6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6557 Projecten

6557

Projecten

 

Inleiding

Fundamenteel Zelfvertrouwen. Exogene en Endogene Inspiratie, en Integratie zijn allemaal technieken om een goed PLAN te ontwikkelen. Vervolgens moet dit plan uitgevoerd worden. Bewust ontwikkelen van een plan, de realisatie ervan en een constructieve evaluatie als afronding, vormen samen de bestanddelen van de Bewuste Zelforganisatie.

 

We bespreken hierbij eerst de concrete bouwsteen van de zelforganisatie, namelijk het project, en vervolgens bespreken we een meer algemene sturing van de activiteit van onze persoonlijkheid, namelijk de Bewuste Zelforganisatie (BZO).

 

HET PROJECT

 

Bepaling

Zelforganisatie is het verzamelen van alle mogelijke ideeën en uitgewerkte plannen opdat een project succesvol zou kunnen uitgevoerd worden. Deze ideeën zijn zo nuttig omdat ze met alle mogelijkheden, de nuttige zowel als de gevaarlijke, trachten rekening te houden.

Een project is een gestructureerde, bewuste handeling waarbij de persoon dus iets realiseert van een hoger kwaliteitsniveau dan dat hij vroeger deed op dit vlak. Een project is dus tevens een groeiproces, omdat het nieuwe vaardigheden en gewoontes inoefent, die later gewoontes kunnen worden, d.w.z. permanent deel gaan uitmaken van de persoonlijkheid.

Een project is dus een geïntegreerde manier van handelen, een intelligente, optimale of efficiënte handeling, waarbij je gebruik maakt van alle suggesties, inzichten en sluimerende mogelijkheden die je hebt. Groeien, of al groeiend leven, is dus: voortdurend bezig zijn met projecten. Bij het project gaan we echter bewuster om met het onderwerp van onze actie, bij Bewuste Zelforganisatie gaan we eigenlijk om met onszelf. De twee aspecten kunnen in praktijk echter enkel tezamen verlopen.

Zelfmotivatie is het geheel van vaardigheden die we kunnen gebruiken om zeker te zijn dat de dingen die we weten en zouden moeten kunnen, ook daadwerkelijk gaan doen. Dit wordt in een ander hoofdstuk besproken. Het betreft de emotioneel-motivationele steun die we uitoefenen om ons programma, ons project met succes te doen uitvoeren en dus te laten slagen.

 

PROJECT = 

 

GOED PLAN

+ UITVOERING met GOEDE MOTIVATIONELE ONDERSTEUNING

+ CONSTRUCTIEVE EVALUATIE

 

Praktische omschrijving

 

Wij omschrijven hier een project vanuit een praktisch realiseerbaar standpunt, als een activiteit die binnen de week kan voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd worden. Is het project waar u aan werkt te uitgebreid om binnen de week te realiseren, splits het dan op in kleinere projecten, waarvan de eerste stap deze week nog kan gerealiseerd worden d.w.z. voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd.

Fasen

 

1. Omschrijf het doel

Het is niet zozeer de bedoeling om een extra-activiteit te bedenken. Kies gewoon één van de dingen die je deze week toch kon of moest doen, en doe het nu onder de vorm van een geïntegreerde handeling. (groeiproject)

Bepaal voor het gekozen project de streefdata (deadlines). Splits het project zo nodig op in fasen, waarvan de eerstkomende binnen de week kan gerealiseerd zijn.

Maak gebruik van bijgevoegd formulier: vul het in en geef het volgende week af. U zal het terugkrijgen. Voldoet het formulier niet aan uw concrete verlangens, ontwerp er dan zelf een, maar geef in elk geval een schriftelijk verslag. Het doel is overigens niet om dit verslag in te vullen, maar om de gekozen handeling zo succesvol mogelijk te doen verlopen.

2. De voorbereiding.

a. Het stadium der losse ideeën

Schrijf in een eerste fase alle mogelijke losse ideeën op. Maak daarvoor gebruik zowel van endogene als van exogene inspiratiebronnen.

Vele mensen vertonen weerstand of gewoon luiheid om bepaalde inspiratiebronnen, die nochtans binnen hun mogelijkheden liggen, te gebruiken. Om te vermijden dat je dit ook zou doen, is het goed om uitdrukkelijk te noteren waarom je een bepaalde soort inspiratie niet zou gebruiken. Gebruik de inspiratiebronnen, die reeds geciteerd werden in de hoofdstukken over inspiratie.

Doe zo mogelijk meerdere ideeënrondes. Eindig in elk geval met de negatieve, pessimistische veronderstelling, d.w.z. vraag je af om welke redenen uw project zou kunnen mislukken, en hoe met deze eventualiteiten rekening houden (vroegtijdig informeren, voorzorgsmaatregelen, alternatieve programma’s enz.).

Weet je niet goed hoe iets te doen, doe het dan zoals de anderen het gewoonlijk doen, of zoals jijzelf in het verleden analoge zaken deed. Na je eerste ervaring zal het vaak gemakkelijker zijn er dingen aan te verbeteren en toe te voegen, volgens het principe der progressieve ontplooiing.

b. Het stadium van de integratie

Werk verschillende ideeën uit tot een plan. Integreer erin wat mogelijk is. Voorzie evaluatiemomenten bij fasen met veel onvoorspelbaarheden.

3. De uitvoering

Maak een tijdschema op van uw geïntegreerde handeling. Noteer voor elke eventuele fase een vroegste en laatste moment. Noteer deze in je agenda. Voer het plan uit. Geef nooit op vóór een evaluatiemoment, en enkel als stoppen eventueel voorzien was.

doe aan PVG: planning-volgings-gewoonte: dwz niet afwijken van wat je beslist had uit te voeren.

Blijkt tijdens de uitvoering dat je iets over het hoofd hebt gezien improviseer dan maar weet dat het een gevolg is van slechte programmatie, een reden van slechte voorbereiding.

 

4. De evaluatie

Evalueer op het einde volgens de afwijkingsanalyse (A.A.), zo mogelijk reeds deels tijdens de uitvoering de verschillende ideeën die je eventueel zou opdoen voor latere herneming van dit of een analoog project. Trek zoveel mogelijk lessen, m.a.w. gebruik de afwijkingsanalyse als inspirerende vragenlijst. De getrokken lessen moeten zoveel mogelijk nuttige suggesties zijn voor later, dus inzichten over hoe de zaken waar ge mee werkt in elkaar zitten, of trucjes om het een volgende keer handiger aan boord te leggen. Dus geen “conclusies” zoals “ik voel dat ik dat niet aankan” of “het is veel moeilijker dan ik dacht”. Het is de bedoeling iets te leren over jezelf, over de situatie en over de afloop.

5. Geef het verslag af

Noteer alles op bijgaand formulier (of een verbeterde versie door jou gemaakt) en geeft het volgende week af. Als je het terug krijgt: bewaar het in je Groeiboek.

(Je kan deze pagina's downloaden en uitprinten)  

Weerstanden

U weet reeds dat de hersenen, gestuurd –zoals bij alle zoogdieren- door het Onderbewuste, er niet van houden om gestructureerd te functioneren. Gestructureerd betekent immers: afwijken van bestaande gewoonten (die samen de spontaniteit vormen), en nieuwe gewoonten kiezen. Hoewel de nieuwe gewoontes op langere termijn voordeel opleveren, zijn ze op korte termijn vaak gemakkelijker dan spontaan de bestaande gewoontes volgen.

Tegen het gezond verstand in worden tal van rationalisaties gebruikt, en mythes, d.w.z. verklaringen die logisch klinken op voorwaarde dat je er niet teveel op ingaat, en die > 

Tot de concrete weerstand behoren vooral:

1.    de spontaanheidsmythe

Deze stelt dat je het recht hebt jezelf (”autonoom”) te zijn., en dat de enige manier hiervoor is: spontaan te doen wat je op dat ogenblik graag zou doen, dus geen groei-inspanning te leveren. “Wat niet spontaan is, is niet echt, zelfs hypocriet, tegennatuurlijk, kan nooit echt goed lukken” en tal van andere mythes van dit slag. Men vergeet daarbij gemakkelijkheidshalve dat elke “spontane” gewoonte ooit aangeleerd is, en dat de nieuwe gewoonte achteraf nog veel spontaner zal gebeuren, omdat ze meer subjectief voordeel oplevert.

2, gewoon verdringen

 Alle gedachten die verband houden met BZO worden gewoon verdrongen, of uitgesteld tot wanneer er geen tijd meer is en het daardoor toch niet echt meer kan lukken. Zo nodig begint men “diepere” argumenten aan te halen, zoals “heeft dit alles wel nog zin”, “ik slaag er toch niet in, waarom dan nog nutteloze moeite doen”. Eigenlijk blijk ik ervoor “niet gemotiveerd” te zijn, anders zou het vanzelf lukken. “Moet ik echt de perfectie nastreven? Moet ik echt de illusie hebben dat ik beter ben dan de anderen? Is het leven zo al niet moeilijk genoeg?”

Soms stelt men het gewoon uit.

3. somatiseren

Soms wordt deze weerstand ondersteund door fysieke symptomen, die het moeilijk maken het vol te houden, en soms zelfs argumenten verschaffen om ermee te stoppen: concentratiestoornissen, vermoeidheid, hoofdpijn, hartkloppingen, buikpijn, slaperigheid, enz.

 In een complete cursus psychiatrie staan nog veel meer weerstanden besproken. Maar deze zijn in praktijk de belangrijkste.