten belachelijk en nutteloos verklaren, uitspraken als "het beste is toch spontaan jezelf te zijn", "je mag toch geen komedie gaan spelen", "een persoonlijkheid verander je toch niet", "aan vijf jaar is je persoonlijkheid gevormd voor de rest van je leven", "je mag je natuur toch geen geweld aandoen", "het karakter is aangeboren", "zo ben ik nu eenmaal", enz.

En vermits het inderdaad lastig is om tegen zijn eigen gewoontes van denken, handelen en voelen in te gaan, zullen we ons gemakkelijk bij de eerste problemen verschuilen achter dergelijke mythes, "die toch juist zijn vermits iedereen er zo over denkt".

Er zijn nog meer redenen dan deze vijf, en ze zouden zeker nog uitgediept kunnen worden. Maar de enige bedoeling was om even te laten aanvoelen waarom spontane groei naar een optimale persoonlijkheid zo moeilijk is. Daarom is nu het ogenblik gekomen om gebruik te maken van de hulp van de trainer(s), van het jarenlang bijgeschaafde trainingsprogramma, en van de morele steun en de inspirerende voorbeelden van de leden van de groep om ons groeivermogen naar een persoonlijkheid die beter beantwoordt aan onze mogelijkheden en behoeften een flinke stoot voorwaarts te geven.

OOST EN WEST


Beide grote wereldculturen, de oosterse en de westerse, hebben ontdekt dat de mens uiteindelijk, overal en steeds, zoekt naar het realiseren van geluk. Beide culturen hebben ook ontdekt, dat de mens ongelukkiger is naarmate zijn verwachtingen betreffende de levenssituatie niet samenvallen met deze situatie.


Doch de praktische conclusie die beide culturen, beide levensvaardigheden, hieruit getrokken hebben is fundamenteel verschillend.


De oosterse cultuur, geïnspireerd door het Brahmanisme, Boeddhisme en Hindoeisme, redeneerde eenvoudig: als er een verschil is tussen wat je verlangt en wat je hebt, dan moet je je verlangens aanpassen. Dit leidde tot het ontwikkelen van allerlei technieken van zelfcontrole (yoga, pijn overwinnen als een fakir) en versterven van de eigen verlangens, tot fatalisme toe. Het uiteindelijk doel is namelijk te stoppen met verlangen (meditatie, loslaten van het ik), zodat we volledig los kunnen komen van het wiel der wedergeboorte, en het Niets (Nirwana) binnentreden. Het voordeel is een groter subjectief geluk en intensere vormen van genieten, zelfs in omstandigheden die minder comfortabel zijn dan die de westerse technologie kan produceren. Het nadeel is een stagneren van wetenschap en technologie.


De dynamische westerse cultuur, al van in de periode van Zoroaster, de Egyptische piramidenbouwers, de Griekse rationalisten, jodendom, christendom en Islam, kwam daarentegen tot de slotsom dat we, om gelukkiger te worden, de situatie waarin we ons bevonden maar moesten aanpassen. Vandaar al eeuwenlang een streven van de westerling naar macht en verandering, zowel van de techniek, de medemens als de natuur. Dit leverde ongetwijfeld een reeks materiële voordelen op, maar ook ecologische nadelen. Het ergste is echter dat de westerling het afleerde om te genieten, van zich gelukkig te voelen met wat hij heeft.


Wat is de beste levenshouding?


Voortdurend worden discussies gehouden over de vraag welk benaderingen van beide de beste is. Vooral in alternatieve westerse kringen bestaat er een grote aanhang voor de oosterse benadering. Hierbij wordt gesteld dat de westerse benadering misschien technische vooruitgang heeft opgeleverd maar dat de echte levenswaarden van het oosten zouden komen.


De vraag is niet welke van de twee grote culturele stromingen gelijk heeft. Ze hebben duidelijk alle twee hun voor- en nadelen. Het is daarom wellicht verstandiger om het beste van beide levenshoudingen te combineren, dus te integreren (een denkwijze die we tijdens deze training intensief zullen aanleren). Dit is wat deze training gaat trachten te doen:

  1. u enerzijds leren om doeltreffender te worden in uw eigen levenssituatie, het versterken van uw slagvaardigheid en uw vermogen om zaken rondom u waar nodig te veranderen, maar
  2. u tevens anderzijds leren om intenser te genieten van de dingen die u in uw leven reeds bereikt hebt en de frustraties en beperkingen anders te gaan beleven, zodat het makkelijker is hetpsychisch evenwicht te bewaren.


Zoals de oude stoïcijnse levenswijsheid ons leerde:


Mocht ik de kracht hebben om te veranderen wat binnen mijn mogelijkheden ligt,

de moed om te aanvaarden wat buiten mijn mogelijkheden ligt,

en de wijsheid om de grens tussen deze beide te zien.

GROEIEN

Vooreerst willen we onderscheid maken tussen groeien en zich aanpasse(maximale versus minimale groei).


Aanpassen (of minimale groei) gebeurt bij de mens telkens de omstandigheden of de anderen hem ertoe dwingen.


Jan kreeg het moeilijk op zijn werk. Hij had de neiging om steeds maar ongezouten zijn mening over alles en nog wat mee te delen. Hij vond dit het eerlijkst en had zelf het liefst dat de mensen rondom hem ook deze stijl van communiceren gebruikten. ‘Zo wist je tenminste wat je aan elkaar had’ was zijn vaste overtuiging en ‘eerlijk duurt het langst’. Zijn collega’s beleefden zijn opmerkingen echter steeds vaker als ongewenste bemoeienissen en gebrek aan respect, en soms zelfs als een uiting van zijn arrogantie, als van iemand dei het overal beter wist, en van zichzelf dacht dat hij alles beter deed. Hoewel ze het in het begin accepteerden omdat Jan een warme persoonlijkheid was en ook vaak vrolijk uit de hoek kwam, hadden ze het er langzamerhand steeds moeilijker mee. Ze zeiden hem soms dat je zo ongenuanceerd niet mocht zijn met mensen met wie je de hele dag samenwerkte, maar hij scheen dat niet zo te zien en ging door met zijn ‘eerlijke en spontane’ stijl van communiceren. Toen zijn manager hem echter bij zich riep na enkele pijnlijke incidenten tijdens vergaderingen, en de opmerking van enkele collega’s dat ze niet meer naar die vergaderingen zouden komen als Jan daar ook bij zou zijn, werd hij zo bang om zijn baan te verliezen, dat hij overschakelde naar een gedrag van afzijdigheid, en zich met niets meer bemoeide. Hij was er niet gelukkiger door, maar de rust keerde terug op zijn afdeling.


Dit soort situaties doen zich in het leven vaak voor: leerlingen die zich leren schikken naar het schoolreglement na een reeks straffen, wilde autochauffeurs die wat rustiger rijden na een veroordeling, een man die al vaak verlaten is door zijn partners en uiteindelijk minder kritisch en toleranter wordt.


Dat noemen we zich aanpassen, omdat het volledig van buiten opgelegd wordt. Zowel het initiatief tot gewoonteverandering, het moment dat dit gebeurt, als het nieuwe gedrag worden volledig bepaald door de anderen of door de situatie. In dergelijke situaties voelt de omgeving zich wel iets beter, maar de betrokkene meestal niet. Hij ervaart de gedwongen aanpassing als een onaangename plicht, waarbij de zwakkere moet buigen voor de wil van de sterkere (of de groep, die meestal nog sterker is dan een enkeling). We zullen echter zien dat de druk van de omgeving, hoe onaangenaam ook in dit geval, toch een factor is die de kans op gedragsverandering verhoogt.


Groeien d.w.z. maximale groei, omschrijven we als een gedrags-, gewoonte- of persoonlijkheidsverandering die (1) gewenst en gekozen is door de betrokkene, (2) leidt tot een situatie die gewenst is door de betrokkene, m.a.w. rekening houdt met zijn eigen behoeftes. 


Karel  was tevreden met de relatie die hij had met Magda. Ze hadden het materieel gezien niet slecht, werkten hard maar zonder te overdrijven en hadden zelfs nog tijd over voor hun hobby's. Niettemin, als hij mooie boeken las over relaties viel het hem soms op dat er aan zijn eigen contacten met zijn partner nog een dimensie ontbrak, die hij niet goed kon omschrijven. Door veel nadenken en vergelijken ontdekte hij, dat in bepaalde mooie relaties veel meer romantiek en tederheid aanwezig was. Hij begon dit spontaan in zijn relatie te gebruiken, ook al had zijn vrouw hem daar nooit uitdrukkelijk om verzocht. Maar hoewel ze aanvankelijk tevreden was met hun vroegere stijl, moest zij na enige tijd toegeven dat zij de nieuwe stijl erg waardeerde en ze begon zelf ook meer initiatieven in die zin te nemen.

We zien hier duidelijk de verschillen met zich aanpassen: het gebeurt spontaan, op een zelf gekozen ogenblik en leidt tot een grote tevredenheid. Vaak, zoals in dit laatste voorbeeld, leidt het daarenboven tot positieve ontwikkelingen in de naaste omgeving.


aanzet: omgeving <> betrokkene

initiatief: opgelegd <> spontaan

vorm: opgelegd <> zelf bepaald

moment: gedwongen<> gekozen

wie is blij:omgeving <> betrokkenen + omgeving

evaluatietermijn: kort <> lang

wie stuurt: heteronoom <> autonoom


Vaak is het zo dat gedrag dat aangename gevolgen heeft op lange termijn (bv een diploma) op korte termijn vervelend is (blokken), en omgekeerd (bv roken: korte termijn leuk, lange termijn gezondheidsproblemen). Deze klassieke paradox maakt groeien dan ook zo moeilijk. De truc is een groeimethode te vinden die zowel op korte termijn als op lange termijn leuk is. Dat is de bedoeling van deze training en van psychotherapie.

Is groeien gelijk aan veranderen?

Voor veel mensen is groeien en zich aanpassen hetzelfde als veranderen: je was tot nog toe spontaan, maar wilt of moet het voortaan anders gaan doen. Dit veranderingsproces lijkt onaantrekkelijk, omdat men minder zichzelf kan of mag zijn. Mensen die last hebben met hun zelfwaarde, zullen de noodzaak of plicht tot groeien of zich aanpassen als een bijkomend bewijs voor hun minderwaarde gaan beleven en de neiging hebben om zich hiertegen te verzetten, in de hoop meer te kunnen aantonen dat ze zichzelf zijn. Ze eisen dat recht trouwens vaak voor zichzelf op.


Hoewel groei daarom vaak weerstand oproept, zoals we later uitvoeriger zullen bespreken, berust de bovenstaande redenering toch op een misverstand. Immers, we willen groeien omschrijven als het proces waardoor een kleine appelboom een grote wordt, een begaafde pianist een virtuoos, een jonge sportman een kampioen. Groeien is niet iemand anders worden, maar meer zichzelf worden. Wie niet wil groeien onder het voorwendsel dat hij zichzelf wil blijven en zijn, is blind voor het fenomeen dat een jonge kerseboom die niet groeit, nooit echt zichzelf zal zijn.


Deze cursus wil u dus niet leren hoe je van een appelboom een pereboom kunt worden, maar hoe je meer jezelf kan worden en dus de mogelijkheden die in jou sluimeren tot ontwikkeling kunt brengen.

Een grafiekje brengt het verschil tussen groei en aanpassing bevattelijk in beeld. In elke levenssituatie bestaat er een ondergrens van wat men van ons eist: de resultaten die we moeten halen op school, het gedrag dat onze partner acceptabel vindt, de prestaties die we moeten leveren op het werk, enz. Maar op elk moment is er ook een bovengrens aan onze mogelijkheden: we hebben maar zoveel geld ter beschikking, we kunnen maar zo hoog springen, we kunnen maar zo snel typen, enz. Zowel een persoon die groeit als een die zich aanpast ontstijgt het niveau waarop hij functioneerde. De aanpasser wordt echter omhooggeduwd (A, B) door de ondergrens: de omstandigheden, zijn baas dwingen hem om bepaalde inspanningen te leveren zodat zjn gedrag verandert. Soms wordt de nodige inspanning niet geleverd (C), en schiet men als het ware door de ondergrens door: men wordt ontslagen, men vliegt in de gevangenis, de partner vertrekt.


De persoon die groeit heeft het uiteraard veel prettiger: hij kiest wanneer en hoe hij wil groeien. Hij heeft echter nog een bijkomend voordeel: doordat hij dichter bij de bovengrens blijft, ontdekt hij soms mogelijkheden (D) die de aanpasser nooit tegenkomt. Hij kan dan op hoger niveau gaan functioneren.


De personen die zich onderaan (minimaal) in het bewegingsgebied bevinden leven re-actief, d.w.z. dat de omstandigheden van hun leven, de anderen, hun oncontroleerbare stemmingsveranderingen bepalen wat zij doen en wat er in hun leven gebeurt. Mensen die bovenaan (maximaal) in dit bewegingsgebied functioneren, leven pro-actief, d.w.z. dat ze zelf bepalen wat er in hun leven gebeurt, en ze eerder naar nieuwe situaties toeleven dan dan van problemen wegvluchten. Het is dan als in een kudde: de dieren vooraan in de kudde reageren proactief, de dieren achteraan de kudde kunnen alleen nog maar reactief reageren.


Ook de houding tegenover mislukkingen en frustraties is anders: bij minimale groei is dit een bijkomend bewijs van eigen onvolmaaktheid en onvermogen, bij maximale groei is dit een uitdaging en een voorgevoel van een nieuw, toekomstig succes.


Dit is de verklaring waarom sommige mensen zoveel meer geluk schijnen te hebben dan anderen: doordat ze niet minimaal zijn in hun groeiproces, maar maximaal, komen ze in de buurt van mogelijkheden die anderen nooit ontdekken.


De kritiek dat groeien inspanningen vraagt, terwijl spontaan functioneren zoveel ontspannener en leuker is, is onjuist. Immers, van groeien kan men ook een leuke gewoonte (of tweede natuur) maken, zodat men zich eigenlijk slechter voelt als men domweg spontaan reageert. Soms noemt met deze moeilijke integratie tussen groeien en bloeien: gloeien...

Twee belangrijke soorten van groei

Het is belangrijk in te zien dat er twee vormen van groei zijn. De meeste mensen denken dat groeien erin bestaat om nieuwe vaardigheden te verwerven (verticale groei): zowel bij sport, muziek als talenkennis betekent het: een hoger niveau van kennis en/of vaardigheden verwerven. Doch er zijn vele vormen van persoonlijkheids-“verandering” die geen toename van inzichten of vaardigheden veronderstellen, maar enkel een overschakelen naar een ander, reeds bestaand aspect van onze persoonlijkheid (horizontale groei):


Henk was eigenlijk een rustige, minzame kerel. Hij deed nooit iets overhaast, en verloor nooit zijn zelfbeheersing. Op zijn kantoor werd echter een ruimtelijke reorganisatie doorgevoerd, omdat het aantal personeelsleden meer werd dan het aantal beschikbare werkruimtes. Henk zag zich hierdoor gedwongen om voortaan zijn ruim bureel moest delen met twee jongelui die zoveel en vooral ook gejaagd met elkaar praatten, dat hij zich niet goed meer kon concentreren. Eerst probeerde hij hun storend lawaai te verdragen en later vroeg hij hen om het rustiger aan te doen, hetgeen ze met veel begrip wel beloofden, maar nooit in slaagden. Henk werd steeds geprikkelder, niet alleen als hij op zijn kantoor was, maar ook als hij in het bedrijfsrestaurant ging eten, zijn auto halen op de parkeerplaats, en zelfs soms thuis bij zijn gezinsleden. Zijn vrienden waren het eens dat hij moest leren het zich allemaal niet zo hard aan te trekken, zich te leren beheersen, en te leren zich wat vriendelijker te gedragen. Dit soort raadgevingen irriteerde hem nog meer, aangezien hij overtuigd was dat hij dit alles kon, en het jarenlang trouwens zo gedaan had.


Henk moest inderdaad in dit geval geen nieuw gedrag aanleren: hij heeft jarenlang bewezen dat hij rustig en beheerst kan zijn. Zoals elk van ons zowel lief als lomp, rustig als zenuwachtig, creatief als afgestompt, geestdriftig als ontmoedigd kan zijn. Als onze partner last heeft van ons gedrag, dan moeten wij eigenlijk niet veranderen, maar er op de één of andere manier in slagen om het gewenste gedrag in ons wakker te maken, dat naar onze overtuiging het meest is aangepast aan de situatie waarin we verkeren, of beter gezegd, aan wat wij in de gegeven situatie willen bereiken. Er zal in onze geest wellicht wel ergens een leerproces moeten plaatsgrijpen, maar dit betreft duidelijk niet het gedrag: elke mens beschikt, soms al van in zijn prilste jeugd, over een heelrepertorium van mogelijke gedragingen. Groeien betekent in dit geval veeleer onszelf beter leren sturen dan nieuw gedrag aanleren.


Ben vond dat zijn relatie niet zo boeiend en mooi meer was als de eerste jaren. Hij kon soms uren met weemoed terugdenken aan die heerlijke momenten met zijn toen nog jonge partner op tal van reizen, maar vandaag viel het hem op dat hij eerder prikkelbaar en knorrig was, uit gemakzucht tal van attente zaken die hij vroeger deed achterwege liet, zoals ‘s ochtends koffie zetten voor zijn vrouwtje, wekelijks bloemen meebrengen, haar minutenlang vasthouden als hij thuiskwam. Nu beperkte hij zich tot een vluchtige kus of een brul door het huis, dacht er niet aan om een attentie voor haar mee te brengen. Hij was op kantoor echter een man die men waardeerde omdat hij nooit iets vergat en zijn vergaderingen perfect voorbereidde. Hij besefte dat hij daar inderdaad in slaagde, niet omdat hij zo gemotiveerd of onfeilbaar was, maar gewoon omdat hij de zaken die hij moest doen en niet mocht vergeten gewoon noteerde. Het was nog nooit gebeurd dat hij iets vergat dat in zijn agenda stond. Na het zien van een romantische film die hem herinnerde aan de eerste jonge jaren van zijn eigen huwelijk nam hij in stilte het besluit om in zijn agenda ook notities te gaan maken betreffende zijn relatie en alle fijne dingen en attenties waar hij aan wilde denken. Binnen enkele weken had zijn relatie veel aan warmte en wederzijdse tederheid gewonnen.


We spreken af om de eerste vorm van groeien vernieuwende groei te noemen, en de tweede vorm herschikkende groei. Voor de meeste volwassenen is de tweede vorm oneindig veel belangrijker, en in strijd met de populaire opvatting over groeien als veranderingsproces.

ZELFSTUURVERMOGEN (ZSV, autonomie) 

Het zelfstuurvermogen is de kracht, een reeks gewoontes in ons, om op het voorgenomen moment te doen wat we ons bewust voorgenomen hebben. Als we niet over dit ZSV, deze autonomie beschikken, dan worden we gestuurd door de omgeving, of door ons verleden waarin we zoveel frustraties hebben ondergaan, die ons beperken in onze mogelijkheden, afhouden van waar we nodeloos bang voor zijn, of voortduwen naar wat belangrijk schijnt maar het eigenlijk niet is.

Dat we eerder heteronoom dat autonoom functioneren wordt veroorzaakt door o.m.

- onze hersenen zijn dierlijk, die zijn geprogrammeerd om enkel te reageren als het echt nodig is

- lessen trekken uit onze mislukkingen is pijnlijk, en daarom verdringen we het liever en vermijden we de moeilijke situaties liever, m.a.w. we leren er niets uit.

Methodes om het ZSV te oefenen

- leven met een actie-agenda. We moeten zo snel mogelijk de gewoonte aanleren (als we die nog niet hadden) om onverbiddelijk te doen wat we zelf op onze agenda hebben genoteerd, bv. minstens 24 uren op voorhand. Geen enkel excuus mag aangewend worden om deze agenda, die we zelf hebben opgesteld, niet te volgen, want deze excuses zijn gewoon gecamoufleerde vormen van (groei-)weerstand.
correct functioneren, d.w.z. het programma van deze training perfect laten verlopen: tijdig beginnen en nooit te laat komen (liefst enkele minuten op voorhand, "op tijd is te laat"), er altijd zijn, wat ook de familiale en professionele hindernissen zouden kunnen zijn: het is een trainingsopdracht om je levenssituatie zodanig aan te pakken dat je de training volledig en correct kan volgen. Als we reeds in training toegeven aan weerstanden en slechte zelforganisatie dan zijn we ver van ons doel verwijderd...

DE WERKWIJZE VAN DEZE TRAINING

Het specifieke van deze training, dat haar in gunstige zin onderscheidt van zovele andere, is dat hier niet zozeer concrete kwaliteiten zoals assertiviteit, creativiteit, spreekvaardigheid, enz. worden aangeleerd, maar dat het GROEIVERMOGEN wordt bijgebracht, d.w.z. het vermogen om de meest diverse concrete kwaliteiten, naar je eigen keus, aan te leren. Je kan met deze training dus alles aan, wij kiezen niet voor jou. Je kan er, bij manier van spreken, zowel een betere missionaris als een betere gangster mee worden.

Een bijkomend voordeel is dan ook dat je nà het einde van de training blijft groeien als mens. Dat heeft wetenschappelijk onderzoek rond onze resultaten in de voorbije jaren in elk geval aangetoond. Ook hierin verschillen wij van andere trainingen, waar de persoonlijkheidsontwikkeling stopt, en zelfs een beetje terugvalt, na het einde van de training.

Ook is het zo dat er GEEN eigenlijke GROEITECHNIEK wordt aangeleerd. Die bestaat namelijk niet. Groei kan je niet direct forceren, zoals je ook geen plant kan doen groeien door aan haar blaadjes te trekken. Groei treedt echter wel spontaan op als een reeks basisvoorwaarden zijn vervuld. De cursus traint je dus in de voorwaarden die groei mogelijk maken. Naarmate deze voorwaarden beter zijn ingeoefend, zie je dat jouw persoonlijkheid steeds duidelijker, ja praktisch spontaan gaat groeien. De groei treedt dus eigenlijk vanzelf op. De voorwaarden helaas niet.

Tot deze voorwaarden, deze basisvaardigheden, behoren ondermeer: een praktische kennis van de werking van de menselijke geest, een fundamenteel zelfvertrouwen, constructief denken, inspiratiemethodes, integratievermogen, beïnvloeden van je eigen stemming om ze geschikt te maken voor het gewenste gedrag, durf, volharding, een constructieve manier om je mislukkingen te evalueren en te analyseren, je stuurvermogen d.w.z. dat je in staat bent om jezelf te laten doen wat je verstand beslist, en zo meer.

In praktijk wordt ongeveer de een derde van de cursustijd besteed om je inzichten bij te brengen over de psychologische achtergronden van de menselijke geest, en de aan te leren vaardigheden. De andere twee derden worden besteed aan oefeningen en het bespreken van de oefeningen die je thuis hebt gedaan.

DE BESTE ATTITUDE OM DEEL TE NEMEN AAN DEZE CURSUS

Psychologische vaardigheden aanleren is in de grond niet anders dan het aanleren van bv. skiën of een muziekinstrument bespelen. Dit lijkt een banale opmerking, maar tot de mythes van onze cultuur behoren ook uitspraken als "je moet iets maar doen als je eerst overtuigd bent van het nut ervan", "je moet alleen dingen doen waar je je voor gemotiveerd voelt, waar je 'achter' staat", en "als je iets begrepen hebt dan zul je het vanzelf doen". Deze uitvluchten dienen echter vooral om de moeilijkheden van het groeiproces te omzeilen.

Nu is het helaas zo dat je de meeste dingen in het leven maar goed zult begrijpen als je er enige tijd ervaring mee hebt, en je kan er slechts ervaring mee krijgen als je bereid bent ze te proberen en te doen, en net zolang in te oefenen tot je ze als een nieuwe gewoonte, als een nieuw stuk van jezelf, als een tweede natuur onder de knie hebt. Als een opdracht dus moeilijk lijkt, is dat geen reden om ermee te stoppen, maar precies een reden om er mee door te gaan, want je beheerst het nog niet echt.

Heb dus vertrouwen in je trainers. Ze hebben een opleiding gevolgd en hebben jaren ervaring. En de training bestaat al sinds 1978 en werd al meermaals aan streng wetenschappelijk onderzoek onderworpen. Daarom: doe wat men je vraagt om te doen, ook al voel je weerstand of meen je redenen te hebben om het niet of anders te doen. Alleen op die manier ga je er rijpe vruchten aan overhouden. Bekritiseer de zaken pas wanneer je ze eerst goed ingeoefend hebt, niet vóórdat je ze gaat inoefenen.

HET PROGRAMMA

We kunnen niet alles ineens vertellen. Je zal dus voortdurend met vragen zitten die pas later in de training een bevattelijk antwoord kunnen krijgen. Noteer ze, en ga na of ze inderdaad voor het einde van de cursus voor jou beantwoord worden.

We hebben geprobeerd een schikking te maken, die niet alleen zo logisch is, maar die ook gelijke tred houdt met je ervaringen.

Eerst bekijken we de diepere fenomenen van je psyche, deze die bepalen hoe vruchtbaar of neurotisch je denkt, je autonomie dus: zowel inzichten in het eigen functioneren, als onverwerkte frustraties, tegenstrijdige behoeften, onbegrijpelijke emotionele reacties die soms het groeiproces storen of het soms opvallend motiveren.

Vervolgens bestuderen we de interactie: wat er gebeurt tussen jou en je partner, jou en je kinderen, je collega's, en de mensen in het algemeen. Daarbij zullen we (1) kijken naar de omgang met mensen die niet bewust met je meewerken of aan zichzelf werken, zoals je kinderen, een partner met wie je geen optimale relatie hebt, groepen, werknemers. Daarnaast (2) gaan we de wellicht zeldzamere maar veel mooiere en intensere interacties bestuderen met personen met wie open en eerlijke communicatie mogelijk is, zoals een goede relatie, volwassen kinderen, zeer goede vrienden.

BESLUIT

Deze training is dus bedoeld om je groeivermogen als mens, als individu sterk te ontwikkelen. Dit is geen techniek op zichzelf, maar het resultaat van een reeks basisvaardigheden, die elk apart zullen uitgelegd en ingeoefend worden.

Deze training vertrekt dus niet van jouw concrete problemen om die via bespreking of afreageren trachten op te lossen. Ze biedt je integendeel een reeks vaardigheden aan waarmee je vervolgens zelfs jouw eventuele problemen kan oplossen en vooral voorkomen.

De belangrijkste vrucht van deze training is echter niet dat je nu betere psychologische problemen kan oplossen, maar vooral dat je je sluimerende en onderontwikkelde mogelijkheden tot verdere ontwikkeling kan brengen.

Dit is dus een training, geen reeks voordrachten en geen soort psychotherapie. De beste manier om er veel van op te steken is de aangeboden vaardigheden eerst inoefenen tot je ze voldoende beheerst, en je eventueel pas achteraf afvragen of geen betere vormen ervan denkbaar zijn. Dus een zeker vertrouwen hebben in de ervaring van de trainers.

Veel succes!