6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6210 Secundair en tertiair


Secundaire en Tertiaire Begrippen




Inleiding

Tijdens het negende stadium van de kosmische evolutie, de socialisatie, evolueert de samenleving in een drietal grote fasen, waarbij de interacties, en de daarmee samenhangende structuren en denkpatronen, langzame evolueren van een kortzichtige, primaire interactie, met een complete chaos en de wet van de sterkste, langs een secundaire fase, waarbij bepaalde structuren en interactiepatronen worden opgelegd van buitenaf, naar een tertiaire fase, waarbij de mensen van binnenuit interactievormen respecteren waarbij zoveel mogeljk anderen, en uiteindelijk iedereen zich goed voelen.

De structuren en interactievormen krijgen in de secundaire fase gestalte, als resultante van een niet aflatende strijd tussen de rulers en de multitude, die progressief steeds meer rechten en plichten van elkaar afdwingen, waardoor telkens vormen van machtmisbruik worden aan banden gelegd. Deze regels stoelen op een zeker aantal principes die bij die gelegenheid worden verwoord, met de bedoeling om de gegrondheid der afgedwongen regels te bewijzen. Het zijn intuïtieve begrippen, waarvan men de "juistheid" aanvoelt en dus overtuigd is dat ze er moeten zijn, maar waarbij men de concrete formulering vanuit een te beperkte visie gemaakt heeft. Men refereert daarbij naar gezag van God, de natuurwet, de wil van de meerderheid, een maatschappelijk contract, enz.

Enerzijds zijn deze begrippen zeer nuttig (geweest) in de secundaire evolutie, omdat ze ons toelieten de misbruiken van anderen aan banden te leggen en onze samenleving langzamerhand te doen evolueren. In die zin worden dergelijke begrippen soms beschouwd als een blijk van de vooruitgang van de beschaving.

Maar er is ook een beperking, die zit in een te concrete, te negatieve, te neurotische formulering van die diepere waarden, en het feit dat ze soms refereren naar begrippen die in feite niet bestaan, maar secundaire werkhypothesen zijn geweest, dus eigenlijk mythes.

Naarmate onze cultuur evolueert van een secundair naar een tertiair niveau, zullen deze nuttige en vaak mooiklinkende maar neurotische begrippen moeten bijgesteld en geherfomuleerd worden. Het gootste verschil is dat men in een secundaire cultuur uitgaat van gezag, en principieel redeneert, en in een tertiaire cultuur effectevaluerend redeneert met als eindcriterium het geluk van allen op integratieve wijze.


Verschillen tussen secundair en tertiair denken

Een nog weinig gestructureerd overzicht van deze begrippen. Laten we een poging doen deze spontane en intuïtieve lijst logsich te structureren.


De basishouding

Denkstijl

  • Aristotelisch-Cartesiaans
    • Integratief-constructief

Probleem-oplossing

  • Keuze/compromis
    • Integratie

Bewustzijn

  • Kennis
    • Gnosis: Kennis + Ervaring + Gevoel

Wetenschappelijkheid

  • Exact, Deductief
    • Plausibel, Inductief

Beslissingscriteria

  • Principe-gebaseerd
    • Effect-evaluerend

Evolutiestijl

  • Reactief, probleemvluchtend; vandaar wellicht van het ene uiterste in het andere (met revoluties die telkens veel kapot maken), verlies van vroegere waarden bij invoeren van nieuwe waarden. De Latijnse stijl
    • Proactief, doelzoekend; een rustiger, gestadige groei zonder extremen. De Germaanse, Engelse stijl.


Het verbeteringsproces

Fout

  • Uitzonderlijk, jammer, schuld
    • Onvermijdelijk, groeikans, gebrek aan inzicht/vaardigheid, onvoldoende afspraken

Interpretatie van een fout

  • Blijk van onvermogen, onmogelijkheid, slechte wil
    • Blijk van Groeiproces, inspiratie, onvoldonede afspraken

Drijvende factor

  • Probleem
    • Opportuniteit, sluimerende mogelijkheid

Bron van kracht en inspiratie

  • Heteropoiëtisch, God, zijn profeten en priesters, de leiders, de oligarchen, de aristocraten, de wetenschap
    • Autopoiëtisch, wijzelf, democratie, Peer to Peer, wikipedia. Linux

(we gebruiken de termen hetero- en autopoiëtisch meer in de psychische zin van de factoren die de groei, de evolutie en de vooruitgang bevorderen, en niet zozeer in de biologische zin van de factoren die het bestaan, het voortbestaan en de voortplanting regelen.)


Afscherming van de verworvenheden tegen primitiever functioneren

Veiligheidsmechanisme

  • Hiërarchie die controlerend toeziet en sancties treft bij gedrag dat afwijkt van de richtlijnen. Rechten en plichten.
    • Integratieve communicatie, en de zekerheid dat de andere groepsleden zich zullen houden aan de gemaakte afspraken, en dat het communicatieproces voldoende zal zijn om de eigen onbevredigde noden/behoeften zo nodig te bespreken en vandaaruit betere afspraken te formuleren.

Weghouden van storende individuen

  • Straffen en zo nodig opsluiten
    • De toegang beperken tot wie een secundair inzicht heeft, emt het aanwenden van minimale criteria (te omschrijven in de engagementsverklaring), en uitsluiten uit de groep als men niet meer tertiair kan/wil functioneren


De organisatie

Verantwoordelijkheid

  • Minimaal, bevel + verbod
    • Maximaal, zien van reële kans

Organisatie

  • Externe druk (exogeen), rechten en plichten
    • Spontane zelfdiscipline (endogeen), spontane inzet en streven anar integratie

Bron van "moeten"

  • Gezag boven/buiten ons
    • Gerespecteerde afspraken, maximale verantwoordelijkheid

Rem op misbruik

  • Rechten (van mij) en Verboden (voor de ander)
    • Goede communicatie en maximale verantwoordelijkheid


Zelfrealisatie

Geluk

  • Vervullen der verlangens, volmaaktheid
    • Vervullen der behoeften, groei

Liefde

  • Alles voor de ander, zelfopoffering
    • Samen een integratie, "welbegrepen" zelfopoffering

Zelfrealisatie

  • Vrijheid, zich niet laten doen door anderen
    • Superioriteit door creativiteit, integratie en efectieve superioriteit

Vrijheid

  • Niemand dwingt/beperkt mij
    • Mijn vaardigheid laat me toe creatief mezelf te zijn

Succescriterium

  • Welvaart (objectief)
    • Welzijn (subjectief)

Einddoel

  • Mijn geluk, (“rechten”)
    • Ieders geluk

Het geluk

  • ligt in de aanvaarding (Tao, Stoa)
    • ligt in de groei en het constructief denken

Hoogste goed

  • Vrije wil, vrije keuze
    • Bewustzijn en creativiteit, besef van effecten en mogelijke verbeteringen


De groei (van anderen) stimuleren

Psychotherapie

  • Ziektemodel
    • Groeimodel

Aanpak van onvolmaaktheid

  • Bestrijden vh negatieve
    • Bevorderen, aanleren vh positieve

De verbetering der mensheid komt door

  • de genetica, hersenveranderingen, Gods tussenkomst
    • psychosociale groeiprocessen, psychologie en persoonlijkheidstraining


Spiritualiteit

Spiritualiteit

  • Bewustzijn van, en contact met God, een fantasmatische, vrijblijvende compensatie voor de banaliteit van het secundaire leven. Hypocrisie als opvallende verschillen tussen zeggen en doen (Luister naar mjn woorden maar zie niet naar mijn daden).
    • Bewustzijn en actief beleven van surrealiteit. Het beleven van tertiaire spiritualiteit leidt onvermijdelijk tot een merkbare evolutie in denken, doen en voelen, omdat men maar van echt bewustzijn kan spreken als men er ook naar handelt en voelt. Dat wisten de Gnostici reeds.

God

  • Een bovennatuurlijk wezen die alles maakt en regelt, die men in nood ter hulp kan roepen, en die u helpt om de vijand te verslaan.
    • De Logos: de virtuele Wijsheid, de Kosmos in eindstadium

Weerstanden

Sommige mensen hebben problemen met het omzetten van principiële begrippen van secundair naar tertiair.

  • Ze hebben nog niet voldoende nagedacht over het tertiaire functioneren zodat ze niet meteen de diepere schoonheid van die tertiaire formulering begrijpen, en vrezen instinctief zelfs dat een herformulering van deze "eeuwige" of "universele" begrippen de deur openzet voor een terugkeer naar primitievere (primaire) vormen van denken en doen: de verworvenheden van de beschaving gaan weer verloren.
  • Een tertiaire formulering verhoogt echter meestal onze verantwoordelijkheid: wij moeten het zelf realiseren, en lukt het niet, dan ligt het aan ons. Secundaire formuleringen verwijzen daarom vooral naar de verantwoordelijkheid van de anderen, en minimaliseren de eigen verantwoordelijkheid. Dit alles wordt met de begrippen rond "vrijheid" weer duidelijk geïllustreerd.
  • Vaak hangen secundaire bergippen ook aan elkaar vast. Bv. als men tracht het neurotische begrip schuld te vervangen door zijn tertiaire equivalent, dan klinkt vaak de reactie: dus, als schuld niet meer bestaat, betekent dat dan dat voortaan iedereen straffeloos misdaden mag plegen.
    Reeds Socrates heeft hier last mee gehad... Hij had gesteld dat schuld niet bestond, omdat iedereen gewoon tracht zelf gelukkig te worden, ook de helden en leiders van het volk, maar men gaf hem de gifbeker omdat hij de jeugd moreel bedierf.

Wel is het zo dat de tertiaire begrippen enkel kunnen gebruikt worden binnen een tertiaire sfeer, en dat het onvoorzichtig combineren van secundair en tertiair denken en functioneren onvermijdelijk zal leiden tot secundaire, zelfs primaire misbruiken van de kwetsbare tertiaire sfeer. Tertiair functioneren veronderstelt een afscherming van mensen die de verantwoordelijkheden van het tertiaire functioneren niet aankunnen.

  • Op dezelfde wijze hebben de deuren een gezinswoning binnenin (waar men relatief tertiair functioneert) geen sleutels, maar wel naar buiten (ten opzichte van secundaire en primaire attitudes).
  • Zo ook mislukken revoluties (stijgen van sociopolitiek niveau) als de bevolking die ze moet "dragen" nog niet "rijp" is om op dat niveau te functioneren: na de Franse en de Russische Revolutie kwam heel snel een keizerrijk/dictatuur, en ook de Afrikaanse Indépendance is uitgemond in een chaos met hier en daar een primitieve dictatuur.

De weerstanden maken gebruik van (secundaire) mythes:


Mythes en Rationele opvattingen


Mythe 1:
 Psychologie is niet zoals de rest van het leven

Je moet vooral spontaan zijn, vrij, en niet kunstmatig

  • Oefening baart kunst

Alles is kwestie van vrije keus, jouw weg is de mijne niet

  • Professionelen weten beter

Equivalente alternatieven

  • Er is maar één ideaal, verschillen zijn groeifasen


Mythe 2:
 Psychologie is eigenlijk onbruikbaar

Ze is niet wetenschappelijk

  • Integratie is haar wetenschap

Er zijn vele tegenstrijdige scholen

  • Er zijn inderdaad niet-integratieve scholen

Psychiaters/Psychologen zijn zelf gek

  • Er zijn inderdaad personen die psychologie kozen voor hun eigen problematiek

Psychotherapie is een stigma

  • Psychotherapie is een blijk van geestelijke volwassenheid

Een mens kan je toch niet veranderen

  • Niets zo gemakkelijk als groeien, je moet niet veranderen

Het kost meer dan dat het opbrengt

  • Een goede psychotherapie bespaart veel


Mythe 3:
 De deux choses l’une, Je moet kunnen kiezen in het leven

Ik of de chaos (De Gaulle, Hitler)

  • Er zijn er anderen

Het ene wil ik niet, het andere is onbereikbaar

  • Er is steeds een derde weg

Scheiden of voort ruziemaken

  • Je kan de problemen ook oplossen

Ik heb het recht mezelf te zijn

  • Enkel in een integratie met de anderen zal je echt gelukkig zijn


Mythe 4:
 De mens is nu eenmaal zo

Nihil novi sub sole

  • Er is een duidelijke evolutie merkbaar

Een oude aap moet je geen kunsten leren

  • Hoe meer ervaring, hoe makkelijker de groei

Vragen

  • kunnen er in de tertiaire socialisatiefase ook subfasen onderscheiden worden? Bv
    1. (Beginnen) weten wat tertiair is maar er nog niet naar handelen, nonparticipatie (is misschien de geraffineerdste vorm van het fallisch stadium)
    2. Het gedrag der anderen trachten te tertiariseren
    3. Enkel zijn eigen gedrag tertiariseren, met het risico op desillusie
  • We zouden in die enorme lijst met opsomming van kenmerken hierboven een zekere logica, structuur, onderlinge verbanden moeten vinden.

Enkele cruciale begrippen met groot verschil tussen 2aire en 3aire definitie

Rechten en plichten

In ons zoeken naar een beschrijving van wat het meest typische/essentiële is in tertiair functioneren ben ik zo gaan bedenken dat twee begrippen die heel sterk zijn in het secundaire functioneren, en waar wij uietraard allen zelf sterk aan houden omdat wij in die cultuur zijn opgegroeid, namelijk plicht en recht, in een tertiaire cultuur zinloos en overbodig zijn... op voorwaarde dát het een tertiaire cultuur is natuurlijk. Ik volg de volgende redenering.


In een primaire cultuur (chaos) zijn er geen regels, gewoon de genadeloze en schaamteloze wet van de sterkste. Alleen wraak van het slachtoffer is wat vervelend, maar wie sterk genoeg is moet ook dat niet vrezen.


In een secundaire cultuur (ethos) ontstaat er progressief een regularisatie, een sociale ordening. Het doel is immers: gelukkig te worden, en daartoe moet men de ander zodanig beïnvloeden dat deze het gelukkigmakende gedrag vertoont. Het is uiteraard een interactie in twee richtingen, zodat het uiteindelijk resultaat de resultante is der tegengestelde invloeden. Essentieel in het secundaire is dus de manipulatie, waarbij elk of één van beiden beslist wat belangrijk is voor alle betrokkenen, en vervolgens tracht de andere daartoe te bewegen.


In sociale context spreekt men van rulers, de sterken, de bazen, de leiders, en de multitude, de massa, de proletariërs, de ondergeschikten. Elk gebruikt daarbij de macht die hij heeft: de bazen vanuit hun sterke positie (militair, monetair, moreel), de onderdanen vanuit golven van staking, van de Plebejers tot Marx en de vakbonden. Deze krachten resulteren in een groeiend aantal regels, waarbij het recht van de ene de plicht is van de ander. Voor die regels zoekt men eengezagsbron. Alnaargelang de cultuur is die God (de Tien Geboden), de Koning (Hammoerabi), Gods plaatsvervangers op aarde (de Kerk, de profeten, imams), door God geïnspireerde geschriften (bijbel, koran), de Natuur (natuurrechten, universele rechten), de mensheid en democratie (Universele verklaring van de Rechten van de Mens, kind, patiënt, vrouw..), en verder zelfs gewoon bilaterale afsrpaken en contracten.


Ook in een intieme relatie tussen twee mensen (huweljk, vriendschap) is er die spannende interactie, hoewel daarbij meestal niet duidelijk is wie ruler en wiemultitude is.


Rechten en plichten, de ethica dus, lijken een enorme vorm van vooruitgang te zijn ten opzichte van de primaire chaos, en de illusie leeft dat dit de finale of toch minstens een voortaan onmisbare ingrediënt van onze cultuur is. Er moet mischien wel nog veel geregeld, geregulariseerd, gecontroleerd, geresponsabiliseerd en gesanctioneerd worden, maar deze legale en hiërarchische ordening schijnt de finale oplossing voor de menselijke beschaving te zijn.


Het grootste probleem van secundair samenleven en -werken is dat de betrokkenen dieperliggende behoeften en de concrete vormen ervan verwarren. Zichzelf zijn wordt dus gelijkgesteld met zijn verlangens realiseren. In die zin kan ene conflict alleen opgelost worden door keuze voor één der alternatieven.

Een andere reden waarom de ethos nooit tot geluk zal leiden is omdat hij steeds, en per definitie, minimaal is. We doen wat we moeten, en liefst niets méér (anders profiteren anderen daar straffeloos van), en we vermijden de dingen die verboden zijn (maar niet minder, anders zijn we dom en laten we kansen onbenut). Secundaire systemen zijn in feite slechts begrenzingen van het primaire funtioneren, en eens daarbuiten zijn we weer vogelvrij ("wat niet verboden is, is toegelaten"). Egoistisch zijn, zich niet verantwoordelijk voelen voor de ander ("Ik ben toch niet mijn Broeders hoeder?" vroeg Kaïn aan Jahweh) is uiteindelijk een recht! Als men geen wetten overtreedt mag men de ander benadelen, droef maken, enz. Het is niet mijn probleem. Wetten en plichten beperken wel hier en daar mijn vrijheid, maar schaffen haar fundamenteel niet af... 


In de tertiaire cultuur (eros) heeft men beseft (1) dat niet de verlangens maar de behoeften het belangrijkste zijn, en dat de verlangens kunnen omgevormd worden zonder dat er iets van de behoeften prijsgegeven wordt. Dit veronderstelt echter vaak een groeiproces. En (2) dat integratie beter is dan keuze. Integratie is precies de omvorming van de verlangens, zonder dat de behoeften prijsgegeven worden. Integreren laat dus toe dat mensne die oorspronkelijk iets anders nastreefden in hun zoektocht naar het geluk, nu naar hetzelfde concrete doel gaan streven, en beiden gelukkig kunnen wroden zonder dat er iets prijsgegeven is van hun behoeften.  Communicatie is de concrete manier waarop mensen kunnen integreren.


Het enige recht en de enige plicht die in feite bestaan zijn: het recht op integratie door de anderen en de plicht van integratie voor de anderen. Maar door die integratie vervallen de begrippen recht en plicht, omdat de ander (en wijzelf) niet meer moeten gedwongen worden: hij zal het spontaan (proberen) doen. De schijnbare kwestbaarheid van de tertiaire cultuur vervalt en wordt opgevangen door de veiligheid van de integratie, die veel, veel, veel verder gaat dan de geraffineerdste wetten en regulaties kunnen bereiken, al was het maar omdat elke regelgeving per definitie minimaal is, en echt geluk maar aan elkaar kan geschonken worden als men veel verder gaat dan regeltjes ooit kunnen formuleren. Trouwens, tertiair samenleven en -werken met mensen die binnen die regeltjes minimaal functioneren, is tot mislukken gedoemd, omdat zij, doordat zij buiten die regels vrijheid poneren en niet spontaan maximaal trachten te integreren met onze behoeften, helaas van ons gebrek aan voorzorgen gebruik zullen (kunnen) maken om ons te ge- of misbruiken, soms zelfs onbewust en met de beste bedoelingen. In feite is vrijheid, buiten het afgebakende gebied der reguleringen, niets meer of minder dan het recht op primair functioneren.

Vandaar de uitspraak dat iemand die tertiair wil functioneren (bv in een goede relatie, in de liefdevolle aanpak van zijn kinderen, in een diepe vriendschap), afstand doet van rechten en plichten, tenzij natuurlijk van de integratieplicht en -recht, maar deze zijn maximaal, niet minimaal, dus strikt genomen is het geen recht en geen plicht. Dit afstand doen betekent geen terugkeer naar primair functioneren, neen, het is het opheffen van de grootste hinderpaal om tertiair te functioneren, het wegnemen van het grootste excuus om zich te onttrekken aan de integratieplicht, aan de maximale verantwoordelijkheid...

Het verlaten van de neurotische begrippen rechten en plichten betekent uiteraard niet dat er geen regels zijn. Een tertiair systeem wemelt van afspraken die wellicht talrijker en veeleisender zijn dan men met rechten en plichten ooit zou kunnen realiseren. In feite komt alles in aanmerking voor het formuleren van afspraken, ook die dingen die traditioneel tot het gebied van de "persoonlijke vrijheid" behoren, m.a.w. waar in een secundaire context niemand het "recht" heeft om iets over te zeggen. Er zijn echter tussen afspraken en rechten/plichten enkele fundamentele verschillen

  • rechten en plichten zijn afgeleid van hogere morele principes of vormen van gezag, die onbespreekbaar zijn, daar waar afspraken enkel steunen op een integratie van de behoefte van de betrokkenen
  • afspraken kunnen voortdurend veranderen, van zodra alle betrokkenen daartoe besluiten via een integratieve communicatie
  • de verantwoordelijkheid bij rechten/plichten is minimaal. Wie niet akkoord gaat mag zich veroorloven te zwijgen. Dat zwijgen kan soms zelfs als "respect" voor de anderen, voor de wil van de meerderheid beschouwd worden. De verantwoordelijkheid wordt gedragen door de leiding, door de meerderheid. Wie in een tertiair systeem vindt dat er iets niet klopt met de gemaakte afsrpaken is "moreel verplicht" dit ter sprake te brengen, en te blijven ter sprake brengen tot wanneer zijn inbreng geïntegreerd is, ook al heeft de "meerderheid" daar op het eerste gezicht geen oor naar. De verantwoordelijkheid wordt gedragen door de minderheid, d.w.z. door hen die wél aanvoelen dat het anders zou moeten zijn.
  • op het niet eerbiedigen van rechten en plichten staan sancties die door een hogere instantie worden uitgesproken. In een tertiair is er geen hogere instantie. Enkel via communicatie kan men nastreven dat de betrokkene zich houdt aan de afspraak. Heeft hij daar moeite mee, dan berust dat misschien op enkele niet-geïntegreerde behoeften, en dan zal de groep trachten deze behoeften mee te integreren en een nieuwe afspraak vanuit een betere integratie te formuleren.
  • in een tertiair systeem is er maar één "overtreding": weigeren te integreren met de anderen; en maar één "sanctie": uit de tertiaire groep gesloten worden. Dus niet zozeer het vertonen van afwijkend gedrag is een probleem, maar het weigeren om over dit gedrag op integratieve manier te communiceren, en zich vervolgens te houden aan de gemaakte integratieve afspraken.
  • waar een "wet" onbespreekbaar is, is een afspraak op elk ogenblik bespreekbaar en vernieuwbaar, hoewel men ook kan afspreken om bepaalde afspraken een tijdlang uit te proberen alvorens ze te veranderen, omdat de gewoonte en de ervaring uiteraard een rol spelen
  • daar waar het geweten iemand kan ontslaan om een "plicht" uit te voeren, geldt zoiets niet in een tertiair systeem. Als en van zodra het "geweten" (d.w.z. de intuïtie die niet of moeilijk kan besproken worden) zich bij iemand signaleert, dan heeft deze persoon de morele plicht dit te melden en bespreekbaar te stellen. Doch zolang de nieuwe afspraak niet is gemaakt, houdt men zich aan de oude, tenzij natuurlijk in onvoorziene omstandigheden
  • bij secundaire besluitvorming kan de meerderheid de minderheid het zwijgen opleggen, soms reeds bij >50%, maar in elk geval bij >66%. In een tertiair systeem is er nog geen sprake van integratie en dus besluitvorming, als zelfs slechts één persoon nog vindt dat zijn behoeften of ideeën niet zijn geïntregreerd in de gezamenlijke afspraak.
  • dreigt een integratieproces lang aan te slepen dan is dit waarschijnlijk omdat (veel) groepsleden nog onvoldoende ervaring hebben in dat onderwerp. Liever dan de besluitvormning (en de activiteiten) te blokkeren totdat werkelijk iedereen het al pratend eens geworden is over de te maken afspraken, kan men twee of meer testperiodes invoeren tijdens dewelke men de verschillende onintegreerbare alternatieven uitprobeert, om daarna een constructieve evaluatie te houden.


Natuurlijk is tertiair functioneren zonder (voldoende) integratie- en communicatiekunst (en zonder groeivermogen en afspraken) een groot risico, een ware ramp. Soms zal het nodig zijn zich tegen de niet-integrerende ander te verdedigen. M.i. is er maar één geldige reden om de relatie/het contract met een ander op te zeggen binnen tertiaire context: constateren dat die ander niet kan/wil integreren, of het feit dat hij zich beroept op secundaire (=neurotische) begrippen als vrijheid, recht en plicht. De enige aanvaarbare plicht/recht binnen het tertiair systeem is integreren. Wie deze plicht verwerpt (omdat hij denkt dat hij sterk genoeg is om de mening van de ander naast zich neer te leggen) hoort niet thuis in een tertiair systeem.


Vrijheid

Secundair

Vrijheid wordt meestal gedefinieerd als "de afwezigheid van beperkingen" van alle aard, al naargelang het toepassingsgebied: politiek, moreel, artistiek, filosofisch-religieus, enz.

M.i. is de essentie, de onderliggende essentiële behoefte achter de behoefte aan vrijheid: de behoefte om maximaal zichzelf te zijn, door de afwezigheid van andere dan menselijke beperkingen.


Vrijheid is een neurotische vorm van zelfrealisatie: het uitschakelen van de invloed der anderen, het niet willen rekening houden met het reële effect van zijn gedrag op anderen en, op langere termijn, op zichzelf.


Tertiair

Het vermogen om op een doeltreffende manier de omgeving, de algmene gang van zaken en de evolutie mee te beïnvloeden


Vrije wil

Secundair

Deze hypothese is nodig:

  1. om zelf fier te kunnen zijn over zijn realisaties
    om gelukkig et worden wil men zichzelf realiseren. De neurotische zelfrealisatie is zich niet te laten beïnvloeden door de anderen in de belangrijke beslissingen van het leven.
  2. als theoretisch noodzakelijke rechtsgrond voor straffen en de schuldhypothese.

Er bestaat in feite geen vrij wil, maar er is wel een zekere onvoorspelbaarheid der beslissingen, en deze hangen o.m. sterk af van de stemming en de recente emotionele ervaringen (bv. frustraties), vandaar de illusie dat men beschikt over een vrije, en in elk geval sterk onvoorspelbare wil.


Tertiair

Vrije wil is niet meer noodzakelijk als hypothese, als theorie, omdat men in een tertiair systeem niet moet straffen, belonend manipuleren, en er geen schuldhypothese meer nodig is.

De onaangename maatregelen en uitsluitingsmaatregelen die het secundaire evenwicht bewaren, zijn in een tertiare context niet nodig, omdat het evenwicht daar door spontane zelfregulering bewaard wordt.

Bij de zelfrealisatie is het niet zo belangrijk zich te affirmeren tegenover wat de anderen van jou (schijnen te) verlangen (dit is slechts een illusoire, fantasmatische zelfrealisatie), maar z'n diepste behoeften op integratieve, succesvolle en duurzame manier te realiseren.


Schuld

Secundair

De hypothese dat mensen bewust iets slechts of verkeerds doen -> ze mogen gestraft worden. "Je kan ze toch hun vrije zin niet laten doen".


Tertiair

Tertiair bestaat er geen schuld. Men gaat er van uit, zoals Socrates reeds stelde, dat iemand die iets doet dat onaangenaam is voor de anderen, dit doet uit gebrek aan inzicht dat zijn geluk meer gebaat zou zijn door een integratie, dan door een morele of materiële diefstal.

Dat wil echter niet zeggen dat men binnen een secundaire kring misdaden zal tolereren. Er is immers steeds een tertiaire afsrpaak, d.w.z. dat men belooft zich te houden aan de gemaakte afspraken, en de groep te verlaten als men zich daar niet wil of kan aan houden. Is men het met een bepaalde afspraak niet eens, m.a.w. vindt men dat een bepaalde afspraak onvoldoende een integratie is van de behoeften van alle betrokkenen, dan zal men proberen de anderen bij de eerstvolgende gelegenheid te overtuigen dat de afspraak onvoldoende is, en zo mogelijk een betere voorstellen. In afwachting dat de groep, via integratieve communicatie, akkoord gaat om de afspraak te wijzigen, zullen alle groepsleden zich houden aan de vroegere afspraak. M.a.w., het feit van het niet eens te zijn met een afspraak geeft niet het recht om al meteen eenzijdig anders te gaan handelen.

M.a.w. wat men binnen een tertiare groep aan de "feitenpleger" kwalijk neemt is niet zozeer het gestelde gedrag, maar het feit dat de voorzorgsmaatregelen om dergelijke dysharmonie te voorkomen niet gerespecteerd werden: zich bewust niet houden aan de afspraak, geen integratieproces op gang brengen om de afspraak te wijzigen in een betere, zelf niet willen groeien om op het niveau van de nieuwe of vroegere afspraken te komen. M.a.w. als iemand uit de groep gesloten wordt is het niet om het secundair gedrag "erg" is, maar omdat de minimale tertiaire voorwaarden ontbreken om bewust van secundair naar tertiair te evolueren: onwil/onvermogen tot integratieve communicatie, zich niet kunnen houden aan de gemaakte afspraken, niet willen/kunnen groeien tot meer tertiair gedrag. Natuurlijk zijnelden van een tertiaire groep  niet volmaakt, maar ze doen alles wat ze kunnen om te groeien naar een meer tertiair niveau, en via integratieve communicatie bewust te worden en te blijven in welke richting ze best zouden groeien.



Tertiaire groep (t-groep)

De 4 punten van "engagement" in een t-Groep zijn een poging om deze minimale communicatie- groei- en realisatiemogelijkheden te creëren. Overigens gelden exact dezelfde regels voor een optimale man-vrouwrelatie, een groep van pioniers die samen iets realiseren, enz.

Deze afspraken zijn o.m.:

  1. Een t-Lid beseft dat een zeer stipte deelname aan de gezamenlijke activiteiten essentieel is. Een delicate werking als een tertiaire groep kan niet slagen, noch voor de groep noch voor de deelnemer, als hij/zij er niet praktisch altijd is, en zich minstens voor onvermijdelijke afwezigheden vooraf persoonlijk verontschuldigt. Herhaalde afwezigheid (zelfs met een geldige reden) leidt automatisch tot tijdelijke schorsing, tot wanneer hij/zij zich klaar voelt om zich opnieuw volledig te engageren.
  2. Een t-Lid is bereid om een actieve inzet te leveren bij de steeds gezamenlijke organisatie der activiteiten, ook om tijd vrij te maken om de gedachtewisselingen degelijk voor te bereiden. Vermits er geen bestuur is mag/kan/moet iedereen zich gedragen alsof hij/zij de eindverantwoordelijkheid voor het geheel draagt.
  3. Er wordt een strikte discretie verondersteld, vooral over de inhoud der uitgewisselde persoonlijke levenservaringen der andere t-Leden. Het gaat hierbij niet alleen over de inhoud der communicaties, maar ook en vooral over het (inwendig) bewaren en (uitwendig) beschermen van het positieve beeld dat men heeft van het t-Lid, ongeacht wat men in de vertrouwelijkheid van de t-Groep over hem/haar verneme. Zonder deze vertrouwelijkheid kan open, tertiaire communicatie nooit lukken.
  4. Als hij/zij ooit eerlijk meent dat afspraken kunnen verbeterd of aangevuld worden, dan beschouwt een t-Lid het als zijn/haar verantwoordelijkheid om de t-Groep op constructieve wijze trachten ertoe te brengen deze afspraken te optimaliseren. De houding van af te haken zonder gepoogd te hebben om met de groep/relatie tot een integratie te komen van de eigen onbevredigde behoeften wordt als extreem on-tertiair beschouwd.


<6230>bbb