6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6150 Samenvatting


DE OPTIMAAL FUNCTIONERENDE PERSOONLIJKHEID
(Samenvatting)

We gaan de verschillende nieuwe denk- en handelswijzen overlopen die de studie van de optimale persoonlijkheid onderstrepen.


1. Constructief denken

Het minste dat iedereen er wel van overhoudt, is constructief denken, zelfs al gebruiken ze verder geen enkele der technieken en raadgevingen die in de training gegeven wordt. De essentie van het constructief denken zit vermeldt in de Constructieve tekst, die vele ex-deelnemers ook vandaag soms nog in hun agenda zitten hebben en dagelijks of enkele malen per week herlezen. Samengevat komt het constructieve denken neer op het volgende.

1) Fundamenteel zelfvertrouwen

Ze beschikken vooreerst over een sterk en stevig fundamenteel zelfvertrouwen. Ze zijn beter bestand tegen frustraties, tegenslagen en negatieve opmerkingen, omdat ze deze relativeren, en in een evolutieve context situeren.

a. Negatieve commentaren

Relativeren, doordat ze inzien dat de negatieve commentaar van anderen bijna onvermijdelijk is, vermits personen die goed functioneren op en bepaald terrein vaak bedreigend overkomen voor anderen. Negatieve commentaar kan men bijna als een kwaliteitsmerk beschouwen. Dit betekent uiteraard niet dat men niet steeds moet trachten zijn werk beter te doen, maar hoe goed het ook is, het zal nooit volmaakt zijn, en zelfs al is het volmaakt, de anderen zullen er niet minder goed door geneigd zijn van tijd tot tijd negatieve commentaar te geven. Zinnen als"hoge bomen vangen veel wind”, “Wat Jan zegt over Piet zegt meer over Jan dan over Piet”, ”Heer vergeef het hen want zij weten niet wat ze doen” zijn krachtige en grotendeels juiste rationalisaties.

Degelijke redeneringen zullen je beschermen tegen het negatieve effect van negatieve commentaren. Maar wil je er ook iets aan proberen te doen, dan moet je in de omgang met anderen bepaalde zaken doen.

Negatieve commentaar kan namelijk moeilijk voorkómen worden door te proberen volmaakt te zijn. Veeleer moeten we deze trachten te voorkomen door te verhinderen dat anderen gemotiveerd zijn om die commentaar te geven. Dit doen we door extra-inspanningen te doen om ons bij die anderen sympathiek te maken, of door hen voor onze initiatieven te motiveren.

a) Extra-inspanningen: de anderen motiveren voor jou

Mensen die optimaal willen functioneren kunnen er niet onderuit dat ze méér moeten doen dan de doorsnee mens om zich sympathiek te maken. Ben je banaal of modaal, dan hoef je dat niet te doen, je valt niet speciaal op, niemand voelt zich bedreigd door jou, en niemand is echt geïnteresseerd in jouw mening over hem. Pas als je knappe dingen verricht ga je iets betekenen in de ogen der anderen, en dan heb je geen keus meer. Je bent uit de anonimiteit getreden, en je zult nu hetzij geprezen, hetzij verguisd worden. Er is geen middenweg. Jezelf sympathiek maken kan je maar op één manier doen: veel aandacht vertonen voor de anderen, en in elk geval veel meer dan de andere, minder opvallende leden van de groep moeten doen. Dit kan soms onrechtvaardig lijken. Waarom moeten de anderen dat niet doen, en ik wel? Zal je je soms afvragen. Waarom word ik verworpen, ook al deed ik niets negatief? Je hebt echter, als je optimaal functioneert, geen andere keus.

b) De anderen motiveren voor je initiatieven

Het volstaat echter niet om de anderen te motiveren voor ons, we moeten ze ook motiveren voor de initiatieven die we (willen) ondernemen. Hen daarvoor motiveren kan alleen als ze het gevoel hebben dat ze er op de een of andere manier, hoe eenvoudig ook, iets toe bijgedragen hebben. Want dan kunnen ze de initiatieven nog moeilijk aanvaarden zonder zichzelf aan te vallen. Anderzijds zijn ze door hun participatie erin, eerder gemotiveerd om er het positieve in te zien dan het negatieve, want het is ergens hun initiatief.

Hen doen participeren kan je ook doen door hun ideeën (suggesties, kritieken, commentaren) er, al integrerend, in te betrekken. Die integratie moet bewust door hen aangevoeld zijn, anders mist het zijn effect. M.a.w. op je eentje een schitterende integratie maken van de behoeften en suggesties van alle groepsleden zal weinig effect hebben, omdat de anderen niet het gevoel hebben gehad dat hun inbreng mee verwerkt werd.

Een gunstig moment om een nieuw initiatief te nemen is dan ook het ogenblik waarop anderen met een klacht, vraag of suggestie afkomen. Er dan “op springen” is een goede strategie.

3) Je tijdig terugtrekken

Vaak zal er niets anders opzitten dan je, als dynamische en goed functionerende figuur, tijdig terug te trekken, dus niet blijvend de initiatiefnemer en “natuurlijke leider” te zijn. Want hoeveel strategieën van jezelf sympathiek te maken en je initiatief sympathiek te maken je ook neemt, ooit is er ergens een grens die je niet kan overschrijden. Regelmatig te veranderen van kring waarbinnen je actief bent, of zonder zelf op de voorgrond te treden, is bijna een must.

Ook in een relatie is dit helaas het geval. Een actieve partner zal de ander mettertijd onbewust gaan frustreren, niet omdat hij het verkeerd aan boord legt, maar omdat de ander zich mettertijd gefrustreerd voelt omdat hij zelf te weinig op de voorgrond kan komen. Gemakkelijkheidshalve is hij/zij gemotiveerd om zijn frustratiegevoel eerder te projecteren naar de ander, dan het te situeren waar het zit, namelijk te weinig initiatief te nemen. Vaak helpt hierbij het gevoel: doordat de ander bedreigend begint over te komen verdwijnt “spontaan” het verliefdheidsgevoel, wat voor velen een ideaal voorwendsel is om in de relatie wat meer afstandte nemen, of zelfs uit te zien naar een andere relatie. Een uitvoeriger bespreking van dit rationeel-emotioneel probleem hoort thuis in een cursus voor optimale relaties.

2) Frustraties verwerken

Constructief denken helpt ook om frustraties in het algemeen te verwerken. Je weet namelijk dat fouten vooral optreden als je een nieuw terrein betreedt, als je een nieuw gedrag probeert. De beste manier om geen frustraties op te lopen is: de begane paden nooit verlaten. Een mislukking kan dus gezien worden als een bewijs dat je iets nieuws gedaan hebt, dat je fier mag zijn.

Ook kan je het frustratiegevoel beperken door, bij het beoordelen van jezelf, nooit absolute normen te gebruiken (goed/slecht, geslaagd/mislukt) maar steedsrelatieve normen (beter dan vorige keer, 10% beter dan de anderen): een rationele zelfevaluatie.

De beste manier om frustratie te verwerken is uiteraard de constructieve revanche. Daarbij wordt de frustratie uiteindelijk iets beleefd als pijnlijke remmende ervaring, maar als een stimulerende, soms zelfs inspirerende. Het vergt uiteraard veel constructief denken om frustraties op die manier te kunnen beleven.

3) Positief zelfbeeld betreffende behoeften

Een ander kenmerk van het gevolgd hebben van deze training bestaat in een objectieve kennis van de menselijke behoeften, zodat men gewapend is tegen de schuldinductie die in onze cultuur ingebakken is tegenover mensen die te bewust zijn van hun behoeften. Wie de training gevolgd heeft zal zich wellicht nooit meer schamen als hij bewust streeft naar het bereiken van zijn eigen geluk. En als hij bewust is hoezeer zijn gedrag in praktijk geconditioneerd is door zijn behoeften om revanche te nemen. Hij zal zelf ook niet meer geneigd zijn om anderen door te steken dat zij naar hun eigen geluk, hun waardering of naar een revanche streven, omdat hij weet dat dit universeel menselijk is, en bij hemzelf trouwens ook aanwezig is.



2. Integratie verkiezen boven keuze

Een ander kenmerk die ex-deelnemers van deze training wellicht nooit meer verliezen, is het besef dat een integratie altijd en overal te verkiezen is boven een keuze, of een compromis. Ze zullen daarom minder geneigd zijn om in de valstrik van zijn keuzes, die anderen hen voorhouden, te vallen. Bij naderende of uitgebarsten conflicten zullen zij gauwer uitkijken naar een manier om toch een integratieve oplossing te vinden.

De minst constructief denkenden zullen misschien gauwer dan anderen trainingsdeelnemers tot de gemakkelijke conclusie komen dat een integratie weliswaar theoretisch wenselijk zou zijn, maar in de huidige concrete omstandigheden helaas niet bereikbaar is, of teveel moeite zou vragen. Dit is uiteraard een slimme manier van ons onbewuste om toe te geven aan onze weerstand: het kán natuurlijk wel, maar in dit precieze geval hoeft dat toevallig niet. Echt constructief denken houdt in dat men altijd naar een integratie blijft zoeken, ook al lijkt deze moeilijk. De schijnbare moeilijkheid betekent meestal namelijk alleen dat men de goede integratie nog niet heeft gevonden, niet dat men de moeilijke integratie per se moet proberen te realiseren.

Wie na het einde van de training geen enkele groei-inspanning meer doet, zal minstens wel het bovenstaande levenslang blijven behouden, plus wellicht een goede herinnering aan de prachtige sfeer en de aangrijpende intimiteit tijdens het trainingsweekend.

Wie bereid is om blijvend bepaalde groei-inspanningen te doen, zal één of meerdere van de volgende kenmerken vertonen in zijn persoonlijkheid.


3. Openstaan voor exogene inspiratie

Van de twee inspiratievormen die in de cursus beschreven staan, roept de exogene inspiratie de meeste weerstanden op. Dit komt omdat het contact nemen met personen en situaties die op één of meerdere punten mogelijks beter functioneren dan wijzelf, een vrij frustrerende ervaring is. Onze belangrijkste uitvlucht, namelijk dat iets beters theoretisch wel bestaat, maar niet mogelijk lijkt vanuit onze concrete context, wordt namelijk radicaal weerlegd door de ervaringen dat anderen het beter doen.

Het contact met mensen die iets of enkele zaken beter doen dan wijzelf is vaak een beetje frustrerend. Onderschat de weerstand niet die dit oproept. Ons onbewuste is zeer vindingrijk, zelfs bij personen die bewust willen groeien, om allerlei uitvluchten te bedenken waarom de prestatie van de ander uiteindelijk niet superieur is aan de onze, of waarom het in ons speciale geval niet van toepassing is:

We sommen de nadelen op die de andere manier van doen wellicht heeft:

ze is misschien wel romantischer, maar wellicht niet zo efficiënt of betrouwbaar als ikzelf.

We reduceren de prestatie van de ander door erop te wijzen dat hij het gemakkelijker heeft:

hij heeft een rijke vader, krijgt meer subsidies, had meer geluk...

In plaats van het succes der anderen te analyseren om te zien of wij er misschien iets kunnen uit leren, ontsnappen we daaraan door te zeggen:

dat deze dingen niet kunnen vergeleken worden, dat het onze niet slechter en het andere niet beter is maar gewoon anders, dat wij er geen problemen mee hebben dat de ander anders is (vermits wij immers tolerant zijn en niet steeds overal de beste willen zijn).

Belangrijk is ook om u te herinneren dat exogene inspiratie soms wel toevallig op ons afkomt, maar in de grote meerderheid der gevallen bewust moet opgezocht worden. Als wij dus niets doen om ze te vernemen, zullen wij er ook geen last van hebben. Dat is het gemak van deze weerstand. Willen wij wel exogene inspiratie, dan moeten wij mensen opzoeken, naar congressen gaan, vreemden en ons concurrenten opzoeken en ondervragen, boeken lezen waarvan de titels ons niet zo aantrekkelijk voorkomen omdat ze niet schijnen te bevestigen wat wij onbewust als onze waarheid hanteren, enz. Wij zullen ook de gewoonte moeten hebben om dóór te denken, d.w.z. ons af te vragen hoe wij zoiets in ons concrete leven zouden kunnen realiseren. Want soms beschikken we al over prachtige en bruikbare exogene inspiratie, maar zijn we vindingrijk genoeg om ze voor ons geval niet te hoeven toepassen.


4. Bewust en planmatig leven

Op dit ogenblik in onze cultuur hebben enkel succesvolle zakenlieden de gewoonte om bewust en planmatig te leven, althans in hun beroepssituatie. Ze bepalen (of krijgen) hun jaarlijkse objectieven, maken plannen op, zowel voor deze eindobjectieven als voor hun tussentijdse objectieven, houden planningsvergaderingen, brainstormen lang op voorhand, verzamelen informatie bij concurrenten of bij gespecialiseerde consultatiebureaus, stellen tijdschema’s met deadlines op, delen aan hun klanten evaluatieformulieren uit en organiseren evaluatievergaderingen.

Dit is een prachtige manier van werken, die uiteraard slechts lukt als er (van boven af) voldoende morele druk uitgeoefend wordt. Helaas wordt die manier van werken, die we in de training nochtans aangeboden hebben, zelden aangewend voor privé-aangelegenheden, zoals onze relatie, de opvoeding van onze kinderen, en zelfs niet voor de manier waarop wij ons beroep uitoefenen, ook al is het een beroep waarbinnen we deze regels wél moeten toepassen. Hoogstens zullen wij dat doen als we iets groots moeten organiseren, zoals een schooltuinfeest of een benefietconcert met onze serviceclub. Zelfs de personen die deze manier van werken gebruiken in professionele of paraprofessionele omstandigheden, gebruiken ze thuis zelden.

Nochtans wordt deze manier van werken aangeraden door allerlei trainingen en organisaties die ernaar streven om het persoonlijk of relationeel functioneren te verbeteren. Die manier van werken is namelijk geen obsessionele trek opdat we een programma zouden volgen in plaats van spontaan te functioneren onder de druk van de omstandigheden en afhankelijk van onze stemming. De belangrijkste reden om deze planmatige manier van werken te volgen is vooral om ons uit te nodigen tijdig over onze plannen na te denken, zodat we de kans krijgen ze creatiever en beter te maken dan de vorige keer, en ook meer lessen te trekken uit onze ervaringen.

Een andere minimale manier van bewust en planmatig te werken is in zijn agenda blaadjes te voorzien waar we ideeën voor komende activiteiten en evaluatiepunten van voorbije ervaringen in noteren naarmate ze bij ons opkomen. Op verloren momenten (trein, filevorming, vervelende vergaderingen, wachtzaal, toilet, slapeloze nachten) kan men deze nota’s herlezen en bijwerken. Dit maakt in ons allerlei nuttige associaties wakker, zelfs al groeien deze nota’s niet uit tot gestructureerde schema’s.

Een andere manier om bewust en planmatig te leven is een relatieboek bij te houden, d.w.z. een (esthetisch uitziend) schrift waar beide partners van tijd tot tijd in schrijven en lezen, waardoor ze elkaars en hun eigen reflecties op geregelde tijdstippen onder ogen krijgen. Niet alleen werkt dit zeer inspirerend en emotioneel verrijkend, het is daarenboven een prachtig communicatiemiddel, en wordt in vele relatiegroepen en trainingen aangeraden als complementaire communicatietechniek.

Nog een minimale manier om geschreven nota’s en schrift te gebruiken, zelfs in privé maar ook voor de eigen beroepsvoering, is daglijsten maken me zaken die zeker moeten gebeuren, en zake die eventueel kunnen gebeuren. Men begint uiteraard slechts aan de tweede kolom als de eerste volledig uitgevoerd is.

Een belangrijke vuistregel hierbij is, zoals vroeger uitgelegd, dat wij in ons leven minstens 24 uur op voorhand zouden moeten plannen en weten wat we zullen doen. Niets is zo gevaarlijk als handelen geleid door inspiratie van het ogenblik, al is dit in uitzonderlijke situaties wel eens onvermijdelijk. Maar als dergelijke onverwachte situaties meer dan, zeg maar eens per jaar voorkomen, dan zijn ze zo uitzonderlijk niet meer, en tonen ze integendeel aan dat wij functioneren op een ongestructureerde manier, m.a.w. gestuurd door de omstandigheden, minimaal groeien door slechts te reageren op problemen, en in feite sterk bepaald worden door de anderen en door onze onbewuste stemmingswisselingen. De gedachte dat alleen dit soort vrijheid ons toelaat om onszelf te zijn, en maken we optimaal gebruik van de inzichten, kansen en mogelijkheden die we hebben. Overigens zal je merken dat die gewoonte van geprogrammeerd te leven heel snel een tweede natuur wordt en een heerlijke sterk gevoel geeft, en dat het “spontane”, zeg maar stuurloze -gestuurd door het toeval en door anderen- functioneren ons niet langer bevalt.


5. De eigen stemming optimaal houden

We hebben vroeger gezien in welke sterke mate onze reële mogelijkheden beperkt kunnen worden door een onaangepaste stemming of door een vage doch ongegronde mislukkingsangst. We hebben al vaak genoeg gemerkt hoe stimulerend bepaalde bezoeken, ontmoetingen, feesten, muziekstukken, mooie momenten in de relatie kunnen zijn.Ook uitdagingen en uitnodigingen kunnen energieverhogend zijn. Helaas is dit bij de meeste mensen totaal afhankelijk van toevalligheden, d.w.z. factoren buiten hen. Dit is jammer, vermits dergelijke stimulerende situaties vrij gemakkelijk te realiseren zijn. Het is dus een investering die niet veel kapitaal vraagt maar toch veel winst oplevert.

Het is namelijk ongelooflijk hoe snel onze stemming en mentaliteit, zowel onder invloed van ons eigen onderbewuste als onder invloed van de ons omgevende cultuur, gebeurtenissen en weinig stimulerende media, de neiging heeft om terug te vallen tot banale en weinig stimulerende niveaus. De meeste mensen reageren nog enkel op basis van enkele gewoonten en de banale morele druk die van de omgeving op ons afkomt. Weinigen gebruiken bewust hun vermogen de eigen stemming te optimaliseren, d.w.z. voortdurend een bewust tegengif in te nemen tegen de banaliserende en intoxikerende invloed waaraan wij de gehele dag bloot staan.

De minimale manier van Stemmingsmanagement is het creëren en onderhouden van een aangename sfeer rondom zich, zowel door orde en netheid, de aanwezigheid van stimulerende voorwerpen en souvenirs, en ook voldoende geplande aangename (en daardoor stimulerende) ontmoetingen met vrienden.

Een iets betere manier is ons mentaal op bepaalde activiteiten voorbereiden, door de Ontspanningstechniek van het onbewuste die we aangeleerd hebben. Daarbij stellen we ons, bewust visueel, herhaaldelijk en gepaard met een aangenaam basisgevoel, de situaties voor waarin we beter willen functioneren dan gewoonlijk. Het is ongelooflijk hoe doeltreffend deze techniek is, en hoe weinig de Westerse cultuur, nochtans gebeten op prestaties, daar van gebruik maakt.

Een andere, eenvoudige en eveneens zeer doeltreffende techniek is de Transcendente Meditatie. Deze vraagt weliswaar tweemaal 20 minuten per dag, maar het profijt, in dynamische stemming, uitgerust gevoel en creatief vermogen is ruimschoots winst. Deze techniek komt uitvoering aan bod in het tweede jaar.


6. Uitwendige druk aanwenden

De mens blijkt bijzonder gevoelig te zijn voor uitwendige druk, zowel negatieve als positieve. Het is voor het individu relatief moeilijk om de groepsdruk te doorbreken. Goede en slechte stemmingen werken aanstekelijk, zoals ook humor, tederheid, gezelligheid, enz. Daarenboven is contact met anderen uitdagend en aanstekelijk. Als we ons iets voorgenomen hebben, dan verontschuldigen we gemakkelijk onszelf als we er niet toe komen. Het vooruitzicht iemand te ontmoeten die door een afspraak of op een andere manier verwacht dat wij met iets specifieks zullen klaar zijn, heeft meestal voor gevolg dat wij er ook mee klaar zijn, ook al begint de druk zich op het laatste ogenblik te doen voelen. Ook is contact met anderen uitnodigend, stimulerend en inspirerend om dingen onder woorden te brengen. Door iets onder woorden te brengen ontstaan vaak nieuwe inzichten, en de vragen en opmerkingen van anderen hebben doorgaans voor gevolg dat we een stapje verder gaan in ons onderzoek hoe de zaken die we denken of ons voornemen te doen, eigenlijk in elkaar zitten.

We hebben daar reeds gebruik van gemaakt in de techniek van de Stimulator. Mensen die aan de training deelgenomen hebben blijven soms een stimulator hebben, hoewel die soms verandert. Soms vormden ze in het verleden zelfs groepjes van korte of lange duur waar men elkaar stimuleerde door middel van b.v. één samenkomst per zoveel weken.

Maar ook wie van deze eigenlijke stimulator geen gebruik maakt, kan trachten om de principes die er aan de grondslag van liggen te gebruiken, zonder dat de anderen die hij contacteert noodzakelijkerwijze het gevoel hebben dat zij fungeren als zijn stimulator. Het nemen van bepaalde initiatieven b.v. in groep of serviceclub, het maken van bepaalde afspraken met vrienden of collega’s, het stichten van werkgroepjes van collega’s, gezinsgroepen, groeigroepen voor koppels, enz. Op die manier krijg je ook vaak een heerlijk positief stimulerend gevoel, en ligt je rendement veel hoger dan bij hen die rekenen op hun “spontane” motivatie.


7. Genieten

Oud-deelnemers die niets speciaals (willen) doen om hun genieten te bevorderen, genieten spontaan al dikwijls veel intenser van het leven dan personen die de training niet volgden, omdat zij meestal veel minder last hebben van schuldgevoelens als zij bewust worden of gemaakt worden dat zij nogal intens streven naar de bevrediging van hun eigen behoeften.

Daarenboven zullen ze zich wellicht minder ergeren door het niet volmaakt zijn van hun relaties. Ze weten immers dat volmaaktheid eigenlijk onbereikbaar is, hoewel het steeds moet nagestreefd worden, en dat fouten eigenlijk aanwijzingen zijn voor een constructieve en originele aanpak der dingen.

Deze beide zienswijzen zullen dus zorgen dat zij psychisch minder gestoord worden als ze van iets willen genieten.

Doch zij die meer bewust willen werken aan hun bevredigingsgevoel, zowel omdat het zo plezant is als omdat het een onuitputtelijke bron van energie is, zullen meer letten op boeiende en aangename details, bewust op zoek gaan naar minder banale of commerciële vormen van schoonheid, zowel in hun eigen leven als in hun relatie. Als zij geschenken geven zullen ze niet alleen maar de winkel gaan en iets kopen, maar zelf iets moois maken (al schrijvend, dichtend, tekenend, makend, enz.). Ze zullen wellicht ook vaker foto’s en films nemen, en mooie schriften en albums bijhouden waarvan zij zullen genieten. Ongericht en dagelijks urenlang TV kijken zal bij hen wellicht niet gebeuren. Een bezoek bij vrienden zal bij hen wat meer zijn dan zitten kletsen rond een drankje, en na het eten gevolgd door de pousse-café in de zetel naar huis gaan.


8. De diepere dimensie

Mensen die aan een training deelgenomen hebben zijn wellicht al van vóór de training wat anders dan anderen. Dat anderszijn bestaat vaak in de verwachting dat het leven iets mooiers zal brengen dan enkele banale materiële realisaties. Zij kijken uit, smachten naar een andere dimensie, naar dingen die een zeldzaam gevoelsmatige en menselijk schoonheid en diepgang vertonen. Door dit gemis zijn ze soms depressief of langdurig droevig en ontmoedigd geworden, hoewel hun leven objectief en van buiten bekeken meestal niet slechter was dan dat van andere mensen die gewoon minder ongelukkig zijn omdat ze minder verwachten van het leven.

Maar ook als trainingsdeelnemers niet van vóór de training een grotere diepgang hadden (of niet geloofden in de haalbaarheid van iets mooiers en diepers dan het alledaagse), dan hebben ze het door de training meestal wel ontwikkeld of bewust laten worden. Hun leven kenmerkt zich dan ook meestal door een grotere gevoeligheid voor romantiek, diepmenselijkheid, symboliek, esoterie, mystiek. Dit uit zich door in het soort vrienden dat ze kiezen, de belangstelling die ze vertonen bij het kiezen van culturele manifestaties, films, de boeken die ze lezen, de gesprekken die ze in hun vrije tijd voeren.

De diepgang van vele trainingssessies, het contact dat ze met elkaar, zowel tijdens de sessies als tijdens het weekend gehad hebben, de sfeer waar ze wellicht van konden proeven tijdens hun interview met een merkwaardige persoonlijkheid die ze bewonderen, dat alles heeft hen het bewijs gebracht dat een grotere diepgang in het leven nuttig, prettig en haalbaar is.

Doch zij die bewust aan deze dimensie willen werken zorgen ervoor dat ze vroeg of laat in een al dan niet gestructureerde groep gelijkgezinden terechtkomen, waar men dergelijke zaken bewust oproept, beleeft en bespreekt. Dat kan een religieuze vereniging zijn, de één of andere gespreksgroep (eventueel zelf gestichte als de bestaande niet voldoen), het bewust uitdiepen van dergelijke thema’s en het bespreken (en beleven) ervan met gelijkgezinden, b.v. een studiegroep voor symboliek en ritualen.

Liever dan chronisch of recidiverend depressief te zijn omdat het leven helaas zo banaal is, zijn zij zich bewust dat de banaliteit van het leven en de onhaalbaarheid van sommige waardevolle dromen juist de essentie is van een systeem (zoals de cultuur en de menselijk samenleving) dat in volle groei verkeert. Het zou eenvoudig anders niet mogelijk zijn. Dromen zijn onvermijdelijk, want ze zijn de voedingsbron voor nakende of latere grootse realisaties. Zodra dié dromen zullen zijn gerealiseerd zullen er weer andere ontstaan die nog niet haalbaar blijken te zijn en die onvermijdelijk weer een bron van droefheid kunnen zijn. Anderzijds is er in een grote groep van evoluerende mensen steeds een minderheid die voor is, en is de meerderheid bijna per definitie banaal en achter op de mooie droomwereld van hen die inzichtelijk vóór zijn.

Liever dan er ongelukkig door te zijn zullen zij die banaliteit rondom hen als onvermijdelijk beschouwen, zelfs als een compliment voor eigen, hogere niveau (wat niet uitsluit dat anderen voor ander dimensies knapper zijn dan wij), en in het algemeen als een uitdaging. Als de wereld rondom ons perfect zou zijn, zouden wij niets te doen hebben, en het bestaan zou hoe dan ook zeer saai zijn. Die treurnis is, hoe begrijpelijk en van tijd tot tijd onvermijdelijk ook, eigenlijk een soort vlucht om onze eigen, zware verantwoordelijkheid niet te moeten dragen. Want, welbeschouwd, zijn ook wij zeker in de ogen der anderen en der jongere generaties, verantwoordelijk voor die banaliteit rondom ons die wij grotendeels door gemakzucht laten bestaan of soms zelfs onderhouden. Denk aan de les uit de cursus dat hij die de beperktheid (onvolmaaktheid, minderwaardigheid, gebrekkigheid) van iets ervaart, daardoor juist meer dan anderen verantwoordelijk wordt (in de maximale zin) om er iets aan te doen. Hoe ontmoedigder en depressiever men dus is om de banaliteit van zij eigen leven en van het bestaan in het algemeen, hoe meer men de morele plicht krijgt er iets aan te doen. We kunnen toch moeilijk verwachten van hen die met dit banale bestaan vrede nemen, dat zij er iets aan doen...!

Een goede kennis van de evolutieleer, met de perspectieven voor de nabije en de verdere toekomst, en wetenschappelijk verantwoorde opvattingen voor bestaan na de dood is dan ook elementair. Hij zal o.m. beseffen dat het begrip integratie niet zomaar een techniekje is (één van de vele?) om conflicten tussen ideeën en mensen op te losen, maar tot de diepste gronden van het bestaan zelf behoort. Hij zal ook beseffen dat mensen leren integreren, en de wereld rondom ons bewust tot een grotere integratie brengen, de eigenlijke zin van het leven is.

Maar wie de inzichten van de training ten volle wil blijven aanwenden, en in zijn leven meer doen dan zijn plicht, zal bewust gaan werken aan het verdiepen van de eigen relatie en het uitwerken van een levensactiviteit waarin hij bewust aan die integratie heeft gewerkt. M.a.w., wie echt de boodschap van de training begrepen heeft zal gaan leven als iemand die niet van plan is de wereld te verlaten zoals hij hem gevonden heeft, maar op zijn terrein en binnen de schaal die hij kan bereiken rechtstreeks of onrechtstreeks bijgedragen heeft tot het beter functioneren van individuen en groepen rondom ons, hetgeen meestal neerkomt op een grotere, bewuste integratie.



EINDOPDRACHTEN

1. Blijf de constructieve tekst regelmatig herhalen.

Alsook je eigen constructieve tekst.

2. Neem nu maatregelen

...om de kans maximaal te houden dat je de bruikbare lessen van deze training levenslang blijft toepassen. De grootste problemen zullen wellicht zijn: je zoogdierreflex om voordelen op korte termijn belangrijker te achten dan deze op langere termijn, en onze cultuur die met haar mythes liefst van al het reactieve functioneren aanmoedigt, eerder dan het proactieve.

Dit boek, en je persoonlijke nota’s in je Groeiboek, regelmatig herlezen, kunnen helpen.

3. En als andere dingen beter blijken te werken...

...wees dan zo vriendelijk ze ons te signaleren (bv. via de Wiki-site), en er je opvolgers van te laten genieten. Dit is een blijk van maximale verantwoordelijkheid, en dat is pas proactief denken. En als wij er niet constructief op reageren, dan klopt er iets niet meer met ons...