6000-6999
Sites per thema:
psy0 algemeen
psy1 systemen
psy2 denken
psy3 brein
psy4 individu
psy50 diagnostiek
psy54 behandeling
psy6 optimaal
psy7 groepen
psy8 suboptimaal
psy9 optimaal

6840 Geweldloze Communicatie



(EEN INTEGRATIEVE BENADERING)


Pascale VELGHE



INHOUDSTAFEL

INLEIDING

 
DEEL 1: HET GEWELDLOZE COMMUNICATIEPROCES
 
HOOFDSTUK 1: WAARNEMEN

1.1.  Onderscheid tussen waarnemen en oordelen

1.2.  Andere valkuilen die waarnemen bemoeilijken

1.3.  Voorbeelden van waarnemingen met en zonder oordelen

HOOFDSTUK 2: VOELEN
            2.1. Vervreemding van onze gevoelens
            2.2. Quasi-gevoelens
            2.3. Woorden die werkelijke gevoelens weergeven
            2.4. Boosheid uiten volgens de principes van geweldloze communicatie
HOOFDSTUK 3: BEHOEFTEN
            3.1. Bewustzijn van behoeften
            3.2. Overzicht van de verschillende behoeften
HOOFDSTUK 4: VERZOEK
            4.1. Het belang van duidelijke taal
            4.2. Bewust een verzoek leren maken
            4.3. Nagaan of de ander jouw verzoek correct gehoord heeft
            4.4. Verschil tussen een verzoek en een eis
HOOFDSTUK 5: MEDEDOGEN
            5.1. Hoe kunnen we met mededogen ontvangen?
            5.2. Hoe kunnen we met mededogen luisteren?
            5.3. Een dankbaar hulpmiddel
            5.4. Blijven volharden

5.5. De kracht van mededogen

           
DEEL 2: FACTOREN DIE GEWELDLOZE COMMUNICATIE BEMOEILIJKEN
 
HOOFDSTUK 6: FACTOREN DIE MEDEDOGEN NIET MOGELIJK MAKEN
            6.1. Taalgebruik
            6.2. Zelf mededogen nodig hebben
            6.3. Innerlijke gewelddadigheid
HOOFDSTUK 7: HET NIET KUNNEN UITEN OF BENOEMEN VAN GEVOELENS
            7.1. Wanneer gevoelens niet kunnen benoemd worden    
            7.2. Focussen
                        7.2.1. Iemand helpen die hardop focust
                                   7.2.1.1 absoluut luisteren
                                   7.2.1.2. helpen bij het vinden van gevoelens
                        7.2.2. Terugkoppelen van de eigen gevoelens
                        7.2.3. Interacties van gevoelens
 
DEEL 3: PRAKTIJKVOORBEELD

ALGEMEEN BESLUIT
 
REFERENTIES
 
 
 
 
 
 
 
INLEIDING
 
Eénmaal ik in contact kwam met Geweldloze Communicatie, heeft deze manier van omgaan met de ander en mezelf me niet meer “losgelaten”. Ik was geraakt en dolenthousiast over deze nieuwe manier van communiceren. Maar ontdekte ook hoe weinig we dit toepassen en hoe strak onze oude patronen vastzitten.
Wanneer ik in mijn praktijk aan cliënten vraag welke aspecten ze graag hebben of waarbij ze zich goed voelen, dan blijf ik verwonderd over het feit hoe weinig mensen kunnen aangeven wat ze nodig hebben of wat ze werkelijk willen. Zeker omdat gefrustreerde behoeften zoveel pijn kunnen veroorzaken.
Samen leggen we een ontdekkingstocht af doorheen de waarnemingen, gevoelens, behoeften, verzoeken en vooral erkenning die iedereen nodig heeft. Dit geeft ook kort weer waar het bij Geweldloze Communicatie om draait.
Sinds ik Geweldloze Communicatie probeer toe te passen in mijn gezin, en zeker in relatie met mijn oudste zoon, is er meer ruimte en rust gecreëerd. Het is een echte uitdaging om vragen om te buigen in verzoeken en geen gecamoufleerde eisen te stellen. Om mededogen te hebben en dit niet enkel tegenover de ander maar ook tegenover mezelf. Om verwonderd te kunnen zijn bij de effecten die Geweldloze Communicatie heeft.
Mijn grootste zorg was vooral, dat ik dacht dat je met twee moest zijn, om deze methode te kunnen doen slagen. Niets is minder waar. Mensen worden overspoeld met warmte en begrip en gaan na een tijd ook anders in de relatie staan.
Natuurlijk is dit geen sluitend systeem die ervoor kan zorgen dat alle conflicten en relaties vlot verlopen. Vandaar ook deze integratieve benadering, die ik in dit werk naar voor wil brengen.
 
In het eerste deel staan we stil bij het proces van Geweldloze Communicatie. De vijf verschillende elementen worden uitvoerig besproken en ondersteund met praktijkvoorbeelden. In het tweede deel komen de factoren aan bod die Geweldloze Communicatie bemoeilijken en op welke wijze deze kunnen ondersteund worden met technieken, visies, methoden uit andere stromingen en denkwijzen. En in het laatste deel licht ik een tipje van de sluier op, van de manier waarop ik Geweldloze Communicatie integreer in mijn praktijk.
 
 
 

DEEL 1: Het Geweldloze Communicatieproces

 
Het proces van de Geweldloze Communicatie bestaat uit 2 verschillende onderdelen.
In het eerste onderdeel:

-         staan we stil bij de concrete situaties die we waarnemen en die ons welzijn beïnvloeden (waarneming)

-         gaan we na welke gevoelens deze situaties bij ons oproepen (gevoelens)

-         zoeken we naar de behoeften en verlangens die achter deze gevoelens liggen (behoeften)

-         uitten we een verzoek, gericht op wat we willen van de ander (verzoek)

-         doen we bovenstaande handelingen op een mededogende manier. (mededogen)

 

Het tweede onderdeel van het Geweldloze Communicatieproces bestaat erin dat we de bovenstaande 5 elementen nl.: waarneming, gevoelens, behoeften, verzoek en mededogen toepassen op de andere. We proberen in de communicatie op deze manier te achterhalen wat de ander waarneemt, voelt en nodig heeft en dit eveneens op een mededogende manier.
 
De 5 bovenvernoemde elementen uiten zich niet enkel in taal maar in een bewust waarnemen.
Hoe we dit kunnen doen, wordt beschreven in de volgende hoofdstukken.
 
Opmerking: de persoonsvorm in de voorbeelden wordt in de hij-vorm weergegeven. Deze staat voor de beide persoonsvormen maar om het lezen makkelijker te maken enkel maar in deze vorm genoteerd. Voorbeelden komen zowel vanuit de eigen praktijk, privé situaties als vanuit de verschillende geraadpleegde boeken. Deze zijn louter lucratief en gelden als voorbeeld, niet als norm. Geweldloze Communicatie zal als GC afgekort worden.
 
HOOFDSTUK 1: WAARNEMEN
 
1.1. Onderscheid tussen waarnemen en oordelen
 
“Je mag me gerust vertellen
Wat ik wel of niet deed
En ook wat je ervan vindt
Maar haal deze twee alsjeblieft niet door elkaar”
 
Met een strofe uit een gedicht van Marschall Rosenberg wordt de essentie van waarnemen teruggegeven. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen wat we waarnemen en welk oordeel we hierbij vormen. Dit wil echter niet zeggen dat we binnen de GC geen oordelen mogen vormen. Neen, het impliceert dat er een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen beiden wanneer we in communicatie treden met de ander.
 
Dit is echter geen eenvoudig gegeven. Reeds op jonge leeftijd leren we om verstandig en redelijk te zijn, om elke beslissing goed te analyseren en te beredeneren. Op deze manier zijn we gewoon om aspecten, personen in een bepaald vakje te stoppen. Het is als het ware een reflex om associaties te maken, enkel op basis van wat we zien.
Stel: Twee uur in de namiddag, op een gewone weekdag. Gesluierde vrouwen lopen over de straat met hun kleuters. En door ons hoofd flitst de gedachte: “Kijk, die doen niet eens de moeite om hun kinderen naar school te brengen, neen, Nederlands leren hoeft niet voor deze profiteurs”.  In dergelijke situaties staan we in de eerste plaats weinig stil bij mogelijke alternatieven. Deze vrouwen worden in een hokje van lui en onverantwoordelijk gestopt. Geen moment denken we eraan dat ze misschien buurtwerkers zijn, die andere vrouwen stimuleren om hun kinderen naar school te brengen, die altijd Nederlands praten, enz. Wanneer we verder kijken dan het uiterlijk vertoon, moeten we ons open stellen voor de binnenkant, de innerlijke schoonheid. Alleen is dit heel moeilijk, omdat dergelijke afwijkende situaties of personen vaak angst en wantrouwen oproepen.
 
1.2. Andere valkuilen die waarnemen bemoeilijken.
 
We hebben geleerd te functioneren vanuit gewoonten, denkpatronen, vooroordelen en uitgangspunten die bepalen hoe we naar de wereld kijken. Denk maar aan blonde mooie vrouwen die we moeilijk als intelligent beschouwen.
 
Van nature uit gaan we ook niet stilstaan bij de “grijze tinten” tussen zwart en wit. Iets is goed of fout, iemand heeft gelijk of ongelijk. Je bent dankbaar of niet. Hoewel je perfect dankbaar kan zijn naast het gegeven dat je kan zien dat er bepaalde aspecten fout gelopen zijn. Zo denk ik aan het patroon van de “brave meisjes” die geleerd hebben om dankbaar te zijn, voor wat hun ouders allemaal in hun geïnvesteerd hebben. Maar zichzelf geen ruimte laten om hun verdriet of kwaadheid te uiten, uit schrik hun ouders teleur te stellen. Ook al zijn deze dames ondertussen volwassen en staan ze op eigen benen.
 
Een andere valkuil hierbij is: of we zorgen voor onszelf, of voor de ander. Alsof beiden niet mogelijk is, alleen worden we zo niet opgevoed. Het beeld van de “goede moeder” gaat vaak gepaard met een vrouw die alles opoffert voor man en kinderen. Die altijd klaar staat en het perfecte huishouden kan runnen. Het vergt moeite om een goede moeder te zien, in de vrouw die ook tijd besteed aan haar hobby’s, zonder kinderen en manlief.
 
Geweldloze Communicatie laat ons stil staan bij deze (on)bewuste patronen. Het leert ons, om binnen de relatie met anderen, oordeelloos te waarnemen of hier alert voor te zijn.
 
1.3. Voorbeelden van waarnemingen met en zonder oordelen.
 
Hieronder volgen een aantal voorbeelden die waarnemingen weergeven met en zonder een oordeel.
 
Oordeel                                                         Waarneming
 
Jij bent altijd te laat                                          Deze week ben je 3 keer te laat gekomen.
Je eet ongezond                                               Als je te onregelmatig en geen groenten eet, dan ben ik bang
dat je gezondheid eronder zal lijden
Jij wil altijd je zin                                              De laatste 3 keer dat ik voorstelde om naar zee te gaan, zei je
dat je geen zin had.
Het was niet gezellig gisterenavond                     Toen ik gisteren met je sprak, heb je geen enkele vraag
beantwoord.
Henk is agressief                                               Henk sloeg zijn zus toen zij de radio op een andere zender
afstemde
 
 
HOOFDSTUK 2: GEVOELENS
 
2.1. Vervreemding van onze gevoelens
 
Stilstaan bij onze gevoelens en deze ook delen, is al helemaal geen evidentie in onze huidige koude, afstandelijke maatschappij. Toch wordt ons dagelijks de vraag gesteld hoe het met ons gaat, alleen verwacht de ander wel dat je deze positief vraag bekrachtigd. Het is een beleefdheidsvorm, geen vraag naar onze echte beleving. Vaak zie je dan ook de verontwaardiging of verwondering als we hierop oprecht antwoorden en onze gevoelens delen.
 
Eén van de meest gekende clichés en voorbeelden van onze vervreemding tegenover gevoelens vinden we terug in onze opvoeding. “Jongens huilen niet”, “Je moet sterk zijn en je boven je gevoelens zetten” zijn vaak gehoorde opmerkingen, die deze vervreemding alleen nog maar bekrachtigen. Zo wordt het inderdaad moeilijk voor jongens om hun verdriet te uiten, of om te leren stilstaan bij hun gevoelens, zonder hierbij een schuldgevoel te ontwikkelen of zichzelf zwak te vinden.  
 
Een ander aspect wat ons vervreemd om onze gevoelens te delen is de kwetsbaarheid die dit met zich meebrengt. En dit zeker op de werkvloer, omdat “bazen” zich zeker niet kwetsbaar kunnen opstellen, en gevoelens uiten op het werk niet getuigd van “professioneel” zijn. En zo moeten we opnieuw vaststellen hoe dominerend onze oordelen, waarden en normen ons denken maar vooral ons voelen bepalen.
 
2.2 Quasi-gevoelens
 
Vaak vertalen we gevoelens in een mening. Zo is een veel gemaakte verwarring: “Ik heb het gevoel dat” geen uiting van een gevoel maar een weergave van een mening. In GC wordt er een onderscheid gemaakt tussen woorden die werkelijke gevoelens weergeven en woorden die beschrijven wat we denken te zijn. Woorden die beschrijven wat we denken te zijn, worden in de GC omschreven als quasi-gevoelens.
 
Dit laatste gebeurd wanneer de woorden “voelen” of “het gevoel hebben” gevolgd worden door:

-         dat, als en alsof

-         voornaamwoorden: ik, jij, hij,zij, ze, het

-         namen of zelfstandige naamwoorden die naar een persoon verwijzen

 
Voorbeeld: “ik voel mij niet begrepen” geeft mijn inschatting weer van de mate waarin ik denk dat de ander mij begrijpt. Niet hoe ik me hierbij werkelijk voel. Dit omgezet in GC geeft het volgende resultaat: “Ik voel mij verdrietig en angstig als ik geen antwoord krijg op deze vraag”.
Een ander voorbeeld: “ik heb het gevoel dat jij me niet graag ziet”: geeft eveneens niet weer hoe we ons voelen maar geeft de interpretatie weer van hoe we denken dat de ander over ons denkt: nl dat hij of zij ons niet graag ziet.
 
Hieronder volgt een lijst van woorden die tot de quasi-gevoelens behoren.
Bij deze woorden passen:

-         ik heb het idee dat

-         ik vind dat

-         ik denk dat

 
aangemoedigd                                     geweldig                                      opgesloten
aangetast                                             gewantrouwd                                      optimistisch
aangevallen                                          heerlijk                                            overheerst
aarzelend                                             haatdragend                                        overwerkt
afgemat                                               hulpeloos                                             sceptisch
afgescheiden                                        hoopvol                                               schuldig
afgewezen                                           intens                                           sereen
alert                                                    in ’t nauw gedreven                             stralend
avontuurlijk                                         in de steek gelaten                               teleurgesteld
bedreigd                                              ingelijfd                                              teneergeslagen
bedrogen                                             jaloers                                                toegenegen
behulpzaam                                         knorrig                                         veilig
bekommerd                                         liefdevol                                              verdoofd
beschaamd                                          lyrisch                                                vereerd
betrokken                                           misbruikt                                             verfrist
bezorgd                                               mishandeld                                         verkeerd begrepen
bitter                                                   mistroostig                                        verlangend
ellendig                                                narrig                                                vermoeid
enthousiast                                          neerbuigend behandeld                         vernederd
geanimeerd                                          netelig                                               verontrust
geboeid                                               niet gehoord                                       verontwaardigd
gebruikt                                               niet gesteund                                     verraden
gecharmeerd                                       niet gewaardeerd                                  verschrikkelijk
gedeprimeerd                                      niet gewenst                                        verslagen
gehinderd                                            niet gezien                                          versterkt
geïnspireerd                                         niet serieus genomen                            vertrouwd
geïnteresseerd                                     onbekommerd                                    verveeld
geïntimideerd                                       onbezorgd                                           vervelend
gekweld                                              onder druk gezet                                  vervreemd
gekwetst                                             onderbroken                                       verwaarloosd
gemanipuleerd                                      onderdrukt                                          verwachtingsvol
gemeen                                               ongerust                                              wantrouwig
gestimuleerd                                        ontgoocheld                                         vrij
getergd                                               op mijn nummer gezet                          zelfverzekerd
getiranniseerd                                      opgelaten                                            zorgeloos
                                                                                                         
2.3. Woorden die werkelijke gevoelens weergeven
 
Onderstaande woorden helpen ons, om onze gevoelens weer te geven. Deze lijst is een hulpmiddel om tot een verfijning van onze gevoelens te komen. Maar tevens om onze woordenschat uit te breiden.
 
ademloos                                            gespannen                                           paniekerig
angstig                                                 gevoelig                                               slaperig
bang                                                    glorieus                                               smartelijk
bedroefd                                             jolig                                                     somber
bedrukt                                               kalm                                                    sprankelend
behaaglijk                                            levendig                                               stil
beverig                                                koel                                                    teder   
bevreesd                                            koud                                                   tevreden
bevredigd                                            kwaad                                                 treurig
bezield                                                machteloos                                          triest
blij                                                      melancholiek                                       trots
boos                                                   miserabel                                             uitgelaten
bruisend                                              moe                                                    uitgeput
chagrijnig                                             moedeloos                                          verbaasd
dankbaar                                             nieuwsgierig                                         verbijsterd
dolblij                                                  nerveus                                               verbluft
doodsbang                                           onbehaaglijk                                        verdrietig
eenzaam                                              ongeduldig                                           verrukt
energiek                                              opgelucht                                            vurig
erkentelijk                                           ongelukkig                                           vervuld
extatisch                                              ongemakkelijk                                      verward
futloos                                                 onrustig                                               verwonderd
geamuseerd                                         onstuimig                                             voldaan
geagiteerd                                           onthutst                                               vredig
gefrustreerd                                         ontroerd                                              vreugdevol
geïntrigeerd                                         ontspannen                                          warm
geïrriteerd                                            ontsteld                                               wanhopig
gekwetst                                             ontzet                                                  weemoedig
gelukkig                                              onzeker                                               zelfvoldaan
gelukzalig                                            opgetogen                                        zacht
geprikkeld                                           opgewekt                                            zachtmoedig
geraakt                                              overstuur                                             zalig
geschokt                                             overweldigd                                         zenuwachtig
geschrokken                                        perplex
 
Concrete toepassingen:
“ik ben verdrietig omdat je weggaat”
“ ik word bang als je zoiets zegt”
“ ik ben blij dat je kunt komen”
 
2.4. Boosheid uiten volgens de principes van de GC
 
Rosenberg stelt dat, wanneer we het uiten van boosheid onder de loep nemen en dit toepassen volgens het proces van de GC, er een scherp onderscheid naar voor komt in vergelijking met andere communicatievormen. Met andere communicatievormen wordt hier bedoeld de manier waarop we vaak gewoon zijn om boosheid te uiten: o.a. verwijten, schelden, fysiek geweld,…
 
Boosheid uiten volgens het proces van GC bestaat uit verschillende stappen:

-         we maken een onderscheid tussen de aanleiding en de oorzaak: zo stellen we de ander op geen enkel moment verantwoordelijk voor onze boosheid. We denken niet langer dat de ander of diens handelen de oorzaak is van onze boosheid. Op deze manier kunnen we ook niet meer denken in termen van “Ik ben boos omdat hij dat gedaan heeft”. Hooguit kunnen we het handelen van de ander als aanleiding van onze boosheid zien, niet als oorzaak.

We gebruiken schuldgevoel niet langer als een tactisch middel: “Als je geen goede punten haalt op school, maak je me heel erg verdrietig”. Met andere woorden: we zeggen niet langer dat de ander ons boos maakt omdat hij niet doet wat we gevraagd hebben. (zie ook verschil tussen een verzoek en een eis: 4.4) Zo wordt onze taal niet langer gebruikt om onszelf wijs te maken dat onze gevoelens het resultaat zijn van wat de ander doet. Dit is dan ook de allereerste stap: ons realiseren dat wat andere mensen doen, nooit de oorzaak is van hoe wij ons voelen.

-         boosheid ontstaat vanuit ons denken en onze gefrustreerde behoeften, ook al is dit niet altijd een bewust proces. Onze eigen behoefte is de oorzaak van ons gevoel. (zie verder het voorbeeld van de persoon die te laat komt 3.1)

Elke boosheid heeft als oorzaak een gefrustreerde behoefte. Boosheid kunnen we gebruiken als signaal om ons te realiseren dat er behoeften zijn die we niet invullen. We vervangen dan de gedachte “Ik ben boos omdat hij dat gedaan heeft” door “Ik ben boos omdat ik behoefte heb aan…”

 
 
HOOFDSTUK 3: BEHOEFTEN 
 
3.1. Bewustzijn van behoeften
 
Zoals reeds gesteld leer je door Geweldloze Communicatie inzien dat wat mensen doen, vaak voorkomt uit niet-verwezenlijkte behoeften. Bewust worden van de eigen behoeften is dan ook cruciaal in dit proces, maar tevens nog moeilijker dan het erkennen van onze gevoelens.
 
Er zijn verschillende redenen waarom dit zo moeilijk is:

-         we leren meer stilstaan bij de behoeften van de ander, dan bij  onze eigen behoeften. Als de ander niet gelukkig is, voelen we ons verantwoordelijk en gedwongen om hier iets aan te doen. Zo komt het dat we een relatie als een last kunnen zien: “ik moet de andere gelukkig maken”

-         kinderen functioneren vaak op de goedkeuring van hun ouders: “Ben ik flink, dan zien papa en mama me graag”. Zo leren kinderen, op heel jonge leeftijd, vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel hun gedrag te veranderen, om zo aan de wensen van hun ouders te voldoen. Zo kunnen ouders het schuldgevoel van hun kind stimuleren, door voorbeeld te stellen dat hun kind hun enorm veel verdriet doet, als het niet doen wat ze vragen. Denk maar aan het zinnetje: “Je doet me verdriet als je niet je best doet op school”. Zo voelt het kind zich verantwoordelijk voor het gevoel van de ander

-         aandacht voor jezelf hebben, dingen doen die je nodig hebt, worden vaak gekoppeld aan egoïsme. Denk hierbij aan de betekenis van iemand die “behoeftig” is. Doorgaans wordt hier een negatieve connotatie aan gekoppeld.

-         vaak zijn onze diepste behoeften verdrongen naar ons onderbewuste en hebben we nooit geleerd om deze om te zetten in taal

-         het is moeilijk om te ontdekken en te onderkennen wat de grondslag van onze gevoelens zijn, dus om na te gaan welke behoefte er schuilt achter onze gevoelens

 
Stilstaan bij onze behoeften:

-         leert ons keuzes te maken die belangrijk zijn voor onszelf, want als we onze behoeften niet serieus nemen dan zullen andere personen dit ook niet doen

-         geeft ons de mogelijkheid om onze behoeften concreet te leren omschrijven waardoor deze makkelijker kunnen verteld worden aan onze omgeving. En dit op een niet kwetsende manier.

-         zorgt ervoor dat we duidelijk kunnen stellen wat we nodig hebben, op een manier die evenzeer rekening houdt met de behoeften van de anderen.

-         op deze manier zien we onze gevoelens als een gevolg van onze eigen opstelling, eigen keuze ten aanzien wat anderen zeggen en wat ze doen. Zo accepteren we onze eigen verantwoordelijkheid voor wat we doen en voor de gevoelens die deze teweeg brengen.

-         dit laatste impliceert dat we bij het krijgen van een negatieve boodschap, de schuld niet bij onszelf, nog bij de andere leggen maar dat we stilstaan bij onze eigen gevoelens en behoeften, en ons tevens bewust worden van de behoeften en gevoelens van de ander.

 
 
Voorbeeld:
Eén bepaalde situatie zal op verschillende manier kunnen ingevuld worden, afhankelijk van onze eigen behoeften. Wanneer iemand te laat komt bij een concert, dan kunnen we ons gefrustreerd voelen, omdat we graag een plaatsje dicht bij het podium hadden bemachtigd. In dezelfde situatie, op een ander moment, voelen we ons behaaglijk voor de extra tijd die wij gekregen hebben, als we behoefte hebben aan rust. Het te laat komen van de ander, en het gevoel dat hierbij opgeroepen wordt, is gekoppeld aan een of meerdere onderliggende behoefte(n).
 
Hoe beter we in staat zijn om ons te verbinden met onze behoeften, hoe makkelijker voor de ander het is om hier vanuit mededogen op te reageren. De andere persoon kan dan ook beter begrijpen waarom we ons op een bepaalde manier voelen. Zo wordt “Ben je nu weeral te laat” vertaald in “Ik voel me geïrriteerd omdat je later bent dan afgesproken omdat ik graag een plaats dicht bij het podium had bemachtigd”. Op deze manier wordt op geen enkel moment afbreuk gedaan aan de eventuele pogingen die de ander ondernomen heeft om op tijd te komen. We geven enkel iets terug van onszelf. De kans is groot dat de persoon die te laat is,  zich niet aangevallen voelt, maar begrip heeft voor de behoefte van de ander. Dit naast het gegeven dat hij effectief alles gedaan heeft om op tijd te komen.
 
3.2. Overzicht van de verschillende behoeften.
 
Er worden geen hiërarchische waarden gegeven aan de verschillende behoeften, zoals Maslow dit bij zijn behoeftenpiramide deed.
 
Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen behoeften en verlangens, zoals wel gebeurd in de integratieve psychologie (zie 4550: Behoeften en verlangens, website AIP)
 
Rosenberg geeft binnen het model van de GC de volgende behoeften weer:
 
Eigenheid                                                         Vervolg Fysiek
            authenticiteit                                                    lucht
            autonomie                                                       ruimte
            creativiteit                                                       rust
            integriteit                                                         water
            zelfexpressie                                                    seksuele expressie
                                                                                  voedsel
Emotioneel
            acceptatie                                           Spel
            bijdragen                                                         humor
            delen                                                               plezier
            erkenning                                                        spelen
            geruststelling
            mededogen                                         Spirituele verbondenheid
            nabijheid                                                         beschouwing
            ondersteuning                                                  betekenis        
            respect                                                            eenheid
            tederheid                                                         harmonie
            veiligheid                                                         heelheid
            verbinding                                                       helderheid
            vertrouwen                                                      inspiratie
            warmte                                                leren/ groeien
            zekerheid                                                        ordening
            zorg                                                                schoonheid
                                                                                  vervulling
Fysiek                                                                        (innerlijke) vrede
            aanraking
            bescherming                                        Vieren
            beschutting                                                      vieren van het leven
            beweging                                                        vieren van verlies (rouw)
            licht
 
Deze lijst is niet volledig, er kunnen nog andere behoeften bij genoteerd worden.
 
HOOFDSTUK 4: VERZOEK
 
4.1. Het belang van duidelijke taal
 
Wanneer blijkt dat we zelf onze behoeften niet kunnen bevredigen, kunnen we een verzoek doen aan de ander.
Enkele richtlijnen:

-         gebruik bevestigende actietaal: maak duidelijk wat je wilt, niet wat je niet wilt. Als we brengen wat we niet willen is het alsnog niet duidelijk voor de ander wat de vraag is.

-         Gebruik concrete actietaal in plaats van vage, abstracte of onduidelijke bewoordingen. Zo is het voor de ander duidelijk wat hij wel of niet kan doen.

-         Hoe duidelijker we zijn over wat we willen, hoe meer kans we hebben dat er aan onze behoefte wordt voldaan.

 
Zo is het voor het kind heel moeilijk te ontdekken hoe hij aan de behoefte van de ouder kan voldoen als deze op de volgende manier geformuleerd wordt: “Het enige wat ik wil, is dat je jouw verantwoordelijkheid opneemt”. Wat wordt er verstaan onder verantwoordelijkheid opnemen? En wat is verantwoordelijkheid voor het kind, en wat voor de ouder? Wanneer er dieper op dit voorbeeld wordt ingegaan, komen we vaak tot de conclusie dat de ouder wilt dat het kind doet wat van hem gevraagd wordt. Dus eigenlijk dat het kind luistert naar de ouder. Vaak heeft dit zelfs niets meer met verantwoordelijkheid opnemen te maken.
 
Andere voorbeelden van vaag taalgebruik zijn onder andere: “Ik wil me vrij voelen, ik wil kunnen genieten, ik wil mezelf kunnen zijn, ik wil dat de ander van me houdt”, enz. Wanneer het voor ons zelf niet duidelijk is wat we bedoelen met zich vrij voelen, kunnen genieten, zichzelf kunnen zijn, enz., kunnen we dit ook niet formuleren in een verzoek, wat nog meer frustraties oplevert en zelfs tot een depressie kan leiden.
 
4.2. Bewust een verzoek leren maken
 
Belangrijk is dat we bewust een verzoek leren doen. Soms uiten we alleen onze gevoelens, en gaan we ervan uit dat de ander dan weet wat hem van hem verwacht wordt. Vb iemand in jouw gezelschap zegt dat hij dorst heeft, zonder meer. Maar eigenlijk gaat die ervan uit dat jij dan ervoor zorgt dat die persoon drinken krijgt. Liefst ook nog dat drankje waar de ander nu net zin naar heeft. Het is dus belangrijk om beiden te doen. Vb “Ik heb dorst, zou jij een Cola voor mij willen halen?” Bovenstaand voorbeeld is vrij eenvoudig in te vullen, moeilijker wordt het als het gaat om vb emotionele behoeften. (zie voorbeeld hiervoor betreffende verantwoordelijkheid)
 
Onze opvoeding speelt hierbij een belangrijke rol. Als je als kind nooit geleerd hebt om vragen te stellen en jouw ouders hierin geen voorbeeld stelden, wordt dit nog meer bemoeilijkt. Denk maar aan de vader die aan tafel zijn drinkbeker omhoog houdt, en de moeder die recht springt om hem te vullen, zonder dat er ook maar één woord gezegd is.
Bewust een verzoek doen, kan ook toegepast worden wanneer we willen weten welke gevoelens onze vraag bij de ander heeft opgeroepen of wat hij hierover denkt. Als we niet duidelijk aangeven waarover we een antwoord willen krijgen, dan gebeurd het vaak dat de ander een volledig verhaal brengt, zonder het antwoord wat we willen horen. Deze persoon kan dan onze verontwaardiging niet plaatsen, wanneer wij aangeven dat hij geen antwoord geeft. Hij heeft toch net geantwoord?
Dit laatste is zeker essentieel bij onderhandelingen of gesprekken in een groep. Op deze manier wordt er veel minder makkelijker afgeweken van het onderwerp en worden eindeloze en vaak zinloze discussies vermeden.
 
4.3. Nagaan of de ander jouw verzoek correct gehoord heeft
 
Ook al gebuik we duidelijke en concrete actietaal, toch bestaat de kans dat de ander onze boodschap anders interpreteert. Om zeker te zijn, dat onze boodschap overkomt, zoals wij dit bedoelen, is het goed om aan de ander te vragen wat hij gehoord heeft. Dit zeker als het om moeilijk bespreekbare aspecten of problemen gaat. We vragen dan de ander, om in eigen woorden weer te geven, wat we gezegd hebt. Dit om alle misverstanden te vermijden.
 
Soms kan dit artificieel overkomen, zeker in het beginstadium waarin we dit toepassen. Toch is het efficiënt. Denk aan een gesprek waarin je heel veel moeite doet om iets gevoeligs aan te brengen. Hierbij bevestig je de persoon op verschillende manier, maar stel je ook een concrete vraag dat betrekking heeft tot het veranderen van een gewoonte. Op het einde van het gesprek gebeurd het vaak dat de ander enkel onthoudt, wat hij moet veranderen. En meestal nog met een eigen interpretatie. Terwijl de positieve bekrachtigingen van de andere aspecten verloren gaan in het verzoek. Wanneer we dan vragen om de boodschap te vertalen, kunnen we deze situatie op een meer correcte manier naar voor brengen en dit binnen de context zoals oorspronkelijk was aangebracht.
 
4.4. Verschil tussen een verzoek en een eis
 
Wanneer we ervan uitgaan dat de ander onze vraag beantwoord zoals wij dit willen of dat er een sanctie aan de weigering is verbonden dan is onze vraag een eis. Wanneer de ander hier geen vrij antwoord kan op geven, uit schrik dat er een sanctie volgt is de kans heel groot dat hij ofwel zich “onderwerpt” of “rebelleert”. In beide gevallen is er geen sprake van vrijheid en heeft de ander minder kans om mededogend te reageren.
 
Hoe kunnen we een eis van een verzoek onderscheiden? Door te kijken hoe de spreker reageert als niet aan het verzoek voldaan wordt. Denk maar aan een vriendin die vraagt of je geen zin hebt om mee te gaan naar de cinema omdat ze zich eenzaam voelt. Wanneer wij deze vraag beantwoorden met een afwijzing, om welke reden dan ook, en de vriendin reageert hierop met een veroordeling of kritiek, dan was haar verzoek een eis, geen vraag. Stel echter dat zij begrip heeft voor deze afwijzing, vb: “Ik kan heel goed begrijpen dat je te moe bent deze avond”, dan was haar vraag effectief een verzoek. Wanneer we achter onze vraag stellen dat we alleen willen dat de ander instemt als hij dit echt wilt, geven we eveneens aan dat onze vraag een verzoek is.
 
Heel belangrijk bij dit gegeven is het feit dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de weigering van de ander, maar wel dat we ons kunnen inleven in de reden achter het negatieve antwoord alvorens we eventueel verder aandringen. Als we heel eerlijk zijn, zijn de meeste vragen die we stellen eisen. Dit patroon kan doorbroken worden als we op voorhand al rekening leren houden met het niet invullen van ons verzoek. Op deze manier ontdekken we ook welke verwachtingen we onbewust aan verzoeken koppelen. En met welk doel we verzoeken doen.
 
Toch zal het gebeuren dat mensen blijven eisen horen in plaats van verzoeken. Zeker tegenover “machtsposities” zoals ouders, leerkrachten, bazen, enz. Stel: je bent werknemer en gaat ervan uit dat je een extra verlofdag verdient. Met deze gedachte in je hoofd, ga je bij je baas een extra snipperdag vragen. Maar deze wordt jou geweigerd. Je reageert teleurgesteld. Dan weet je dat jouw vraag geen verzoek was, maar wel degelijk een eis. Je kan om verschillende redenen teleurgesteld zijn. Ten eerste,omdat jouw baas je geen erkenning gegeven heeft, over de geleverde prestaties en ten tweede omdat je graag een uitstap had gedaan op de bewuste dag. Waneer er sprake is van de eerste situatie heeft de baas niet mededogend gereageerd. Maar dan ontdek je, dat er achter de vraag van een extra snipperdag, ook de behoefte van erkenning lag. Je kan dan geïrriteerd zijn om het niet krijgen van de extra snipperdag, terwijl het helemaal niet meer over die snipperdag gaat. Wanneer jouw baas echter wel erkenning zou getoond hebben voor jouw inzet, en jou ook uitgelegd heeft waarom het nu echt niet kan, dan zal de irritatie of teleurstelling waarschijnlijk veel kleiner zijn dan in de eerste situatie.
 
Met dit voorbeeld wordt nog maar eens de kracht van GC aangetoond. Het doel van GC is niet mensen en hun gedrag veranderen om onze zin te krijgen, maar een relatie opbouwen die gebaseerd is op openheid en mededogen om op deze manier ieders behoeften te kunnen vervullen.

 

HOOFDSTUK 5: MEDEDOGEN

(zie ook Empathie )
           
5.1. Hoe kunnen we met mededogen ontvangen?
 
De vier bovenstaande elementen geven de essentie van GC weer. Deze elementen kunnen we ook toepassen op hoe we luisteren naar wat de ander waarneemt, voelt, nodig heeft en verzoekt. Op deze manier ontvangen we met mededogen.
 
Om dit te kunnen doen moeten we ons eerst “leeg” maken om niet vanuit eigen reactiepatronen op de ander te reageren. Het is een respectvol inleven in wat de ander ervaart.
Dit is geen evidente opdracht! Hoe vaak gebeurd het niet dat we als reactie op een gevoelig verhaal met advies, raad, troost, geruststelling, enz komen. Ik herinner me nog heel goed één van de eerste lessen in het tweede jaar van mijn opleiding. Een man bracht een gevoelig verhaal over zijn moeder, waarbij hij redelijk emotioneel werd. Mijn eerste reactie was de man troosten, hoewel hij dit helemaal niet gevraagd had. Dit, op dat moment ook niet wou. Het was mijn eigen behoefte aan troost die werd aangesproken. Mijn inleving in de situatie kwam neer op een vertaling van mijn eigen noden in een gelijklopende situatie. Niet wat de ander wou. Dit realiseren was een echte confrontatie. Maar ook een bevrijding, want hoe hoog leggen we bij onszelf de lat niet als iemand emotioneel wordt. We willen ons in duizend bochten wringen om de ander te “helpen” terwijl hij alleen maar nood heeft aan mededogen.
 
Wat doen we dus beter niet? (Humprey)
Adviseren of met andere woorden raad geven vb “Heb je dit middeltje al eens geprobeerd?”
Overtreffen: “Goh, ik heb nog veel erger meegemaakt”
Beleren: “Ik zou dit zeker eens proberen, daar zal je veel aan hebben”
Troosten: “Het is allemaal zo erg niet, je kan er niets aan doen”
Met je eigen verhaal komen: “Ja, ik heb ook iemand verloren…”
Afbreken: “Je moet je daar overheen stellen, …”
Meeleven: “Dat is echt heel jammer voor jou”
Ondervragen: “Hoe bedoel je?”
Uitleg geven: “Ik had het zo druk, ik wou je zeker nog iets laten weten”
Corrigeren: “Neen, het was anders”
Ik heb de volledige lijst overgenomen om te illustreren hoe vaak we wel met bovenstaande reacties reageren en ook om duidelijk te maken waar mededogen niet om draait.
 
Rosenberg geeft aan dat dit vooral een moeilijke opdracht is voor hulpverleners en psychotherapeuten en dit klopt ook. We worden geschoold om een zo breed mogelijk zicht te krijgen op een situatie.Niet zo lang geleden was er een mama op consult die een zoontje met ADHD heeft. Eén van de eerste aspecten die ze aanhaalde was het feit dat ze kotsmisselijk werd van alle goede raad die ze over zich heen kreeg wanneer ze haar verhaal over haar zoon bracht. Ze had nood aan delen, vooral die gevoelens en gedachten waarvoor ze zich schaamde, maar niet langer alleen kon dragen.
 
Het is dan ook een moeilijke grens tussen medeleven, waarbij je met de ander zijn gevoelens meeleeft en mededogen.
 
5.2. Hoe kunnen we met mededogen luisteren?
 
Met mededogen luisteren omvat de volgende aspecten. Hierbij luisteren we naar de waarnemingen, gevoelens en behoeften van de ander en wat ze nodig hebben, ongeacht de manier waarop ze zich uitdrukken. Ook al zeggen mensen wat ze van ons denken, probeer te achterhalen of te horen wat ze nodig hebben.
Voorbeeld: je partner zegt dat je niet luistert naar hem. Hij verteld dus iets over ons, maar wat heeft hij nodig? Wanneer we met deze vraag in onze gedachte antwoorden, zullen we een totaal andere reactie geven dan dat we horen dat de ander vindt dat we niet luisteren. Vaak zullen we proberen het tegendeel te bewijzen en voorbeelden aanhalen waarbij we aantonen dat we wel luisteren. Terwijl het net dat is wat de ander niet wil horen. Eigenlijk geeft hij aan dat hij verdrietig is omdat zijn behoefte om gehoord te worden niet vervuld wordt. Als je zo naar deze situatie kijkt, ga je ook geen slachtofferrol opnemen. Het gaat over de ander, niet over onszelf.
Op deze manier luisteren naar iemand vergt, zeker in een beginfase veel concentratie. Zolang het geen automatisme is, is het inderdaad een hele opdracht om opmerkingen te analyseren in de waarneming, het gevoel, de behoefte en het verzoek van de andere.
 
5.3. Een dankbaar hulpmiddel
 
Een dankbaar hulpmiddel is parafraseren (zie ook Basale interventies ) . Hierbij geef je in eigen woorden weer wat je gehoord hebt. Als we de boodschap correct hebben ontvangen dan zal de persoon onze parafrase bevestigen. Indien niet, dan creëert dit de ruimte en tijd voor de andere persoon om de boodschap te verfijnen. Dit gebeurt meestal door bijkomende vragen te stellen over

-         wat de ander waarneemt

-         hoe de ander zich voelt en de behoeften die achter deze behoeften liggen

-         wat de ander verzoekt.

 
De vragen worden op deze manier gesteld dat we bewust zijn van wat in de andere persoon omgaat maar waarbij we de ruimte laten om de boodschap volledig over te brengen zoals de persoon dit zelf wilt.
We passen dit toe op het voorbeeld waarbij onze partner zegt dat we niet naar hem luisteren.

-         waarneming: “Reageer je op het feit dat ik niet onmiddellijk geantwoord heb op je vraag?”

-         Voelen en behoeften: “Ben je boos en geïrriteerd omdat jouw moeite om dit gesprek aan te knopen niet erkent werd?”

-         Verzoek: “Wil je dat ik jou zeg hoe ik me bij jouw vraag voel?”

Op deze manier kan onze partner uitzuiveren waarover het gaat maar krijgen wij ook een correcter beeld, zonder zelf de boodschap in te vullen.
 
Om veiligheid te creëren kunnen we hierbij onze eigen emoties naar voor brengen. We zouden kunnen antwoorden dat we ons gefrustreerd voelen omdat we niet precies weten wat de ander bedoeld. En daarbij aansluitend vragen of hij dit ons wil duidelijk maken.
Bovenstaande conversatie kan nogal omslachtig lijken, daarom is het ook goed om enkel te parafraseren wanneer we er niet zeker van zijn dat we de boodschap goed begrepen hebben of als we bevestiging willen krijgen dat we de boodschap net wel goed begrepen hebben.
De toon waarop we dit doen is ook belangrijk. Mensen zijn heel gevoelig voor sarcasme en kritiek als ze hun eigen woorden terug horen. Plus het gegeven dat mensen dit meestal niet gewoon zijn, en ze op deze manier het gevoel kunnen krijgen belachelijk gemaakt te worden. Wanneer er de mogelijkheid is, kan je ook meegeven dat je op deze manier converseert, net omdat je wilt dat je de ander goed begrijpt. Indien dit niet mogelijk is, is het belangrijk om mededogend te blijven reageren. Ook al geeft de ander kritiek, of denkt hij dat je hem belachelijk maakt. Probeer dan de verschillende elementen van GC in je hoofd te overlopen.
 
5.4 Blijven volharden
 
Het wordt nu echt wel duidelijk dat mededogend ontvangen en reageren niet gemakkelijk is. Maar volharden is de boodschap, blijf proberen totdat je de boodschap verfijnd en duidelijk ontvangen hebt.
Wanneer er te vlug overgegaan wordt naar het verzoek die iemand heeft, of onze eigen behoeften dan wordt de stroom onderbroken en voelt de ander zich niet langer beluisterd.
Hierbij lopen we ook de kans dat er een heel verhaal niet tot uiting komt.
Dit doet me herinneren aan een oefening die we tijdens een opleidingsweekend gedaan hebben. De opdracht was om te praten, zonder dat de anderen vragen stelden, zonder onderbrekingen. Tot op het moment dat we zelf aangaven dat we alles verteld hadden wat we zelf kwijt wilden. Het was opmerkelijk hoeveel deelnemers er achteraf toegaven dat ze veel meer verteld hadden dan voorzien. En ook verwonderd waren over de inhoud van de verhalen, dat ze niet beseften dat er zoveel meer achter dat ene aspect zat. Dit om aan te tonen dat het inderdaad een geschenk is om volledig je verhaal te kunnen uiten. Alvorens de aandacht op een volgend aspect te leggen. De andere aspecten zijn zeker niet minder belangrijk, alleen kan er op een meer gerichte manier gereageerd worden.
 
Hoe kunnen we weten als de ander voldoende mededogen ontvangen heeft? Vaak reageert de ander opgelucht, geeft die dat meestal ook zelf aan, dat het “deugd” doet om gehoord te worden of om zijn verhaal te kunnen doen. Of de persoon valt stil.
 
5.5 De kracht van mededogen
 
Naarmate het ons lukt om mededogend te zijn naar de ander, hoe meer we in de mogelijkheid zijn om ons te kunnen inleven in de ander. We leren onze eigen diepste gevoelens en behoeften uiten wat onlosmakelijk verbonden is met het verwerven van zelfvertrouwen. Waardoor het uiten van onze eigen gevoelens en behoeften, maar zeker het kunnen openstaan voor de andere persoon zijn gevoelens en behoeften, geen bedreiging meer betekent.
 
Mededogen kan ook gebruikt worden om gevaarlijke situaties te voorkomen. Door ons echt te kunnen openstellen voor de ander kunnen we geweld voorkomen. Zeker als we met personen in contact komen die geweld als een norm zien. Een belangrijke tip die Rosenberg hierbij aangeeft is om boosheid te beantwoorden met mededogen in plaats van met “maar”. Wanneer iemand boos is en we geven een antwoord met als eerste woord maar, dan staan we inderdaad niet open voor de ander maar proberen we ons te verdedigen of te verrechtvaardigen. 
Wanneer we luisteren naar de gevoelens en de behoeften van mensen zien we hun ook niet langer als monsters. Zeker als iemand geweld gebruikt naar ons. Hoe moeilijk dit ook is in een dergelijke situatie. Je komt terug in contact met de mens achter de dader.
 
Mededogen kan er ook voor zorgen om lavenloze gesprekken een diepere inhoud te geven. Als we openlijk onze behoeften aan wezenlijk contact kunnen kenbaar maken en vragen aan welke voorwaarden het best voldaan zijn, is de kans zeer groot dat er een dieper contact zal ontstaan.
 
Algemeen kunnen we stellen dat met mededogen reageren veel voordelen biedt:

-         we leren ons kwetsbaar opstellen en geweld voorkomen

-         het kan ons helpen om een “neen” niet te horen als een afwijzing

-         we leren op een andere manier naar boosheid kijken

-         we kunnen de behoeften en gevoelens van iemand stilzwijgen doorzien waardoor ook het stilzwijgen kan doorbroken worden.

-         Veel psychisch leed kan verholpen worden wanneer er mededogend gereageerd wordt. (zonder raadgevingen, adviezen, troost, enz)

 
Er zijn ook situaties waarbij het onmogelijk of zeer moeilijk is om mededogend te reageren op de ander. Deze worden in deel 2 besproken.
 
 

DEEL 2: FACTOREN DIE GEWELDLOZE COMMUNICATIE BEMOEILIJKEN

 
HOOFDSTUK 6: FACTOREN DIE MEDEDOGEN NIET MOGELIJK MAKEN
 
6.1. Taalgebruik
 
We gebruiken een levensvervreemdende taal:

-         we vormen moralistische oordelen: hierbij veroordelen we mensen die niet handelen volgens onze eigen waarden en normen. Denk maar terug aan het voorbeeld van de gesluierde vrouwen

-         we analyseren de ander: door anderen te analyseren drukken we in wezen onze eigen behoeften en waarden uit. We zullen uiteindelijk ook een prijs betalen voor de aanpassingen aan ons waarden en normen, vooral als deze enkel gebeuren uit schuldgevoel of angst voor de sancties die kunnen volgen.

-         we stoppen mensen in een hokje omdat dit anders onveiligheid biedt.

-         we maken vergelijkingen: op deze manier herleidt je de ander tot jezelf of net omgekeerd waardoor er geen ruimte meer is voor innerlijke schoonheid.

-         we ontkennen onze eigen verantwoordelijkheid: levensvervreemdende communicatie verduistert het besef dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze eigen gedachten, gevoelens en daden. We ontkennen de verantwoordelijkheid van onze handelingen als we als oorzaak aangeven

o       vage, onpersoonlijke krachten: “Ik doe dit omdat het moet”

o       onze condities, ons persoonlijk of psychologisch verleden: “Ik rook omdat ik verslaafd ben”

o       daden van anderen: “Hij haalde het bloed van onder mijn nagels”

o       voorschriften van mensen boven ons: ‘Mijn moeder wilt dat ik me niet zwak opstel”

o       groepsdruk: “Iedereen deed mee”

o       beleidslijnen, voorschriften en regels: “Jij mag niet langer aansluiten bij onze groep omdat ons reglement stelt, dat je geschorst wordt als je 3 keer te laat komt”

o       geslachtsrollen, sociale rollen, leeftijdsrollen: “Ik moet koken omdat ik voor mijn kinderen moet zorgen”

o       ongecontroleerde prikkels: “het lukte me niet om dit snoepje niet op te eten”

 

Denk hierbij aan het voorbeeld dat zeker iedereen al eens zal gehoord hebben: “Er zijn nu eenmaal dingen die moeten, of je dit nu leuk vindt of niet’. Wanneer je dit tegen jezelf zegt is het belangrijk om die aspecten dieper te ontleden. Voorbeeld: ik heb een hele lange tijd niet graag gekookt en mezelf voorgehouden dat ik dit moest doen. Ik was namelijk verantwoordelijk voor mijn kinderen, en moest hun op een bepaald uur eten voorzien. Tot ik dit “moeten” omgezet hebt in een “willen”. Ik kies ervoor om te koken omdat ik mijn kinderen een gezonde en evenwichtige voeding wil geven. Elke keer ik het moeilijk had om te koken, dacht ik aan de reden waarom ik dit deed en het werd minder dwingend, het was tenslotte mijn eigen keus! Dit gegeven wordt in 6.3. meer uitvoerig besproken.

-         levensvervreemdende communicatie heeft ook te maken met de opvatting dat bepaalde handelingen een beloning verdienen en andere een straf. Dit denken wordt uitgedrukt in het woord “verdienen”. Denk maar terug aan het voorbeeld van de werknemer die vond dat hij een extra werkdag verdiende.

 
 
6.2. Zelf mededogen nodig hebben
 
Mededogend handelen vereist dat we ons kwetsbaar kunnen opstellen. Soms is dit niet mogelijk omdat we zelf mededogen nodig hebben. Dit kunnen we op verschillende manieren proberen invullen:

-         we geven aan de ander onze eigen moeilijkheden toe, waarbij de kans bestaat dat die met mededogen reageert en we op deze manier krijgen wat we nodig hebben.

-         we voorzien ons zelf van een “noodpakket” mededogen, dit kunnen we doen door aan ons zelf te geven wat we normaalgezien aan de ander geven. Dit kan ook vertaald worden in mildheid naar onszelf.

-         we kunnen geweldloos schreeuwen: hierbij schreeuw je of zeg je op een luidere toon wat je op dat moment nodig hebt. Je geeft hierbij je eigen grens weer waarbij je op die manier aangeeft dat je voorbeeld rust nodig hebt.

-         we kunnen ons fysiek verwijderen uit de ruimte of van de situatie. Zo bieden we onszelf de kans om terug rustig te worden en op een andere manier naar de situatie te kijken.

 
6.3. Innerlijke gewelddadigheid
 
Wanneer we innerlijk gewelddadig zijn, is het moeilijk om voor anderen mededogend te zijn. GC wil vooral mededogen voor onszelf ontwikkelen. Belangrijk hierbij is hoe we naar ons zelf kijken. Wanneer we enkel op een negatieve manier naar onszelf kijken, overladen we onszelf met zelfkritiek. Dit heeft te maken met de wijze waarop we ons eigen aandeel kaderen binnen het mislukken of falen in een bepaalde situatie.
Dit kunnen we op verschillende manieren: de zelfkritische onzekere persoon zal elk falen aan zichzelf wijten en elke succeservaring aan de externe factoren. Zo zal het niet slagen in een examen enkel en alleen te wijten zijn aan het niet slim genoeg zijn en het wel slagen gekoppeld worden aan een geluksfactor.
 
Het is ook opmerkelijk welke verwijten we onszelf soms maken. Er is geen enkele persoon waarvoor we zo streng zijn als voor onszelf. Verwijten zoals “Hoe kan je zo iets stoms doen”, of “Je maakt er toch ook altijd een puinhoop van” flitsen dan ook vaak door ons hoofd. Wanneer we op deze manier naar onszelf kijken, geven we sowieso een oordeel aan ons functioneren: we hebben het goed of fout gedaan. Deze vicieuze cirkel is met een dergelijk handelen en denken moeilijk te doorbreken.
 
Een ander vaak gebruikte destructieve uitdrukking is “ik had beter moeten weten” of “ik had dit niet moeten doen”. Net als “Wat ik doe is verschrikkelijk. Ik moet hier echt iets aan doen” roepen deze oordelen verzet op. Moeten impliceert echter dat er geen keuzemogelijkheid is. Mensen voelen zich bedreigd als hun behoefte aan autonomie in gevaar komt. Iedereen wil de ruimte en de mogelijkheden hebben om te kunnen kiezen. Het probleem is dat we niet weten dat de woorden “moeten weten of moeten doen” onbewust ons verzet oproepen. Vandaar het belang om te ontdekken vanuit welke energie we iets doen. Wanneer we hierin helderheid krijgen, zullen we onze “verplichtingen” met plezier doen en deze kunnen ombuigen in keuzes. Op deze manier ontwikkelen we meer zelfmededogen als we er bewust voor kiezen om vanuit onze behoeften te handelen en niet vanuit plichtsbesef, vanwege extrinsieke beloningen of om schuld, schaamte en straf te vermijden.
 
GC gaat er vanuit dat als we zeggen dat iemand goed of fout is, deze persoon niet handelt volgens onze eigen waarden en normen. Wanneer we tegen onszelf zeggen dat we slecht of fout handelen, geven we eigenlijk aan dat we tegen onze eigen behoeften in handelen. De kracht bestaat hierin om deze innerlijke stem als alarmsignaal te leren gebruiken. Welke verscholen behoeften zitten achter onze verwijten?
Zo is ongeduld eveneens een goede barometer. Vroeger vond ik het erg als iemand me zei dat ik te weinig geduld had. Ik verweet mezelf dit verschillende keren als ik terug eens tegen de kinderen uitvloog omdat ze te veel lawaai en rommel maakten. Tot iemand me aangaf dat ongeduld een teken is dat je over je eigen grenzen gaat. Wanneer ik nu ongeduldig word, zoek ik naar mijn behoeften. Ben ik ook alert om te kijken naar mezelf in plaats van mijn irritaties te uiten tegenover de anderen.
Zo komen we dichter bij onszelf, zorgen we ook meer voor onszelf en kunnen we op een meer constructieve manier op zoek gaan naar alternatieven. Door op deze manier naar dergelijke frustraties te kijken, ontdekken we ook de kracht van het luisteren naar wat deze gevoelens ons willen vertellen. We kunnen met een zekere mildheid naar deze gevoelens kijken omdat we ze zien als hulpmiddel voor een evenwichtiger functioneren, niet als iets storends.
 
Bevrijdend is het dan ook als we op een dergelijke wijze naar ons gemaakte fouten kunnen kijken. Hierbij kunnen we ons de volgende vraag stellen: “Welke behoefte van mij probeerde ik te vervullen toen ik me gedroeg op de manier waarvan ik nu spijt heb?”. Hierbij kunnen we het mededogen naar onszelf opsplitsen in twee onderdelen. Het eerste bestaat uit het deel dat spijt heeft over wat we gedaan hebben in het verleden, het tweede is het deel van jezelf dat daarvoor verantwoordelijk was. Of met andere woorden: welke gefrustreerde behoefte wilden we bevredigen maar is ons niet gelukt. Het proces van spijt en vergeving maakt ons vrij om te leren en te groeien. Hierbij zou ik graag nog een extra dimensie willen aan toevoegen. Een voorbeeld ter ondersteuning:
Stel: een zoon van een alcoholverslaafde vader. De ondertussen volwassen zoon verteld zijn verdriet en frustraties van zijn jeugd, aan zijn vader. Naast het feit dat de vader erkent dat het inderdaad moeilijk moet geweest zijn om met een alcoholverslaafde vader te leven is er de extra dimensie van de vader die naast zijn eigen beperkingen ook het verdriet van het kind kan erkennen. Vaak stopt het bij de erkenning van de eigen beperkingen: dat het handelen gebeurd is vanuit de mogelijkheden die er toen voor handen waren en dat de verslaving een realiteit was, die het inderdaad moeilijk of bijna onmogelijk maakte om het kind te geven wat het nodig had. Naast dit gegeven is de erkenning van het verdriet en de eventuele spijtbetuiging om het geleden verdriet van de zoon essentieel in het vergevingsproces.
 
Bovenstaande opsomming staat onlosmakelijk verbonden met zelfvertrouwen. Manieren over hoe we aan ons fundamenteel zelfvertrouwen kunnen werken en hierin kunnen groeien, worden uitvoerig behandeld in de eerste twee jaren van de opleiding nl: optimaal functioneren als mens. Ik verwijs hiervoor dan ook graag naar de Academie Voor Integratieve Psychologie.
 
 
HOOFDSTUK 7: HET NIET KUNNEN UITEN OF BENOEMEN VAN GEVOELENS
 
7.1. Wanneer gevoelens niet kunnen benoemd worden
 
Geweldloze Communicatie gaat ervan dat het mogelijk is om gevoelens te benoemen. De lijst is hierbij zeker een goed hulpmiddel. Toch zijn er situaties waarbij het heel moeilijk is om gevoelens te herkennen, en zeker om er taal aan te geven.
Dit kan om verschillende redenen:

-         de persoon is een zeer mentaal persoon en staat mijlen ver van zijn gevoel

-         de persoon is net een zeer gevoelig persoon en wordt als het ware volledig overspoeld door dat gevoel

-         er kan sprake zijn van een trauma waarbij de persoon zo angstig is dat het niet mogelijk is om naar de daarbij horende gevoelens te kijken

-         er is sprake van een psychose, een mentale beperking

-         de persoon kan geen taal geven aan het gevoel, kan dit alleen lichamelijk waarnemen.

-         er is een mechanisch defect in de hersenen waardoor gevoelens niet benoemd kunnen worden omdat er bijvoorbeeld een stoornis is in het centrum van Broca (= een gebied in de hersenschors betrokken bij de productie van spraak)

-         Enz.

 
Geweldloze Communicatie staat nauwelijks stil bij deze aspecten. Toch kan het een invalshoek zijn die we kunnen gebruiken, éénmaal we bij de gevoelens komen. Zeker voor de eerste twee situaties kan de techniek van focussen ons soelaas brengen. Eugene Gendlin beschrijft in zijn boek “Focussen, gevoel en lijf” verschillende technieken hoe we tot gevoelens kunnen komen.
 
7.2 Focussen
 
Voor de algemene uitleg rond focussen verwijs ik graag naar de website van het AIP, waarop Didier Vanhee een volledig herwerkte tekst gemaakt heeft.
 
Volgende aspecten wil ik wel bespreken:
 
7.2.1. Iemand helpen die hardop focust
 
Deze vorm van luisteren is gericht op het terugkoppelen van de gevoelens van de ander. Hierbij kunnen twee vormen onderscheiden worden: het absoluut luisteren en het helpen bij het vinden van gevoelens.
 
            7.2.1.1.  absoluut luisteren

Het uitgangspunt hierbij is, dat de diegene die focust, zich eerst volledig naar binnen richt. Hij richt zijn aandacht op zijn ademhaling, en zijn lichaam. En deelt op eigen tempo mee wat er gebeurd, wat hij voelt, waarneemt, ervaart, welke beelden er komen, enz.

Hierbij is het belangrijk om vanuit het vijfde element van GC, nl mededogend te kijken en te luisteren naar de andere. Parafraseren is hierbij een goede ondersteuning. Maar ook bevragen wat de ander met bepaalde bewegingen wil zeggen. Belangrijk hierbij is om nooit eigen dingen toe te voegen, net zoals mededogend luisteren wil omvatten.

 

7.2.1.2. helpen bij het vinden van gevoelens

Wanneer mensen vast zitten in hun eigen proces dan kan er hulp geboden worden bij het vinden van gevoelens. Zo kan je de aandacht gericht sturen naar een eerder aangehaald aspect, gewaarwording, gevoel. Je stuurt de ander als het ware. Een algemene richtlijn hierbij kan zijn om terug te keren naar het laatste aangehaalde gevoel.

 
7.2.2. Terugkoppeling van de eigen gevoelens
Een andere hulpbron die ondersteunend kan werken, is je eigen waarnemingen, gevoelens delen. Vb “Je geeft nu wel aan dat je heel rustig bent, maar ik zie jou wringen met je handen, is je boosheid volledig over?” Mededogend luisteren blijft hierbij de norm! Soms wordt schaamte op deze manier doorbroken. Zo denk ik terug aan de mama met de zoon met ADHD, die haar eigen gevoelens wou delen, zonder het advies en de raad, enz. Door te benoemen dat elke mama wel eens moeilijke en “zware” gedachten heeft, heeft ze toegestaan om de moeite en de soms “dreigende” gedachten die ze over zichzelf en de situatie heeft te uitten. (cfr. Innerlijke geweddadigheid)
 
7.2.3. Interactie van gevoelens
In deze fase worden de gevoelens van de luisteraar naar voren gebracht. Delen wat er als luisteraar in je leeft maakt de interactie persoonlijk en echt. Op deze manier wordt de andere persoon opnieuw gestimuleerd om te kijken naar de eigen reacties op het gedeelde aspect. Hierbij kan het proces van Geweldloze Communicatie perfect gebruikt worden: wat neem je waar, welke gevoelens roept dit op, welke behoefte is hieraan gekoppeld en welk verzoek heb je voor de ander. Belangrijk hierbij is om te brengen wat jou het meeste raakt, wat je pijn doet, of boos maakt, of welk gevoel dan ook er op geroepen wordt. Let wel, op geen enkel ogenblik wordt hier een oordeel aan gekoppeld! Bijvoorbeeld: “Als ik jou zie huilen, dan doet mij dit verdriet omdat ik niet weet wat jij nu nodig hebt van mij en ik dit zelf niet kan invullen”. Ook deze manier van focussen stimuleert het diep menselijk contact wat een vertrouwensrelatie tot gevolg heeft.
 

DEEL 3: PRAKTIJKVOORBEELD

 
Eerst geef ik meer informatie over de cliënt, daarna geef ik weer hoe ik de verschillende technieken binnen de eigen begeleiding heb toegepast (en nog steeds toepas).
 
Geslacht: vrouwelijk, Magalie
Leeftijd: 24 jaar
Doorverwijzing: op aanraken van de moeder
Gezinssituatie:

-         Magalie haar ouders zijn gescheiden toen ze 3 was. Hierdoor heeft ze tijdelijk bij haar grootouders gewoond. Na het overlijden van haar grootvader, is ze op 7 jarige leeftijd terug bij haar moeder en haar stiefvader gaan wonen. Al snel kreeg ze er een broer en zusje bij .

-         ze heeft een relatie van 6 jaar achter de rug met Filip,  waarvan ze 4 jaar heeft samengewoond. Deze relatie is begin dit jaar (2007) afgebroken.

-         sindsdien woont ze terug in bij haar moeder, stiefvader, jongere halfbroer en halfzus. Dit geeft problemen op verschillende niveaus: inboeten van vrijheid en keuzemogelijkheden omdat ze zich terug moet aanpassen aan de huisregels van het gezin. Ze heeft een zeer slechte relatie met haar stiefvader en probeert hem zoveel mogelijk te vermijden. Zowel letterlijk als figuurlijk. Ze voelt zich als “het lelijke eendje” in het nest. Er is een constant “gevecht” tussen Magalie en haar stiefvader met als bemiddelende persoon haar moeder.


Werk:

-         Magalie heeft verschillende studies ondernomen, maar is er niet in geslaagd om een studie af te werken en dit weegt op haar, met onder andere weinig zelfvertrouwen als gevolg.

-         Ze geeft ook vaak aan dat ze niet intelligent genoeg is om hierin te slagen en dat dit ook nooit echt zal lukken. Hierdoor komt het dat ze jobs doet, die ze eigenlijk liever niet zou doen. Ze is dan ook in constante tweestrijd wat haar professionele loopbaan betreft: toch nog eens proberen verder studeren of blijven interim werk doen, in de hoop om hierin vast werk te krijgen.


Therapeutische voorgeschiedenis:

-         Magalie is nog nooit eerder in therapie geweest. Wel heeft ze al alternatieve workshops gevolgd, maar zonder de gewenste resultaten


Medicatie:

-         arts heeft haar homeopatische druppels voorgeschreven maar deze neemt ze niet in, wel neemt ze Bachbloesems.


Indicaties bij verkennend gesprek:

-         onverwerkte relatie met haar vriend

-         nieuwe relatie eveneens mislukt: ze vindt het heel moeilijk om aan iemand te zeggen dat ze die persoon graag ziet

-         ze heeft weinig zelfvertrouwen en geeft ook zelf aan dat ze niet tevreden is met zichzelf, als met haar huidige werksituatie

-         ze twijfelt constant over het feit of ze verder zal studeren of niet.

-         ze heeft wantrouwen in mannen: zeer slechte relatie met stiefvader, haar vriendjes, haar vader

 

Algemeen kan je stellen dat Magalie het heel moeilijk heeft om haar gevoelens te benoemen. Ze is een heel mentaal iemand, die veel analyses maakt. Haar gevoelens en de daaraan gekoppelde behoeften liggen mijlenver van haar af.
 
Dit uit zich bijvoorbeeld in de vraag die ik haar stel over haar hobby’s of activiteiten die ze graag doet. Hier moet Magalie heel lang over nadenken. Ze kan dan ook pas na een lange tijd vertellen wat ze denkt dat leuk zou zijn om te doen, maar kan dit niet bevestigen omdat ze dit nog nooit gedaan heeft. Vb het krijgen van een massage. Het is voor Magalie heel moeilijk om bij het begin van een sessie te vertellen wat haar bezig houdt. Vaak hoor ik dan ook dat alles goed met haar gaat en dat ze eigenlijk geen problemen meer heeft. Wanneer ik dan aspecten aanhaal vanuit de vorige sessies, waarbij ze aangaf dat deze haar moeite kosten, dan rationaliseert ze die volledig weg. Op zo momenten pas ik het focussen toe. Een andere techniek die ook helpt is de schriftelijke voorbereiding van bepaalde situaties. Het is namelijk zo dat Magalie wel makkelijker tot haar gevoelens kan komen, als ze alleen is. Ik vraag haar om deze op te schrijven en ze in een volgende sessie met mij te delen. Wanneer ze dan taal geeft en deze gevoelens deelt, kan ze deze ook beter voelen.
 
Wanneer ik een stapje verder wil gaan en vraag welke aspecten ze nodig heeft om zich goed te voelen of om aan te geven in welke situaties zij zich helemaal niet goed voelt, kan ze niets teruggeven. Magalie is ook iemand die nood heeft om alles op een rustig tempo te kunnen laten doordringen, vandaar dat ik het proces van de GC op een zeer rustig niveau heb laten verlopen.
 
Toepassing van de 5 elementen:
  1. waarneming:

Hierbij zijn we vertrokken vanuit situaties waarbij Magalie zich niet goed voelt. Telkens hebben we dit heel concreet gemaakt om zo te komen tot duidelijke factoren die bepalend zijn voor haar welbevinden of dit net moeilijk maken. Omdat het makkelijker was voor Magalie om aan te geven waarbij ze zich niet goed voelde, is dit onze invalshoek geweest. Zo zijn we tot heel concrete aspecten gekomen en dit op verschillende niveaus: zowel op aspect van lichamelijke gewaarwordingen als in relaties met anderen. Dit was een ware ontdekkingstocht voor haar.

Bij het analyseren van situaties en gedachten merk je ook hoe oude patronen moeilijk te doorbreken zijn. Zeker het aspect van de “grijze tinten” zoals beschreven in 1.2 worden moeizaam geïntegreerd. Bij Magalie gaat het dan vooral over het feit dat ze niet boos kan zijn op haar moeder, want uiteindelijk heeft die toch enorm haar best gedaan om voor haar te zorgen, en schippert ze nog dagelijks tussen haar en haar stiefvader. Door dergelijke gedachten te hebben is het dan ook moeilijk om haar boosheid toe te geven. Een doorslaggevende terugkoppeling is hierbij geweest dat jouw omgeving alleen maar iets kan doen met de boodschappen die jij geeft. Vooral omdat Magalie haar enige uitweg vermijdingsgedrag is.


  1. gevoelens:

Een volgende stap was op zoek gaan naar de gevoelens die bepaalde concrete situaties met zich meebrengen. Dit was heel moeilijk voor haar. Hierbij heb ik verschillende keren beroep gedaan op de techniek van focussen, maar ook door de toepassing van herbelevingsessies die verder besproken worden. Eenmaal we hierdoor tot de gevoelens kwamen hebben we er onder andere taal kunnen aan geven door het gebruik van de lijst met de gevoelens. Veel gevoelens waren moeilijk te herkennen, vandaar dat we alles eerst doorgenomen hebben.

Vooral het aspect dat ze sterk moest zijn, dit zichzelf ook opgelegd heeft als overlevingsmechanisme in haar jeugd, maakt het moeilijk om dat patroon te doorbreken. “Als je huilt ben je zwak en ik wil niet zwak zijn”. Magalie heeft als kind op een korte periode drie belangrijke mannen verloren. Zo was er eerst de scheiding van haar ouders waarbij haar vader weggegaan is. Daarna is haar grootvader gestorven en kort daarna was de relatie tussen haar moeder en stiefvader tijdelijk verbroken. We hebben op deze manier ontdekt dat Magalie het heel moeilijk heeft om zich kwetsbaar op te stellen. Ze heeft dan ook een enorme verlatingsangst en als overleving heeft ze ervoor gekozen om geen relaties met mannen meer aan te gaan. Zeker niet met deze die als vaderfiguur fungeren. Dit is gebeurd als haar moeder en stiefvader terug samen gekomen zijn: ze heeft vanaf dat moment haar vermijdings- en vluchtgedrag gesteld. Liever geen contact of relatie, dan nog maar eens gekwetst te moeten worden. Dit laatste inzicht heeft een doorbraak gegeven in haar proces. Zo heeft ze ontdekt dat ze wel degelijk in staat is om te voelen en om lief te hebben. Haar moeite om “ik zie je graag” te zeggen omvat dus niet dat ze niet in staat is om iemand graag te zien, maar wel degelijk de angst die ze heeft om zich kwetsbaar te moeten opstellen en het risico te lopen dat ze verlaten wordt.


  1. behoeften:

Dit is nog steeds een ware opdracht, maar hoe langer hoe meer Magalie vertrouwd geraakt met het proces van geweldloze communicatie, hoe meer ze durft stil te staan bij wat ze nodig heeft. Hierdoor worden ook heel wat gedragingen duidelijk. Soms brengt ze een verhaal waarbij ze verteld welke stappen ze ondernomen heeft, maar achteraf het nut er niet meer van inziet. Wanneer ik haar dan vraag welke behoefte ze hierbij wou bevredigd zien, wordt het nut of de reden van haar handelen terug duidelijk. Er wordt niet enkel meer rekening gehouden met het “zichtbare resultaat” maar ook met de intrinsieke verandering die deze bewustwording met zich meebrengt.

Concreet wil dit zeggen dat Magalie nu wel een gesprek aangaat met haar stiefvader en haar moeder. Ze heeft ontdekt dat ze behoefte heeft aan onder andere erkenning, geruststelling, ondersteuning, veiligheid, verbinding,… en probeert dit ook duidelijk te maken. Alleen is het niet zo dat de situatie thuis volledig verandert is. Daarom twijfelt ze dan ook aan het nut om deze aspecten duidelijk te maken. De intrinsieke verandering duiden is hierbij een belangrijke opdracht.

Een zeer specifieke opdracht was ruimte leren innemen. De behoeften van authenticiteit, autonomie, zelfexpressie, enz zijn hieraan gekoppeld en Magalie gaf verschillende keren aan dat ze er niet toe kwam om dit te doen. Hierdoor was ze ook heel gespannen, soms volledig verkrampt. Om dit wegcijferen van zichzelf te proberen doorbreken heb ik volgende experiment geprobeerd:

We bepalen een ruimte in mijn praktijk en verdelen in twee gelijke delen.

Magalie staat met haar rug naar de muur. Ik ga elke keer een stapje verder in haar ruimte, en zij gaat elke keer een stapje achteruit. Dit gaat zo door tot ze met haar rug tegen de muur staat en ik echt tegen haar ga staan. Nog toont ze geen weerstand, wel geeft ze aan dat dit haar beklemt. Ik laat haar een paar seconden in die houding staan (doel: haar laten voelen dat er ook veel energie kruipt in het niet innemen van ruimte en je proberen aan te passen om alsnog te kunnen “overleven”. In deze situatie: makkelijk ademen) Nu daag ik haar uit: ik vertel haar hoe leuk ik het vind om zoveel ruimte in te nemen  terwijl er niemand is die me hierin tegenhoudt. Ik voel haar moeite en ga nog een stapje verder. Nu komt Natacha in beweging, ze probeert me zachtjes terug te duwen maar ik geef geen centimeter toe, integendeel, duw haar direct terug tegen de muur. Hoe meer deze situatie herhaald wordt, hoe sterker Natacha wordt en hoe meer ruimte ze probeert terug te winnen. Ik moedig haar aan om haar stem te gebruiken, dit doet ze ook en uiteindelijk overwint ze terug haar helft van de ruimte.

Nabespreking: door in de beide posities te staan heeft Magalie ervaren hoeveel moeite er kruipt in het niet innemen van ruimte (had dit echt onderschat). Het tegenovergestelde is echter ook een feit en geeft haar kracht en een  bevredigend gevoel om ruimte te durven innemen. Dit experiment wordt gekoppeld aan haar onrust

en haar spieren die zo vaak verkrampt zijn. Na deze sessie laat ze zich voor de eerste keer masseren.


  1. verzoeken:

Een allerbelangrijkste onderdeel hierin was ontdekken welke onbewuste condities ze stelt aan voorbeeld het hebben van een relatie. Welke verwachtingen worden hieraan gekoppeld. Dit aspect hebben we eveneens toegepast op haar moeite om tegen iemand te kunnen zeggen ‘ik zie je graag”. Door dit te ontleden is duidelijk geworden dat dit vooral moeilijk is door de “eisen” die ze oplegt aan zichzelf en aan haar partner. Hier is ook duidelijk geworden dat er een enorm verlangen is dat de ander haar graag ziet. Deze is dan ook verantwoordelijk voor haar welbevinden. Maar het allerbelangrijkste hierbij was wel de duiding dat een afwijzing van een verzoek geen afwijzing van de persoon is.

Ook het bewust leren maken van het verzoek was een hele opdracht. We hebben verschillende sessies concrete voorbeelden besproken. Hierbij gingen we samen op zoek hoe we de verzoeken konden formuleren. Telkens checkten we ook of het om een verzoek of een eis ging. En indien het om een eis ging, welke behoeften hier achter verscholen zaten. Om op deze manier de vragen te kunnen ombuigen in verzoeken. Maar ook om te kijken op welke manier deze konden bevredigd worden als er een externe persoon voor nodig was. Vb bij de behoefte aan delen.


  1. Mededogen:

Deze fase is nog niet bereikt binnen de begeleiding. Wel vanuit mezelf als therapeut. Vooral binnen het aspect dat we mededogend gekeken hebben naar de echtscheiding van haar ouders en haar verlangen naar dat veilige nest, wat nu nog steeds leeft.

Door op deze manier naar haar gevoelens, noden en verzoeken te kijken, en haar ruimte te geven om deze te uiten is een belangrijk patroon naar voor gekomen.

De opzet van de sessie was delen van haar verlangens, gevoelens, behoeften die bij de echtscheiding van haar ouders gefrustreerd zijn. Magalie koppelde dan ook veel onvervulde behoeften aan het feit dat haar ouders niet meer samen zijn. Voor de eerste keer in haar leven kreeg ze hiervoor de ruimte maar liet ze dit ook zelf toe. Voorheen had de gedachte van “Je bent geen kind meer, je hebt dit niet meer nodig” nohaar hier steeds van weerhouden. Zo zijn we bij de kleine Magalie terecht gekomen (door een herbelevingsessie) en is de verlatingsangst en het verhaal van de drie relevante mannen in haar leven naar voor gekomen. Ik ben ervan overtuigd dat als mededogen hier geen plaats had gehad, dit proces niet op deze manier zou voltrokken zijn.

 
 
Focussen:
Zoals reeds aangegeven in deel 2 kan de techniek van focussen gebruikt worden om gevoelens te kunnen voelen, benoemen, gewaarworden.
Magalie is een zeer mentaal persoon wat wil zeggen dat ze vaak (zeker niet altijd) te veraf van haar gevoel staat. Daarom pas ik volgende technieken bij haar toe:
 
Tijdens de eerste sessie heb ik een lijstje gemaakt met Magalie, omdat ze na een 30 tal minuten reeds alles verteld had, en ook niet meer wist wat ze moest vertellen. Om het meer gewicht te geven heb ik hier de techniek van de rugzak toegepast. Dit gaf het volgende resultaat/

-         geen vertrouwen in mensen: 60 kg

-         geen zelfvertrouwen: 50 kg

-         geen afgewerkte studies, geen diploma waardoor minderwaardigheidsgevoel, beroepskeuze “mensen helpen”: 70 kg

-         zichzelf aanvaarden zoals ze is, 100 procent zichzelf durven zijn, voor eigen mening durven opkomen: 50 kg

-         verdriet wegduwen: 30 kg

-         onrustig zijn, ademhaling, spanning op schouders, zenuwachtigheid: 80 kg

Het voordeel van deze rugzak is dat er telkens topics kunnen besproken worden en er een terugkoppeling kan gemaakt worden naar deze items. Zeker als Magalie zegt dat alles ok is. Dan overloop ik vaak deze aspecten en komt ze toch nog op verhaal.
 
Tijdens bijna elke sessie probeer ik haar aandacht op haar lichaam te richten. We beginnen dan ook vaak met een ademhalingsoefening of een korte relaxatieoefening. Magalie geniet hier ook echt van, vooral omdat dit bijna de enige manier is om haar te laten doorademen. Vaak ademt ze kort in en uit. Nadat ze haar ogen gesloten heeft overlopen we haar volledige lichaam. Vaak voelt ze een druk rond de borststreek. Deze druk heeft ze verschillende keren vertaald in een zwarte muur die rond haar hart is gebouwd en die moeilijk te beklimmen is. Nu zitten we zo ver dat er reeds 3 witte touwen over de muur hangen en haar moeder, zus en oma haar aanmoedigen om over deze muur te klimmen. 
 
De contrast-ervaring is een techniek die heel goed werkt bij Magalie. Indien ik haar laat uitspreken dat ze zich heel goed voelt, dat al haar problemen zijn opgelost komt ze in het verzet. Vooral omdat ze heel vaak met deze woorden een sessie begint. Ook het experiment rond ruimte innemen is niet echt een techniek van focussen, maar gaat over contrasten met een zeer bevredigend resultaat tot gevolg.  
 
Het installeren van een hulpbron:
Hiermee wordt in focussen een veilige plaats aangeduid: zo wordt vanuit de fantasiewereld gezocht naar een plek waar veiligheid en geborgenheid is. Met ander woorden: een plaats waar het goed is om te zijn. Voor Magalie was dit op de schoot bij haar grootvader, in de grote zetel in de keuken. Hierbij worden geborgenheid, veiligheid, warmte, aanraking, troost en acceptatie opgeroepen. Aan dit beeld heeft ze het woord Opie gekoppeld, het troetelnaampje dat ze voor haar opa had. “Opie” als concept kan op elk moment opgeroepen worden.
 
Huistaken:
Ik werk graag met opdrachten waaraan personen thuis kunnen verder werken. Zeker wanneer we werken rond het ontdekken van gevoelens en behoeften gebruik ik deze techniek.
Magalie kreeg onder andere de volgende opdracht mee:

-         wanneer je jou onrustig voelt en je niet kan benoemen wat er juist is dan moet je tegen jezelf zeggen dat er geen enkel probleem is. Dat je jou heel rustig voelt

-         de volgende stap is nagaan bij jezelf wat er gebeurd: welke gedachten gaan er door je hoofd, welke gevoelens worden hierbij opgeroepen. Hierbij wordt de lijst van de gevoelens meegegeven.

-         Eenmaal bovenstaande opdrachten voldoende geoefend zijn, worden de behoeften eraan gekoppeld: kijk na welke behoeften je vervuld wil zien en wat je hierbij nodig hebt.

Deze opdrachten worden per mail doorgestuurd. En de belangrijkste kunnen tijdens een sessie besproken worden.
 
Naast bovenstaande opdrachten grijp ik graag terug naar de opdrachten die ikzelf in mijn eerste jaar van de opleiding gemaakt heb. Magalie heb ik de volgende opdrachten meegegeven:

-         het maken van een levenslijn en de daarbij horende mijlpalen

-         het aanleggen van een groeiboek

 
 
 
ALGEMEEN BESLUIT
 
Zoals aangegeven in de theorie maar ook in het praktijkvoorbeeld, kan ik concluderen dat de combinaties van verschillende technieken tot heel mooie resultaten leiden.
Geweldloze Communicatie doet een wereld open gaan van een nieuwe taal, gedachten, gevoelens, behoeften en de daarbij horende verzoeken. Het moeilijkste aspect is mededogen. Maar zoals bij het aanleren van elk nieuw gedrag is oefenen de boodschap waarbij vol mededogen naar onze eigen prestaties kan gekeken worden.
Het boeiende aan Geweldloze Communicatie is, dat dit niet enkel binnen de therapie heilzaam is, maar ook in het dagelijks leven een vruchtbaar resultaat levert.
Er wordt een extra-dimensie aangesproken namelijk deze van het kwetsbaar openstellen voor de ander en onszelf, en een communicatie vanuit het hart. Het is inderdaad bekrompen dat je als autoritaire persoon, zoals vb. baas, ouder, leerkracht, therapeut,…, kunt denken dat je meer rechten hebt en je niet kwetsbaar en mededogend kunt opstellen om jezelf niet te ondermijnen. Vooral de reden waarom je wilt dat iemand naar je luistert, heeft mijn eigen oogkleppen afgenomen. Intrinsieke motivatie wordt hierbij zeker een drive wat onlosmakelijk kan verbonden worden aan het krijgen van zelfvertrouwen, het maken van bewuste keuzes, grenzen stellen, bewuster communiceren en nog zoveel andere voordelen.
De andere aangehaalde technieken zoals vb. focussen en herbelevingsessies kunnen hierbij een solide ondersteuning bieden om zo tot fundamenteel zelfvertrouwen te komen.
 
De opzet van dit werk is om de kracht van geweldloze communicatie te delen in de hoop dat je zelf geprikkeld wordt om GC te integreren in je eigen leven.
 
Ik wens jou alvast een boeiende ontdekkingstocht!
 
Pascale Velghe
 
 
REFERENTIES
 

-         Geweldloze Communicatie, ontwapenend en doeltreffend; M. Rosenberg, 2007, Lemniscaat, Rotterdam

-         Stop met aardig zijn; T. d’Ansembourg, 2006, Davidsfonds, Leuven

-         Focussen, gevoel en je lijf; E. Gendlin, 5de druk, 1996, De Toorts, Haarlem

-         Woordenboek van de psychologie, termen, theorieën en verschijnselen; A.S. Reber, 11de druk, 2005, Bert Bakker, Amsterdam

-         Focussen, herwerkte tekst, D. Vanhee, 2007, AIP, Gent

-         Het ervaringsniveau als therapeutische variabele, N. Marion Hendricks, 1986, Sage Publications, Inc.

-         Waar je het lichaam vanbinnen voelt, is er een doorgang, E. Gendlin, 2000, De evolutie van de psychotherapie, conferentie Anaheim, Californie

-         Gids voor gesprekstherapie; M. Leijssen, 1999, De Tijdstroom, Utrecht.

-         www.geweldlozecommunicatie.nl

-         www.focusing.org

-         http://Psy.cc, behoeften, Roose, AIP, Gent